Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2025:8595 - Rechtbank Rotterdam - 3 juni 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2025:85953 juni 2025

Uitspraak inhoud

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/690413 / FA RK 24-8981
Datum uitspraak: 3 juni 2025
Beschikking van de rechtbank over gezagsbeëindiging
in de zaak van
[naam oma] ,
hierna te noemen: de oma (moederszijde), wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. M. Nentjes, kantoorhoudende in Rotterdam,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2008 in [geboorteplaats 1] ,hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2011 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [minderjarige 2] ;
[minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2012 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [minderjarige 3] ,
[minderjarige 4], geboren op [geboortedatum 4] 2014 in [geboorteplaats 1] ,hierna te noemen: [minderjarige 4] .
De rechtbank merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, verblijvende buiten Nederland.
In zijn toetsende en/of adviserende taak is gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
hierna te noemen: de Raad, gevestigd te Rotterdam.

1 Het verloop van de procedure

1.1. Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken: - het verzoekschrift met bijlagen namens de oma van 13 november 2024, ontvangen op 3 december 2024; - het aanvullende verzoekschrift met bijlagen namens de oma van 28 mei 2025, ontvangen op diezelfde datum.
1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 juni 2025. Daarbij waren aanwezig: - de oma, bijgestaan door haar advocaat; - een vertegenwoordiger van de Raad, [naam] .
1.3. De moeder is niet verschenen. De rechtbank stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
1.4. De rechtbank heeft [minderjarige 1] naar zijn mening gevraagd. Hij heeft hierover een gesprek gevoerd met de rechtbank. Tijdens de zitting heeft de rechtbank samengevat wat [minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
1.5. De rechtbank heeft [minderjarige 4] , [minderjarige 3] en [minderjarige 2] nog niet naar hun mening gevraagd, omdat het aanvullende verzoekschrift (dat betrekking heeft op hen) in een laat stadium bij de rechtbank is ingediend.

2 De feiten

2.1. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 4] , [minderjarige 3] en [minderjarige 2] .
2.2. [minderjarige 1] , [minderjarige 4] , [minderjarige 3] en [minderjarige 2] verblijven langdurig bij de oma.
2.3. De oma heeft zich op 13 november 2024 bereid verklaard om de voogdij over [minderjarige 1] te aanvaarden.

3 De (aanvullende) verzoeken

3.1. De oma verzoekt het gezag van de moeder over [minderjarige 1] te beëindigen en haar tot voogdes over hem te benoemen.
3.2. Aanvullend verzoekt de oma het gezag van de moeder over [minderjarige 4] , [minderjarige 3] en [minderjarige 2] eveneens te beëindigen en haar tot voogdes over hen te benoemen.
3.3. De oma verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 Het standpunt van de oma

Door en namens de oma wordt het verzoek gehandhaafd en het volgende ter zitting naar voren gebracht. De oma draagt al jarenlang de volledige zorg en verantwoordelijkheid voor [minderjarige 1] en sinds twee jaar ook voor [minderjarige 4] , [minderjarige 3] en [minderjarige 2] . Daarvoor is de oma ook altijd in beeld geweest. De moeder verblijft al lange tijd in Zuid-Afrika. Dit maakt het regelen van belangrijke (financiële) zaken voor de kinderen lastig, zeker nu [minderjarige 1] op hoog niveau voetbalt. De verwachting is niet dat de moeder terugkomt naar Nederland. Het is daarom in het belang van de kinderen dat de oma met de voogdij over hen wordt belast. De moeder is het daar volgens de oma mee eens.

5 Het advies van de Raad

De Raad is het eens met het verzoek. De oma draagt de zorg voor de kinderen en zij doet dit goed. De moeder heeft de kinderen aan de zorg van de oma overgelaten en het contact tussen de moeder en de oma is goed. Het is in het belang van de kinderen dat zaken over hen goed geregeld worden. Dit verloopt op dit moment niet goed genoeg. Het is wel noodzakelijk dat de moeder gehoord gaat word over het verzoek ten aanzien van de drie jongste kinderen aangezien dit verzoek pas kort geleden is ingediend.

6 De beoordeling

Ten aanzien van [minderjarige 1]
6.1. Degene die niet de ouder is en de minderjarige gedurende ten minste een jaar als behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, kan de rechtbank op grond van artikel 1:267, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzoeken het gezag van een ouder te beëindigen indien een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en de ouder niet in staat is de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247, tweede lid, BW te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn.
6.2. De rechtbank stelt vast dat de Raad niet tot indiening van voornoemd verzoek overgaat, aangezien de oma het verzoek heeft gedaan en de Raad tijdens de zitting laat weten te kunnen instemmen met het verzoek.
6.3. Op grond van de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is de rechtbank van oordeel dat aan het voornoemde criterium is voldaan en de rechtbank wijst het verzoek tot beëindiging van het gezag van de moeder toe. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
6.4. [minderjarige 1] verblijft sinds zijn tweede levensjaar bij de oma en daar ontwikkelt hij zich positief. Hij heeft een sterke band met zijn oma en stemt in met het verzoek tot wijziging van het gezag over hem. Hoewel de moeder doorgaans in beeld is geweest, heeft zij sinds het tweede levensjaar van [minderjarige 1] niet de verzorging en opvoeding over hem gedragen. De moeder staat achter het (voortgezet) verblijf van [minderjarige 1] bij de oma en het contact tussen hen is goed. Dit maakt ook dat de oma de afgelopen jaren in staat is geweest om samen met de moeder beslissingen te nemen over en zaken te regelen voor [minderjarige 1] . De situatie is inmiddels veranderd. De moeder verblijft langdurig in het buitenland en de verwachting is niet dat zij naar Nederland zal terugkeren. Dit bemoeilijkt het nemen van beslissen en het regelen van (financiële) zaken die in het belang zijn van [minderjarige 1] . [minderjarige 1] voetbalt op professioneel niveau. Daartoe heeft hij nu bijstand nodig van zijn wettelijke vertegenwoordiger; er moeten contracten en formulieren worden getekend. Dit kan onder de gegeven omstandigheden niet goed geregeld worden en daarvan ondervindt [minderjarige 1] stress. De rechtbank is van oordeel dat [minderjarige 1] hierdoor ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en dat de moeder niet in staat is gebleken de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] , zoals bedoeld in artikel 1:247, tweede lid, BW, te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van [minderjarige 1] aanvaardbaar te achten termijn.
6.5. Een gezagsbeëindiging is een maatregel die diep ingrijpt in het gezinsleven van zowel de ouder waarvan het gezag wordt beëindigd als van de minderjarige waarover het gezag wordt uitgeoefend. Uit artikel 8 EVRM volgt het vereiste dat, indien het doel met een lichtere maatregel kan worden bereikt, deze verkozen dient te worden boven de zwaardere maatregel (het subsidiariteitsbeginsel). Daarnaast dient de inmenging in het gezinsleven die het gevolg is van de maatregel, in een redelijke verhouding te staan tot het doel dat met de maatregel wordt nagestreefd (het proportionaliteitsbeginsel).
6.6. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het in het belang van [minderjarige 1] is dat de al jarenlange bestaande feitelijke situatie nu juridisch goed geregeld wordt. De stellingen van de oma daartoe zijn niet weersproken door de moeder en voldoen aan de vereisten zoals hiervoor bij punt 6.5. genoemd. De Raad vindt het verzoek ook in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 1] staat er zelf ook achter. De oma heeft er ter zitting ook blijk van gegeven dat zij de moeder zal blijven betrekken in het leven van [minderjarige 1] . De rechtbank wijst daarom het verzoek van de oma toe en beëindigt het gezag van de moeder over [minderjarige 1] .
6.7. Omdat de beëindiging van het gezag van de moeder ertoe zal leiden dat een gezagsvoorziening over [minderjarige 1] komt te ontbreken, dient de rechtbank op grond van artikel 1:275, eerste lid, BW een voogd(es) over hem te benoemen.
6.8. De oma heeft zich bereid verklaard de voogdij op zich te nemen. De oma draagt de volledige opvoeding en verzorging over [minderjarige 1] sinds hij twee jaar oud is. De Raad heeft geen zorgen over de thuissituatie van [minderjarige 1] bij de oma. De oma wordt in staat geacht om beslissingen te nemen in het belang van [minderjarige 1] en hij vertrouwt de oma daartoe. De rechtbank is daarom van oordeel dat de oma moet worden belast met de voogdij.
6.9. Op grond van het bepaalde in artikel 1:276, eerste lid, BW wordt de moeder veroordeeld tot het afleggen van rekening en verantwoording aan de opvolger in dit bewind, ervan uitgaande dat zij het bewind voerde over het vermogen van [minderjarige 1] .
6.10. De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Ten aanzien van de minderjarige [minderjarige 4] , [minderjarige 3] en [minderjarige 2] :
6.11. Het aanvullende verzoek van de oma om het gezag van de moeder over [minderjarige 4] , [minderjarige 3] en [minderjarige 2] te beëindigen is niet tijdig bij de rechtbank ingediend. De moeder is daarom onvoldoende in gelegenheid gesteld om kennis te nemen van de (aanvullende) processtukken. Ook hebben [minderjarige 4] , [minderjarige 3] en [minderjarige 2] geen uitnodiging gehad om hun mening te geven tijdens een kindgesprek. Een gezagsbeëindigende maatregel is een ingrijpende beslissing. Van groot belang is dat de moeder en de kinderen zich voldoende gehoord weten. Dat vindt de rechtbank nu niet het geval. Het verzoek zal daarom worden aangehouden, zodat de moeder en de drie kinderen alsnog gehoord kunnen worden.

7 De beslissing

De rechtbank:
7.1. beëindigt het ouderlijk gezag van [naam moeder] , geboren op [geboortedatum 5] 1977 in [geboorteplaats 2] ( [geboorteland] ), over [minderjarige 1] ;
7.2. benoemt de oma, [naam oma] , tot voogdes over [minderjarige 1] ;
7.3. veroordeelt de moeder aan de voogdes rekening en verantwoording van het gevoerde bewind te doen, indien de moeder het bewind voerde over het vermogen van [minderjarige 1] ;
7.4. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
7.5. vraagt de griffier om van deze beslissing een aantekening te maken in het centraal gezagsregister;
en alvorens verder te beslissen:
7.6. houdt de beslissing voor het overig verzochte aan en bepaalt dat het verhoor van de oma, de moeder en mr. M. Nentjes in deze zaak zal plaatsvinden op 15 juli 2025 om 15.30 uur in het gerechtsgebouw in Rotterdam, Wilhelminaplein 100/125;
7.7. de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter;
7.8. bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de oma, de moeder en mr. M. Nentjes;
7.9. gelast de oproeping van de Raad in zijn toetsende en/of adviserende taak;
7.10. gelast de oproeping van [minderjarige 4] , [minderjarige 3] en [minderjarige 2] voor een kindgesprek.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: