Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2025:4621 - Rechtbank Rotterdam - 29 januari 2025
Uitspraak
ECLI:NL:RBROT:2025:4621•29 januari 2025
Uitspraak inhoud
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/176
[verzoeker], uit Vlaardingen, verzoeker
(gemachtigde: mr. D.H. van Tongerlo),
en
de burgemeester van Vlaardingen, de burgemeester
(gemachtigde: mr. F. Amoerie).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [naam stichting] uit Vlaardingen.
Inleiding
- Met het bestreden besluit van 18 december 2024, op schrift gesteld op 30 december 2024, heeft de burgemeester de woning van verzoeker aan de [adres] (de woning) per direct gesloten voor de duur van zes maanden op grond van de Opiumwet. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
- De burgemeester heeft een verweerschrift ingediend.
- De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 16 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de burgemeester, bijgestaan door [naam 1] en [naam 2] (namens de politie).
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Waar gaat deze zaak over?
- Verzoeker woont in de woning. [naam stichting] is eigenaar van de woning.
- In een bestuurlijke rapportage van 18 december 2024 is de volgende informatie opgenomen.
Op 18 december 2024 kregen politiemedewerkers van de politie-eenheid Rotterdam de volgende informatie vanuit het Team criminele inlichtingen: "[verzoeker] handelt in GHB, Hij Maakt de GHB zelf en doet dat in zijn woning. [verzoeker] bezorgdt de GHB met behulp van XXXXX die hem in een auto naar klanten brengt." [verzoeker] bleek volgens de politie verzoeker te zijn. De politie is vervolgens de woning van verzoeker binnengetreden. Verzoeker vertelde dat hij wel wat drugs had, maar dat dit voor eigen gebruik was. Verzoeker wees daarbij op een lege injectiespuit en wat resten witpoeder op zijn salontafel. Op de vraag welke stof dit betrof antwoordde verzoeker met: "GHB en speed." Verzoeker verklaarde dat hij wat drugs had voor eigen gebruik en dat hij verslaafd is aan GHB. Een politiemedewerker zag op de eettafel in de woonkamer een zogenaamde gripzak liggen met fel oranje gekleurde pillen met de opdruk "Soundcloud". Deze pillen herkende de politiemedewerker ambtshalve als zijnde XTC pillen. Verzoeker verklaarde dat het ging om 82 XTC pillen voor een festival en dat hij deze pillen even vergeten was. In de woning en de kelderbox van de woning werden goederen aangetroffen voor de productie van harddrugs, zeer waarschijnlijk GHB. Het betrof onder andere diverse vaten met chemische vloeistoffen. De goederen bleken na informatie van het Landelijk Forensisch Opsporingsteam dermate gevaarlijk dat deze op speciale wijze ontmanteld en opgeruimd dienden te worden. Er was sprake van ontploffingsgevaar. In de woning werd verder nog een fles vermoedelijk met GHB aangetroffen. Ook werd er een kleine hoeveelheid van vermoedelijk amfetamine aangetroffen. De in de woning aangetroffen verdovende middelen dan wel grondstoffen voor het maken van verdovende middelen hetgeen kan worden aangemerkt als handelsvoorraad, en de speciaal voor dat doel aanwezige goederen en apparatuur, maken volgens de politie duidelijk dat dit pand een belangrijke rol vervulde in het criminele drugscircuit. Het is volgens de politie duidelijk dat het hier om een redelijk grootschalige professioneel opgezette GHB-productiefaciliteit gaat. De woning heeft volgens de politie aanloop gehad van klanten en waarschijnlijk ook van bezorgers van apparatuur en middelen. Het pand betreft een portiekflat op de 4de etage. Buiten het onderhavige feit zijn er in de politiesystemen geen druggerelateerde meldingen bekend op dit adres.
- De burgemeester heeft naar aanleiding van deze informatie besloten de woning per direct te sluiten voor de duur van zes maanden. Daarbij is verzoeker vanwege de spoedeisendheid niet in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen. Verzoeker is het niet eens met het bestreden besluit. Hij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat de woning weer opengaat totdat op zijn bezwaarschrift is beslist.
- Na het bestreden besluit heeft de burgemeester op 2 januari 2025 aanvullende informatie ontvangen, namelijk een emailbericht van 23 december 2024 van de brigadier van de politie belast met verdovende middelen onderzoek middels de TRUNARC. In dit emailbericht staan de voorlopige testresultaten van het onderzoek op de aanwezigheid van verdovende middelen van de in beslaggenomen stoffen. Deze testresultaten betreffen onder meer: - Plastic zakje met wit poeder : 250,00 gram (bruto) Cocaïne HCI (lijst 1 Opiumwet) - Gripzakje met vloeibare substantie: 6,76 gram (bruto) Amfetamine (lijst 1 Opiumwet) - Gripzakjes met bruin kristal: 9,6 gram (bruto) 2 MMC (lijst 1 Opiumwet) - Zak met witte brokken: 1000,00 gram (bruto) Natriumsulfaat (versnijdingsmiddel) - Jerrycan met vloeistof : 5 liter (bruto) Amfetamine (lijst 1 Opiumwet) - zakje roze poeder: 15,37 gram (bruto) Amfetamine (lijst 1 Opiumwet) - Gripzakje roze poeder: 7,22 gram (bruto) Amfetamine (lijst 1 Opiumwet).
- De burgemeester stelt zich in het verweerschrift op het standpunt dat hij de woning op de juiste gronden heeft gesloten. De burgemeester vermeldt verder dat verzoeker, op zijn verzoek, op 10 januari 2025 tussen 14:30 uur en 16:30 uur in de gelegenheid is gesteld om zijn persoonlijke spullen uit zijn woning te halen.
Is er sprake van een spoedeisend belang?
- Dat er spoedeisend belang is, is niet in geschil. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding hier anders over te oordelen en zal daarom deze zaak inhoudelijk beoordelen.
Wat is het beoordelingskader?
- De voorzieningenrechter kijkt of het bezwaarschrift van verzoeker kans van slagen heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
10.1. Op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot sluiting van een woning als in dat pand harddrugs wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt of als de drugs met dat doel aanwezig is. De burgemeester legt dan een last onder bestuursdwang op. In spoedeisende gevallen kan de burgemeester besluiten dat bestuursdwang zal worden toegepast zonder voorafgaande last.[1]
De burgemeester beschikt bij de uitoefening van die bevoegdheid over beleidsruimte. Dit betekent dat het aan de burgemeester is om de betrokken belangen af te wegen bij zijn besluit om deze bevoegdheid te gebruiken. Het is aan de bestuursrechter om te toetsen of de burgemeester na afweging van de betrokken belangen in redelijkheid daartoe heeft kunnen besluiten.[2]
10.2. De burgemeester voert beleid om de handel in drugs in Vlaardingen tegen te gaan. Dit beleid staat in het Damoclesbeleid gemeente Vlaardingen (het beleid). In dit beleid staat in welke gevallen de burgemeester in principe overgaat tot sluiting van een woning. Nadat voor de eerste maal een handelshoeveelheid verdovende middelen in een woning is aangetroffen wordt in beginsel besloten tot een sluiting, maar zal nadrukkelijk worden bezien of gelet op de feiten en omstandigheden met een waarschuwing kan worden volstaan. Daarbij wordt rekening gehouden met verschillende in het beleid omschreven omstandigheden.
Als zeer ernstig geval wordt beschouwd dat het betreffende pand wordt gebruikt ten behoeve van de verkoop, aflevering, productie of verstrekking van harddrugs. Hiervan wordt in beginsel uitgegaan indien meer dan een gebruikershoeveelheid, zijnde 0,5 gram, wordt aangetroffen.
In de maatregelentabel van het beleid is opgenomen dat bij het aantreffen van een handelshoeveelheid harddrugs (meer dan 0,5 gram) de woning in beginsel wordt gesloten voor de duur van zes maanden.
Indien de situatie dit eist, kan in bijzondere gevallen overgegaan worden tot een spoedsluiting. In dat geval wordt afgezien van een zienswijzegesprek met belanghebbenden. Ook kan, in geval van een grote spoedeisendheid, mondeling een sluiting worden aangezegd. Het mondelinge besluit tot sluiting wordt vervolgens zo spoedig mogelijk op schrift gesteld.
De spoedsluiting duurt voort, met een maximum van 2 weken, totdat de burgemeester een definitief besluit ten aanzien van het pand heeft genomen en wordt geëffectueerd middels overdracht van de sleutels, verzegeling van het pand en het aanbrengen van een biljet met daarop de tekst dat dit drugspand op last van de burgemeester is gesloten (kennisgeving).
Was de burgemeester bevoegd om de woning te sluiten?
- Niet in geschil is dat in de woning een ruime handelshoeveelheid harddrugs is aangetroffen. Dat de drugs voor eigen gebruik bestemd waren, acht de voorzieningenrechter niet aannemelijk nu verzoeker dit niet heeft onderbouwd. De burgemeester was daarom in beginsel bevoegd om de woning te sluiten.
Was er noodzaak om de woning te sluiten?
- Als de burgemeester bevoegd is om een woning te sluiten, is de volgende vraag of er ook een noodzaak is om een woning te sluiten. Daarbij is van belang of de burgemeester met een minder ingrijpend middel dan een sluiting had kunnen en moeten volstaan omdat het beoogde doel ook daarmee had kunnen worden bereikt.
[3] Aan de hand van de ernst en omvang van de overtreding wordt beoordeeld of sluiting noodzakelijk is ter bescherming van het woon - en leefklimaat bij de woning en het herstel van de openbare orde.[4] Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de vraag of er vanuit de woning werd gehandeld, maar ook om andere omstandigheden, zoals de ligging van een pand in een voor drugscriminaliteit kwetsbare wijk.
- Verzoeker voert aan dat de burgemeester in strijd met zijn beleid heeft gehandeld en eerst een waarschuwing had moeten geven.
- Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de burgemeester de noodzaak tot sluiting van de woning aanwezig kunnen achten en hoefde hij niet met een minder ingrijpend middel, zoals een waarschuwing, te volstaan. De burgemeester heeft daarbij kunnen betrekken dat sprake is van een ernstig geval als bedoeld in zijn beleid gelet op de aangetroffen aanzienlijke handelshoeveelheid harddrugs. Ook heeft de burgemeester in zijn afweging kunnen betrekken dat de woning is doorzocht naar aanleiding van melding dat verzoeker in GHB handelt en deze zelf maakt. Dat deze melding volgens verzoeker waarschijnlijk afkomstig is van een jongen waar verzoeker ruzie mee had, heeft verzoeker niet onderbouwd. Tot slot heeft de burgemeester mee kunnen wegen dat het volgens de politie duidelijk is dat het hier om een redelijk grootschalige professioneel opgezette GHB-productiefaciliteit gaat. De aangetroffen diverse vaten met chemische vloeistoffen bleken na informatie van het Landelijk Forensisch Opsporingsteam dermate gevaarlijk dat deze op speciale wijze ontmanteld en opgeruimd dienden te worden en er was sprake van ontploffingsgevaar. De burgemeester mag dan aannemen dat de woning een rol speelt binnen de keten van drugshandel. Dat levert op zichzelf al een belang op bij sluiting, ook als er – zoals in dit geval – geen overlast ("loop") of feitelijke drugshandel is geconstateerd.
[5]
Is de sluiting van de woning evenwichtig?
- Als de burgemeester zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat de sluiting van de woning noodzakelijk is, komt de vraag aan de orde of de sluiting ook evenwichtig is.
- De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester in strijd met artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft gehandeld door niet overeenkomstig het eigen beleid (eerst) te volstaan met (het op schrift stellen van) een spoedsluiting voor de duur van twee weken en vervolgens (eventueel) te besluiten tot een langere (definitieve) sluitingsduur van de woning. Dat een spoedsluiting, zoals het college ter zitting heeft betoogd, op grond van het beleid zes maanden kan voortduren als het binnen twee weken op schrift wordt gesteld, volgt naar voorlopig oordeel niet uit het Damoclesbeleid gemeente Vlaardingen. Ter zitting is namens verzoeker toegelicht dat het voornaamste bezwaar tegen het middels de spoedsluiting laten voortduren van de sluiting voor de duur van zes maanden is gelegen in het ontbreken van een mogelijkheid tot het geven van een zienswijze en het ontbreken van een begunstigingstermijn. De burgemeester heeft toegelicht dat ten tijde van de spoedsluiting de vereiste spoed zich tegen het bieden van de gelegenheid tot het indienen van een zienswijze en tot het verlenen van een begunstigingstermijn verzette, mede gezien het explosiegevaar. Dat er op het moment van de sluiting in verband met de acute en ernstige de verstoring van de openbare orde geen tijd was om een zienswijze te vragen kan de voorzieningenrechter volgen
[6] , maar dit laat onverlet dat de burgemeester verzoeker in de periode van de spoedsluiting in de gelegenheid had kunnen en moeten stellen zijn zienswijze kenbaar te maken zodat deze kon worden meegenomen in (eventuele) nadere besluitvorming. Naar voorlopig oordeel bestaat er echter geen aanleiding voor het oordeel dat de sluiting van de woning onevenwichtig is, enkel omdat verzoeker geen zienswijze heeft kunnen indienen en (in eerste instantie) geen begunstigingstermijn heeft verkregen.[7] Daarbij acht de voorzieningenrechter van belang dat verzoeker in deze voorzieningenprocedure in de gelegenheid is gesteld om zijn standpunt naar voren te brengen en de voorzieningenrechter in hetgeen verzoeker naar voren heeft gebracht geen aanleiding ziet voor het treffen van een voorlopige voorziening. Daarnaast heeft de burgemeester verzoeker inmiddels in de gelegenheid gesteld om gedurende twee uur zijn persoonlijke eigendommen uit de woning te halen en is ter zitting toegezegd dat verzoeker nogmaals een afspraak kan maken om tijdelijk de woning te betreden voor de duur van een paar uur. De voorzieningenrechter is van oordeel dat hiermee voldoende is gewaarborgd dat verzoeker het draaiende huishouden kan stopzetten en zijn meest noodzakelijke eigendommen uit de woning kan meenemen.
- Ten aanzien van de evenwichtigheid overweegt de voorzieningenrechter voorts dat er evenwicht moet zijn tussen de bescherming van het algemeen belang, in dit geval de bescherming of het herstel van de openbare orde en de woon - en leefomgeving, en de te respecteren grondrechten van verzoeker. Of de sluiting evenwichtig is, hangt af van verschillende omstandigheden. De duur van de sluiting moet evenwichtig zijn, ook als de burgemeester daarin zijn eigen beleid heeft gevolgd. Of de sluiting evenwichtig is hangt ook af van de (mate van) verwijtbaarheid van de aangeschreven persoon, of er een bijzondere binding met de woning is en de mogelijkheid om weer van de woning gebruik te kunnen maken. De gevolgen van de sluiting worden afgewogen tegen de omstandigheden die maken dat de burgemeester een sluiting noodzakelijk mocht vinden. Een sluiting met veel nadelige gevolgen is niet per definitie onevenwichtig.
[8]
- Verzoeker voert aan dat er geen reden is om de sluiting als ultimum remedium in te zetten, mede gelet op artikel 8 van het EVRM. Verzoeker voert voorts aan dat hij geen andere verblijfplaats heeft en dus dakloos zal raken. Verzoeker staat onder reclasseringstoezicht en wil graag deelnemen aan een programma en begeleid worden. Daarnaast voert verzoeker aan dat hij de kelderbox had verhuurd en niet wist wat daarin geplaatst was. Verder heeft de woningcorporatie Waterweg Wonen aangekondigd de huurovereenkomst buitengerechtelijk te willen ontbinden.
19.1. Inherent aan een sluiting van een woning is dat de bewoner de woning moet verlaten. Dit is op zichzelf dan ook geen bijzondere omstandigheid. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker een verwijt kan worden gemaakt omdat hij als huurder verantwoordelijk is voor het gebruik van de woning. Dat verzoeker de kelderbox had verhuurd en niet wist wat daarin geplaatst was en wat daar gebeurde heeft verzoeker niet onderbouwd. De mate van verwijtbaarheid van verzoeker maakt dat de mogelijke gevolgen van de sluiting (zoals buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst) niet onaanvaardbaar zijn. Ook ten aanzien van het reclasseringstoezicht is niet onderbouwd dat verzoeker om die reden gebonden zou zijn aan deze woning.
19.2. De sluiting van de woning is een inmenging als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van het EVRM. De bevoegdheid van de burgemeester tot het gelasten van de sluiting van de woning is neergelegd in artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet en daarom bij de wet voorzien. De sluiting dient daarnaast een legitiem doel, namelijk het herstel van de openbare orde. Zoals onder 11. al is geoordeeld, mocht de burgemeester de sluiting van de woning noodzakelijk achten en heeft hij niet hoeven volstaan met een waarschuwing. De sluiting is daarom ook niet in strijd met artikel 8 van het EVRM.[9]
- Onder deze omstandigheden heeft de burgemeester meer gewicht kunnen en mogen toekennen aan het belang van het herstel van de openbare orde en een veilig woon - en leefklimaat in de omgeving dan aan het belang van verzoeker. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.
Conclusie en gevolgen
- De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de burgemeester de woning gesloten mag houden. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.M. Goossens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.I. van der Hoek, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
29 januari 2025.
de griffier is verhinderd
de uitspraak te tekenen
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Op grond van artikel 5:31 van de Algemene wet bestuursrecht.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 6 oktober 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2243.
Zie de uitspraak van de Afdeling van 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285.
Zie de uitspraken van de Afdeling van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1916 en ECLI:NL:RVS:2022:1910.
Zie de uitspraak van de Afdeling van 25 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:277.
Uit artikel 4:8, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 4:11, aanhef en onder a, van de Awb volgt dat een bestuursorgaan de gelegenheid tot het geven van een zienswijze achterwege kan laten voor zover de vereiste spoed zich daartegen verzet.
Gelet op de spoedeisendheid was de burgemeester op grond van artikel 5:31, eerste lid, van de Awb, niet gehouden verzoeker voorafgaand aan de sluiting een begunstigingstermijn te bieden.
Zie de uitspraak van de Afdeling van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1910.
Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 24 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2444. - - - ## Voetnoten