Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2025:4620 - Rechtbank Rotterdam - 7 januari 2025
Uitspraak
ECLI:NL:RBROT:2025:4620•7 januari 2025
Uitspraak inhoud
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/12014
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 januari 2025 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[verzoeker 1] en [verzoeker 2], uit Groot-Ammers, verzoekers
(gemachtigde: mr. M. Veldman),
en
De burgemeester van Molenlanden, de burgemeester
(gemachtigden: mr. T. Bender en mr. J.W. van 't Zelfde).
Inleiding
- Met het bestreden besluit van 30 december 2024 heeft de burgemeester de woning en het bijbehorende erf aan de [adres] (de woning) gesloten voor de duur van drie maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
- De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 7 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, de gemachtigde van verzoekers en de gemachtigden van de burgemeester.
- Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
- De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
- Het spoedeisend belang is niet in geschil tussen partijen. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding hier anders over te oordelen.
- De burgemeester heeft de woning gesloten omdat uit de bestuurlijke rapportage van 20 december 2024 volgt dat de politie op 19 december 2024 476 gram hennep heeft aangetroffen in de woning. Daarnaast trof de politie illegaal vuurwerk en een illegale gebruikte lanceerbuis voor vuurwerk aan. Ook is er een legaal luchtdrukwapen aangetroffen. Het gaat om een (herstel)maatregel om het pand zichtbaar te onttrekken aan de activiteiten die erop gericht waren om de Opiumwet te overtreden. Er zijn volgens de burgemeester geen omstandigheden gebleken waarbij het volgen van het beleid onredelijke gevolgen zou hebben en als gevolg waarvan de burgemeester zou dienen af te wijken van het beleid. Ook weegt de burgemeester mee dat de woning in 2021 op grond van de Opiumwet gesloten is geweest en dat de politie op 19 december 2024 bij de woning werd belemmerd in de werkzaamheden door een bij verzoekers betrokken grote groep mensen.
- Verzoekers zijn het niet eens met het bestreden besluit. Zij voeren aan dat de burgemeester niet bevoegd is om de woning te sluiten omdat de cannabis afkomstig is van eigen buitenteelt van vijf planten voor eigen gebruik. Er is geen sprake van een winstoogmerk. De grootte van de oogst is niet van belang gelet op de rechtspraak van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2011:BO4015). Verzoekers kan geen strafrechtelijk verwijt worden gemaakt omdat zij binnen de grenzen van vijf planten hebben geoogst. Dit dient volgens verzoekers bestuursrechtelijk door te werken. Van drugshandel of van een verstoring van de openbare orde is volgens verzoekers geen sprake. Verzoekers vinden het bestreden besluit disproportioneel.
8.1. Op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot sluiting van een woning als in dat pand softdrugs wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt of als de drugs met dat doel aanwezig is. De burgemeester legt dan een last onder bestuursdwang op. De burgemeester beschikt bij de uitoefening van die bevoegdheid over beleidsruimte. Dit betekent dat het aan de burgemeester is om de betrokken belangen af te wegen bij zijn besluit om deze bevoegdheid te gebruiken. Het is aan de bestuursrechter om te toetsen of de burgemeester na afweging van de betrokken belangen in redelijkheid daartoe heeft kunnen besluiten.[1]
8.2. De burgemeester voert beleid om de handel in drugs in Molenlanden tegen te gaan. Dit beleid staat in de Beleidsregel artikel 13b Opiumwet 2019 gemeente Molenlanden. In dit beleid staat in welke gevallen de burgemeester in principe overgaat tot sluiting van een woning. Nadat voor de eerste maal meer dan 50 planten of 30 gram softdrugs in een woning of bijbehorend erf zijn/is aangetroffen, wordt in beginsel besloten tot een sluiting voor de duur van drie maanden. Als voor de tweede maal meer dan 50 planten of 30 gram softdrugs in een woning of bijbehorend erf zijn/is aangetroffen, wordt in beginsel besloten tot een sluiting voor de duur van zes maanden.
- De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester aannemelijk heeft gemaakt dat hij de bevoegdheid heeft om de woning te sluiten op grond van de Opiumwet omdat er bijna 500 gram hennep is aangetroffen. De voorzieningenrechter verwijst daarbij naar de rechtspraak van de hoogste bestuursrechter, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
[2] Dat is anders dan in het strafrechtelijk traject. De burgemeester heeft aannemelijk gemaakt dat het gaat om een handelshoeveelheid. De aangetroffen hoeveelheid is te groot om aan te nemen dat geen sprake is van een handelshoeveelheid. De feiten en omstandigheden die verzoekers naar voren hebben gebracht zijn onvoldoende om aan te nemen dat de aangetroffen hoeveelheid afkomstig is van vijf planten. De voorzieningenrechter vindt ook dat er een noodzaak is om de woning te sluiten. De woning is in 2021 ook al gesloten geweest op grond van de Opiumwet vanwege het aantreffen van een enorme hoeveelheid cannabis. Er is daarom sprake van recidive. Het aangetroffen illegale vuurwerk weegt voor de voorzieningenrechter niet zo zwaar dat dit bijdraagt aan de onderbouwing van de noodzaak van de sluiting. Er zijn geen aanwijzingen voor vuurwerkhandel in de rapportage. Ten tijde van het aantreffen van de handelshoeveelheid hennep was sprake van een duidelijke verstoring van de openbare orde buiten/rondom de woning. Naast de aangetroffen handelshoeveelheid drugs mag de burgemeester ook op grond van de ordeverstoring tijdens de doorzoeking van de woning het standpunt innemen dat er een belangrijke signaalwerking uitgaat van de sluiting van de woning. In geval van recidive bedraagt de sluitingsduur normaal gesproken zes maanden. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het een juiste beslissing is van de burgemeester om de woning niet voor de duur van zes maanden, maar voor de duur van drie maanden te sluiten. Gelet op de onderbouwing van de sluiting van de woning is een duur van drie maanden op zijn plaats. Als de burgemeester de woning voor de duur van zes maanden had gesloten, was dit in zoverre voor de voorzieningenrechter reden geweest voor het treffen van een voorlopige voorziening. Wat betreft de evenwichtigheid van de sluiting overweegt de voorzieningenrechter dat sprake is van een ingrijpende maatregel waarbij verzoekers tijdelijk een andere woning moeten zoeken. Dit was ook het geval tijdens de eerdere sluiting in 2021 en toen is het verzoekers gelukt om tijdelijk andere woonruimte te vinden. De voorzieningenrechter verwacht dat dit ook nu moet lukken. Als het verzoekers niet lukt om een vervangend onderkomen te vinden, dan kunnen zij zich via de burgemeester melden bij het Leger des Heils. De gevolgen van de sluiting van hun woning zijn groot voor verzoekers. Toch ziet de voorzieningenrechter in wat zij daarover naar voren hebben gebracht geen grond voor het oordeel dat de burgemeester die gevolgen niet goed heeft gewogen. Gelet op wat ter zitting is besproken mocht de burgemeester het standpunt innemen dat de gevolgen voor verzoekers niet onevenredig zijn in verhouding tot de belangen die met de sluiting gediend zijn. De voorzieningenrechter vindt, nu de woning op dit moment nog open is, een begunstigingstermijn van een week redelijk. De woning mag daarom op 14 januari 2025 om 10.00 uur worden gesloten.
Conclusie en gevolgen
- De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de burgemeester de woning van verzoekers mag sluiten voor de duur van drie maanden vanaf 14 januari 2025 om 10.00 uur. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 januari 2025 door mr. V. van Dorst, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.I. van der Hoek, griffier.
De voorzieningenrechter is verhinderd
dit proces-verbaal te ondertekenen
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 6 oktober 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2243.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3179. - - - ## Voetnoten