Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2025:15627 - Rechtbank Rotterdam - 24 december 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2025:1562724 december 2025

Uitspraak inhoud

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11852019 VZ VERZ 25-5781
datum uitspraak: 24 december 2025 (bij vervroeging)
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
Rampex HI One B.V.,
die handelt onder de naam [naam restaurant],
vestigingsplaats: Schiedam,
verzoekster,
verweerster in het voorwaardelijke tegenverzoek,
gemachtigde: mr. D.M. Lai,
tegen
[verweerder],
woonplaats: Schiedam,
verweerder,
verzoeker in het voorwaardelijke tegenverzoek,
gemachtigde: mr. S. Foullani.
De partijen worden hierna '[naam restaurant]' en '[verweerder]' genoemd.

1 De procedure

1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
1.2. Op 18 december 2025 is de zaak tijdens een (hybride) zitting besproken met
[naam], directeur / eigenaar van [naam restaurant], via Teams, en met [verweerder] en de gemachtigden in de zittingszaal.

2 De beoordeling

2.1. [naam restaurant] wijzigt haar standpunt en verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden per 1 maart 2026 omdat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding. Volgens [naam restaurant] is dit niet aan [verweerder] te wijten.
2.2. [verweerder] heeft eerst verweer gevoerd tegen ontbinding van de arbeidsovereenkomst, maar ontkent niet langer dat de arbeidsverhouding is verstoord. [verweerder] refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter over de ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
2.3. De kantonrechter stelt vast dat de arbeidsverhouding is verstoord en dat het daardoor niet meer mogelijk is om samen te werken. Partijen zijn het daarmee eens. Dit is een redelijke grond en herplaatsing ligt niet voor de hand (artikel 7:669 lid 1 en 3 sub g BW). Er is sprake van een opzegverbod, maar geoordeeld wordt dat het verzoek geen verband houdt met omstandigheden waarop dat opzegverbod betrekking heeft. Partijen onderkennen dat ook. Daarom wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden (artikel 7:671b lid 1 onder a, lid 2 en lid 6 onder Visser BW). De einddatum wordt vastgesteld op 1 maart 2026 (artikel 7:671b lid 9 onder a BW).
2.4. Partijen hebben afgesproken dat [verweerder] (voor zover hij daartoe in staat zou zijn) wordt vrijgesteld van het verrichten van zijn werk tot aan het einde van het dienstverband. [naam restaurant] betaalt aan [verweerder] binnen een maand na het einde van het dienstverband
€ 11.360,71 bruto aan beëindigingsvergoeding, waarin de transitievergoeding inbegrepen is. Er zal een reguliere eindafrekening plaatsvinden, waarbij de door [verweerder] opgebouwde vakantietoeslag en niet genoten vakantiedagen aan hem zullen worden uitbetaald.
2.5. De kantonrechter bepaalt dat de partijen de eigen proceskosten dragen. Dat betekent dat zij geen vergoeding hoeven te betalen voor de kosten die de andere partij voor deze rechtszaak heeft gemaakt.

3 De beslissing

De kantonrechter:
3.1. ontbindt de arbeidsovereenkomst per 1 maart 2026;
3.2. bepaalt dat de partijen de eigen proceskosten dragen.
Deze beschikking is gegeven door mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.
465