Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2025:15556 - Rechtbank Rotterdam - 18 september 2025
Uitspraak
ECLI:NL:RBROT:2025:15556•18 september 2025
Uitspraak inhoud
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/706582 / JE RK 25-1887
Datum uitspraak: 18 september 2025
Beschikking van de kinderrechter over vervangende toestemming medische behandeling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
wonende in Rotterdam, hierna te noemen de moeder.
1 Het (verdere) verloop van de procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 11 september 2025, waarbij op een deel van het verzoek van de GI om vervangende toestemming voor een medische behandeling is beslist en de behandeling van het resterende deel van het verzoek is aangehouden.
1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 september 2025. Daarbij was aanwezig: - een vertegenwoordiger van de GI, te weten [naam ] .
1.3. De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
2 De feiten
2.1. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2. Op 21 juni 2023 is [minderjarige] door de kinderrechter in deze rechtbank onder toezicht gesteld van de GI. De ondertoezichtstelling van [minderjarige] is daarna steeds verlengd en loopt nu tot 15 januari 2026.
2.3. Daarnaast heeft de kinderrechter een machtiging verleend om [minderjarige] in een pleeggezin te plaatsen. Deze machtiging is daarna steeds verlengd en geldt ook tot 15 januari 2026.
2.4. [minderjarige] verblijft in een pleeggezin.
3 Het (aangehouden) verzoek van de GI
3.1. De GI verzoekt om vervangende toestemming te
verlenen voor behandeling van [minderjarige] door een psychiater zo lang en zo vaak als dat nodig is. Op 11 september 2025 is deels op dit verzoek beslist. .
3.2. De GI handhaaft het resterende deel van het verzoek en licht dit ter zitting – samengevat – als volgt toe. [minderjarige] is op 11 september 2025 gezien door een psychiater. Hij had dringend hulp nodig. Hij heeft aangegeven dat hij zich overweldigd voelt door zijn gedachten en zijn gedrag verergerde. De psychiater heeft hem Risperidon voorgeschreven. Deze medicatie lijkt effect te hebben: zijn uitbarstingen zijn minder heftig en hij ervaart enige verlichting. Hierdoor functioneert hij beter thuis en op school, al lukt het hem nog niet om weer hele dagen naar school te gaan. Ook zijn er nog steeds fysieke uitbarstingen. Door zijn hechtingsproblematiek stoot hij hulpverleners en pleegouders af. [minderjarige] is bang om weer bij een pleeggezin weg te moeten. Ook doet hij suïcidale uitspraken. De vader van [minderjarige] is niet in beeld. De moeder reageert al geruime tijd niet op contactpogingen van de jeugdbeschermer. Hierdoor kan geen toestemming worden verkregen voor behandeling van [minderjarige] . Vermoedelijk is zij in het buitenland. Gezien de acute situatie is vervangende toestemming van de kinderrechter nodig. [minderjarige] kan worden behandeld bij Yulius. Die behandeling wordt gegeven door een psycholoog. Volgende week is een afspraak gepland bij de psychiater voor evaluatie van het medicatiegebruik. De pleegouders zijn actief betrokken bij de behandeling. Hopelijk komt [minderjarige] dankzij de medicatie en de behandeling tot rust en kan hij ook weer volledig naar school. [minderjarige] is na de zomervakantie gestart in groep 4.
4 De beoordeling
4.1. De kinderrechter kan vervangende toestemming verlenen voor de medische behandeling van een minderjarige jonger dan twaalf jaar, indien behandeling noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de gezondheid van de minderjarige af te wenden en de ouder die het gezag uitoefent zijn toestemming daarvoor weigert (artikel 1:265h van het Burgerlijk Wetboek). Die situatie doet zich voor. De kinderrechter legt hierna uit waarom.
4.2. Uit de overlegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat de nu 7-jarige [minderjarige] al langere tijd kampt met psychische problemen en dat behandeling hiervan noodzakelijk is. [minderjarige] staat hiervoor op de wachtlijst bij Yulius. Omdat [minderjarige] zich overweldigd voelde door zijn gedachten, hij suïcidale gedachten uitte, en hij forse (fysieke) agressie vertoonde, heeft de kinderrechter op 11 september 2025 vervangende toestemming verleend voor medische behandeling van [minderjarige] door een psychiater. Daarbij is aangetekend dat de vervangende toestemming kortdurend wordt verleend, namelijk tot de zitting van 18 september 2025. De psychiater heeft [minderjarige] medicatie voorgeschreven. Sindsdien gaat het wat beter met hem. Van groot belang is dat [minderjarige] die medicatie kan blijven nemen als de psychiater dat nodig acht. Doordat de jeugdbeschermer al langere tijd geen contact krijgt met de moeder, die vermoedelijk in het buitenland verblijft, kan hiervoor echter geen toestemming worden verkregen van de moeder. De kinderrechter verleent daarom vervangende toestemming. Omdat de moeder niet ter zitting is verschenen en er op 2 oktober 2025 een zitting is over de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van [minderjarige] , wordt de vervangende toestemming opnieuw kortdurend verleend, te weten tot 3 oktober 2025. De behandeling van het resterende deel van het verzoek wordt aangehouden tot 2 oktober 2025, zodat de moeder nog een keer de mogelijkheid heeft om haar mening naar voren te brengen.
4.3. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5 De beslissing
De kinderrechter:
5.1. verleent vervangende toestemming voor de medische behandeling van [minderjarige] , inhoudende behandeling van [minderjarige] door een psychiater in de periode van 18 september 2025 tot 3 oktober 2025;
5.2. verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
en, alvorens verder te beslissen:
5.3. houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en roept de GI en de moeder op te verschijnen tijdens de zitting van mr. A.A.J. de Nijs in de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, in het gerechtsgebouw aan het Wilhelminaplein 100 / 125 in Rotterdam, op 2 oktober 2025 om 15:30 uur, teneinde nader op het verzoek te worden gehoord;
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: