Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2025:15549 - Rechtbank Rotterdam - 12 september 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2025:1554912 september 2025

Uitspraak inhoud

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/692262 / JE RK 25-39
Datum uitspraak: 12 september 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. A.L. Witteveen, kantoorhoudende te Rotterdam.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - de beschikking van 14 februari 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
1.2. Op 12 september 2025 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig: - de moeder met mr. M.S. Krol, waarnemend voor de voornoemde advocaat; - een vertegenwoordiger van de GI, [naam] .

2 De feiten

2.1. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2. [minderjarige] woont bij haar moeder.
2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 14 februari 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 22 september 2025. De beslissing op het overig verzochte is aangehouden.

3 Het (aangehouden) verzoek van de GI

3.1. De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van één jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Bij beschikking van 14 februari 2025 heeft de kinderrechter het verzoek tot 22 september 2025 toegewezen en voor het overig verzochte aangehouden. Thans dient nog te worden beslist op de resterende duur van zes maanden, te weten tot 22 februari 2026.
3.2. De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. Het gaat goed met de moeder en met [minderjarige] . [minderjarige] ontwikkelt zich positief en de GI ziet dat de moeder zich daarvoor actief inzet. De GI spreekt daar waardering voor uit. Een overgang naar het vrijwillig kader is echter nog niet passend op dit moment. In het verleden is gebleken dat de situatie aanvankelijk stabiel leek, maar dat er daarna toch een terugval kwam. Hoewel de moeder weliswaar gemotiveerd is en zij goede stappen zet, blijft zij kwetsbaar. Er moet nog gestart worden met speltherapie en het NIKA-traject voor de moeder en [minderjarige] . De GI acht het belangrijk om de uitkomsten daarvan af te wachten en zo nodig aanvullende hulpverlening in te zetten. Om die reden blijft de betrokkenheid van de jeugdbescherming nodig om de situatie te monitoren en zo de veiligheid van [minderjarige] te waarborgen.

4 Het standpunt van de moeder

4.1. Door en namens de moeder is ter zitting verzocht het verzoek van de GI af te wijzen. Sinds de thuisplaatsing van [minderjarige] gaat het goed met haar. Er zijn geen signalen dat haar ontwikkeling wordt bedreigd. [minderjarige] heeft een goed slaap - en eetritme, volgt zwemles, doet het goed op school en ontvangt de zorg en aandacht die zij nodig heeft. De moeder is betrokken bij [minderjarige] en neemt zelf initiatief om de juiste hulp in te schakelen, onder meer bij school en de gemeente. Ook staat zij open voor het starten van speltherapie en het NIKA-traject. De moeder heeft de afgelopen periode veel vooruitgang geboekt. Ze is al langere tijd stabiel, heeft haar herstelproces op orde en beschikt over een netwerk waar zij bij een terugval terecht kan. Zo heeft zij een bewindvoerder, een mentor en mensen vanuit haar meetings die steun bieden. Zij erkent dat je een verslaving altijd bij je blijft dragen, maar heeft inmiddels geleerd tijdig hulp te vragen. Daarnaast werkt zij aan haar toekomst door met een jobcoach een werktraject op te starten. Ten aanzien van het contact tussen [minderjarige] en de vader heeft de moeder verklaard dat dit momenteel stilligt op zijn initiatief, maar dat de deur voor hem open blijft staan.
De betrokkenheid van jeugdbescherming werkt op dit moment volgens de moeder eerder contraproductief, omdat zij voor de inzet van hulpverlening achter de jeugdbeschermer aan moet en er lange tijd geen plan van aanpak is opgesteld. Nu de moeder de nodige hulp accepteert en zelf de weg naar de hulpverlening weet te vinden, is er geen grond meer voor een ondertoezichtstelling. De aanmeldingen voor hulpverlening lopen door, ook als er geen ondertoezichtstelling meer is. De moeder vindt het belangrijk om de hulpverlening door te zetten in het belang van [minderjarige] .

5 De beoordeling

5.1. De kinderrechter overweegt het volgende. Op grond van artikel 1:265b lid 1 BW kan een machtiging tot uithuisplaatsing of ondertoezichtstelling slechts worden verlengd indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of ter bescherming van haar ontwikkeling. Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat [minderjarige] zich de afgelopen periode goed heeft ontwikkeld en dat haar welzijn en stabiliteit zijn gewaarborgd. De moeder heeft aantoonbaar stappen gezet om de benodigde hulpverlening te accepteren en actief te benutten. Zij heeft onder meer aanmeldingen gedaan voor speltherapie en is gemotiveerd voor het NIKA-traject. Tevens blijkt dat zij beschikt over een steunend netwerk en dat zij in staat is tijdig hulp te vragen indien dat nodig is.
5.2. Hoewel de moeder kwetsbaar blijft vanwege haar verslavingsproblematiek en dat een bedreiging voor de ontwikkeling van [minderjarige] is, is de kinderrechter ervan overtuigd dat de moeder in staat is de resterende hulpverlening in vrijwillig kader te accepteren. De stabiliteit van de moeder sinds de thuisplaatsing van [minderjarige] en de daaraan voorafgaande periode, en de positieve ontwikkeling van [minderjarige] laten zien dat een gedwongen kader niet langer noodzakelijk is om de ontwikkeling van [minderjarige] te beschermen. Eventuele resterende risico's zijn beheersbaar binnen een vrijwillig kader, mede omdat de moeder gemotiveerd is voor hulpverlening, daar het belang van inziet en de weg naar ondersteuning kent.
5.3. Gelet op het voorgaande acht de kinderrechter een verlenging van de ondertoezichtstelling niet noodzakelijk. Het belang van [minderjarige] bij continuïteit en veiligheid kan op adequate wijze worden gewaarborgd door over te gaan naar het vrijwillig kader. De GI kan de komende tijd tot de afloop van de huidige ondertoezichtstelling zorg dragen voor een zorgvuldige overdracht naar het vrijwillig kader. De kinderrechter wijst gelet op het voorgaande het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling af.

6 De beslissing

De kinderrechter:
6.1. wijst het verzoek af.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: