Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2025:15507 - Rechtbank Rotterdam - 12 december 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2025:1550712 december 2025

Uitspraak inhoud

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11560497 CV EXPL 25-4179
datum uitspraak: 12 december 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser],
woonplaats: [woonplaats 1] ( [land] ),
eiser,
gemachtigde: mr. F. Laros,
tegen
[gedaagde], die handelt onder de naam [bedrijf X],
woonplaats: [woonplaats 2] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ' [eiser] ' en ' [gedaagde] ' genoemd.

1 De procedure

1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
1.2. Op 13 november 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren [eiser] en zijn gemachtigde en [gedaagde] aanwezig.

2 De beoordeling

Waar gaat deze zaak over?
2.1. [eiser] heeft – als zakelijke koper – via de website van [gedaagde] op 8 november 2022 een set velgen besteld. Deze waren bestemd voor de Audi Q7 TFSI 60 E die [eiser] eerder dat jaar bij zijn autodealer [naam autodealer] had besteld. De koopprijs van de velgenset bedraagt € 4.495,87.
2.2. Volgens [eiser] heeft hij Garage [naam autodealer] gevraagd om de velgen te monteren, maar gaf die aan dat dat niet kon, omdat de velgen niet geschikt zouden zijn voor de auto. Later heeft hij [naam autobedrijf] werkzaamheden laten verrichten aan de lak van de auto en aan dat bedrijf gevraagd om de velgen er alsnog onder te zetten. De originele velgen heeft [eiser] verkocht. In verband met de montage van de velgen door [naam autobedrijf] heeft [eiser] contact gehad met [gedaagde] en toen is afgesproken dat [gedaagde] zogenoemde spacers (ook wel spoorverbreders genoemd) zou leveren, waarmee de velgen wel onder de auto gemonteerd konden worden. Volgens [eiser] is het gebruik van spacers in België, waar hij woont, niet toegestaan en was dit dus bedoeld als tijdelijke maatregel.
2.3. Eind oktober 2023 hebben [eiser] en [gedaagde] overlegd over een andere oplossing voor het passend maken van de velgen. Uiteindelijk hebben zij afgesproken dat [gedaagde] de velgen zou (laten) infrezen. Dat is op 27 september 2024 gebeurd. Volgens [eiser] zijn de velgen door die werkzaamheden zodanig verzwakt dat ze niet meer voldoen aan de geldende eisen en is de auto daarom afgekeurd.
2.4. Op 10 april 2025 heeft [eiser] door [naam bandencentrum] Maastricht nieuwe velgen onder de auto laten monteren. Hij heeft voor deze nieuwe velgen € 2.800, - betaald.
2.5. [eiser] eist in deze procedure een schadevergoeding van [gedaagde] . Hij vindt dat de velgen non-conform zijn. Ten eerste voert hij aan dat de velgen bij aankoop al niet geschikt waren voor de auto van [eiser] en ten tweede dat de velgen na het infrezen niet meer voldeden aan de (algemene) eisen die aan velgen gesteld worden. [eiser] vordert vergoeding van de aankoopkosten van de velgen die hij bij [gedaagde] heeft gekocht à € 4.495,87, vergoeding van de kosten van demontage van € 100,-, een vergoeding voor gebruiksderving omdat hij na het inslijpen niet meer met de auto heeft kunnen rijden van € 20, - per dag (berekend tot en met 7 februari 2025 € 2.800,-), verplaatsingskosten in verband met de werkzaamheden (het infrezen) van 27 september 2024 à € 204,96 en de kosten voor het keuren van de velgen van € 38,50. Dit komt neer op een totaalbedrag van € 7.639,33 plus € 20, - per dag vanaf 8 februari 2025; de kantonrechter begrijpt het zo dat deze € 20, - per dag nu wordt gevorderd tot 10 april 2025, toen de nieuwe velgen zijn gemonteerd.
2.6. Volgens [gedaagde] is hij niet aansprakelijk voor de schade van [eiser] . De velgen waren geschikt voor de auto van [eiser] . Het is mogelijk dat auto op enig moment is gaan werken met andere remblokken dan voorheen en dat daardoor de velgen (die op het moment van de levering wel geschikt waren om in dit type auto gemonteerd te worden zonder spacers) vanaf dat moment met spacers geplaatst moesten worden om te passen. De omstandigheid dat spacers in België niet zijn toegestaan, komt voor rekening van [eiser] , omdat [gedaagde] een Nederlands bedrijf is dat gericht is op klanten in Nederland. In Nederland is het gebruik van spacers geen probleem. Het infrezen van de velgen is gedaan nadat dit met [eiser] zo is afgesproken. Het infrezen over een diepte van 2 mm kan niet tot het afkeuren van de auto hebben geleid, omdat dit overeenkomt met een 'stoeprandschade' van diezelfde diepte en daar mag gewoon mee gereden worden. Tot slot beroept [gedaagde] zich op artikel 11.3 in de algemene voorwaarden die op zijn website staan, waarin zijn aansprakelijkheid voor gevolgschade is uitgesloten.
[gedaagde] is niet tekortgeschoten in zijn verplichtingen ten aanzien van de levering van de velgen
2.7. Partijen zijn het erover eens dat de velgen niet op de auto konden worden gemonteerd zonder dat er hetzij spacers zouden worden gebruikt, hetzij de velgen zouden worden aangepast. Partijen zijn het er niet over eens of dat op het moment van de bestelling van de velgen al bekend had kunnen zijn, of dat dit het gevolg is van een wijziging van de specificaties van het type auto tussen het moment van de bestelling van de velgen en dat van de levering van de auto. Het antwoord op de vraag of de velgen aan de overeenkomst beantwoorden is ervan afhankelijk wie van partijen op dit punt gelijk heeft. Dat kan echter in het midden blijven, om de volgende reden.
2.8. Het staat vast dat de velgen pasten als gebruik werd gemaakt van spacers. Tussen partijen is niet in geschil dat het gebruik van de spacers die in dit geval nodig waren in Nederland is toegestaan. Toen na levering van de auto bleek dat de velgen niet pasten zonder spacers, heeft [eiser] aan [gedaagde] gevraagd alsnog spacers te leveren. De velgen zijn vervolgens met de spacers gemonteerd en [eiser] heeft daarmee bijna een jaar probleemloos gereden. Voor zover de velgen al non-conform zouden zijn geweest heeft [gedaagde] , door de ontbrekende spacers alsnog te leveren, voldaan aan zijn verplichtingen op grond van artikel 7:21 lid 1 sub a BW. Dat het gebruik van spacers in België niet is toegestaan, hoefde [gedaagde] niet te weten en dus ook niet aan [eiser] te melden. Er is niet gesteld of gebleken dat [gedaagde] zijn activiteiten richt op klanten buiten Nederland en het kan niet van hem worden verwacht dat hij op de hoogte is van alle relevante wet - en regelgeving in de landen waar zijn klanten met de door hem geleverde velgen willen rijden.
2.9. Omdat [gedaagde] aan zijn verplichtingen ter zake van de levering van de velgen heeft voldaan, bestaat op dat punt geen grondslag voor de door [eiser] gevorderde schadevergoeding.
Is [gedaagde] aansprakelijk voor schade door infrezen?
2.10. Partijen twisten over de vraag of de velgen, door het over een diepte van 2 mm infrezen, zodanig zijn beschadigd dat ze niet meer geschikt zijn voor normaal gebruik. Als blijkt dat dit het geval is, dan is [gedaagde] daarvoor naar het oordeel van de kantonrechter aansprakelijk, om de volgende redenen. [eiser] heeft [gedaagde] opdracht gegeven tot het infrezen van de velgen. Naar het oordeel van de kantonrechter gaat het hier om een overeenkomst van aanneming van werk, omdat het hier de bewerking van een bestaand werk van stoffelijke aard (de velgen) betreft. Als het infrezen ertoe zou leiden dat de velgen ongeschikt zouden worden voor normaal gebruik, dan had [gedaagde] dat moeten weten en had hij [eiser] daarvoor moeten waarschuwen (artikel 7:754 lid 1 BW). Dat [eiser] heeft ingestemd met de werkzaamheden, maakt dat niet anders.
2.11. Uit het door [eiser] overgelegde keuringsbewijs blijkt niet dat de auto zou moeten worden afgekeurd vanwege het infrezen van de velgen. Op het keuringsbewijs staan als gebreken vermeld:
Wat de beschadiging van de wielen precies inhoudt, wordt niet vermeld. [gedaagde] heeft opgemerkt dat [eiser] zelf schade heeft gereden en [eiser] heeft dat niet betwist.
2.12. De verklaring van [naam bandencentrum] Maastricht is ook niet concreet (genoeg). In de verklaring staat dat de 'structurele integriteit en veiligheid van de velgen niet langer gewaarborgd zijn' door de inslijpingen en dat de 'huidige staat van de velgen niet voldoet aan de eisen die worden gesteld aan verkeersveiligheid volgens de Nederlandse wetgeving (…)', maar waarom dit zo is en wat de gevolgen dan (zouden kunnen) zijn, wordt niet vermeld. De kantonrechter kan daarom niet op basis van deze verklaring concluderen dat door toedoen van [gedaagde] de velgen zodanig zijn beschadigd dat hij is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen en daarom de schade van [eiser] moet vergoeden. Daarbij komt dat [naam bandencentrum] Maastricht niet beschouwd kan worden als onafhankelijke deskundige, omdat [eiser] de nieuwe velgen bij Profile heeft gekocht en door Profile heeft laten monteren.
2.13. Om te kunnen vaststellen of [gedaagde] inderdaad fouten heeft gemaakt door de velgen in te frezen en de velgen daardoor niet meer geschikt zijn voor normaal gebruik, heeft de kantonrechter – zoals op de zitting al besproken – behoefte aan het oordeel van een deskundige. [eiser] heeft verklaard dat hij de velgen nog in zijn bezit heeft, dus die kunnen door een deskundige onderzocht worden. De kantonrechter wil aan de deskundige in elk geval de volgende vragen stellen:
2.14. De kantonrechter zal deze zaak verwijzen naar de hieronder te noemen rolzitting om partijen in de gelegenheid te stellen bij akte op deze vragen te reageren en zich ook, bij voorkeur eenparig, uit te laten over de persoon van de deskundige. Kunnen zij het niet eens worden, dan kunnen zij ieder twee deskundigen voorstellen, waarna de kantonrechter zelf een deskundige zal aanwijzen. Dit hoeft dan niet per definitie een van de door partijen voorgedragen deskundigen te zijn. Het spreekt voor zich dat het de voortgang van de procedure aanzienlijk kan versnellen als partijen met een eensluidend voorstel komen. Het voorschot van de deskundige zal vooralsnog door [eiser] moeten worden betaald, nu hij de partij is op wie de bewijslast rust dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen bij het infrezen van de velgen.
Vooruitlopend op het eindvonnis: de toewijsbaarheid van de gevorderde bedragen
2.15. De kantonrechter oordeelt nu alvast, maar alleen voor het geval uit het deskundigenonderzoek blijkt dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen jegens [eiser] bij het inslijpen van de velgen, dat de gevorderde gebruiksderving niet toewijsbaar is. Anders dan door [eiser] betoogd, is dit wel degelijk gevolgschade die valt onder de werking van artikel 11.3 van de algemene bepalingen die [gedaagde] hanteert. In die bepalingen is de aansprakelijkheid van [gedaagde] uitgesloten. [eiser] heeft op de zitting bevestigd dat hij de auto zakelijk heeft gekocht. Hij is dus geen consument, tegen wie een dergelijke uitsluiting mogelijk niet zou kunnen worden ingeroepen.
2.16. Voor wat betreft de kosten van de keuring heeft [gedaagde] erop gewezen dat op het keuringsbewijs een bedrag van € 8,50 vermeld staat en niet de € 38,50 die [eiser] vordert. [eiser] heeft ook niet toegelicht op grond waarvan hij het hogere bedrag vordert. Daarom is hooguit € 8,50 voor de keuring toewijsbaar.

3 De beslissing

De kantonrechter:
3.1. verwijst de zaak naar de rolzitting van donderdag 15 januari 2026 om 11.30 uur voor het indienen van een akte door elk van de partijen over de persoon van de deskundige en de aan deze te stellen vragen (weergegeven onder 2.12);
3.2. houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
51909