Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2025:15478 - Rechtbank Rotterdam - 19 december 2025
Uitspraak
ECLI:NL:RBROT:2025:15478•19 december 2025
Uitspraak inhoud
Team Jeugd
Zaaknummers: C/10/698302 / JE RK 25-805, C/10/704703 / JE RK 25-1640
en C/10/708327 / FA RK 25-7786
Datum uitspraak: 19 december 2025
Beschikking van de meervoudige kamer over verzoeken tot gezagsbeëindiging, verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing, en vervangende toestemming voor de inschrijving op een school
in de zaken van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd in Rotterdam,
hierna te noemen de Raad,
en
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam,
hierna te noemen de GI,
en
[naam 1],
advocaat in Rotterdam,
hierna te noemen de bijzonder curator,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats 1],
hierna te noemen [minderjarige 1],
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats 1],
hierna te noemen [minderjarige 2].
De rechtbank merkt in alle zaken als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
wonende in [woonplaats 1],
hierna te noemen de moeder,
advocaat mr. L.A. Middelkoop, kantoorhoudende in Rotterdam,
[naam pleegmoeder] en [naam pleegvader],
wonende in [woonplaats 2],
hierna te noemen de gezinshuisouders.
In de zaken van de GI (C/10/698302 / JE RK 25-805) en de Raad (C/10/708327 / FA RK 25-7786) merkt de rechtbank ook de bijzondere curator aan als belanghebbende.
In de zaken van de bijzondere curator (C/10/704703 / JE RK 25-1640) en de Raad (C/10/708327 / FA RK 25-7786) merkt de rechtbank ook de GI aan als belanghebbende.
De rechtbank merkt als informanten aan in de zaak van de Raad (C/10/708327 / FA RK 25-7786):
[naam oma] en [naam opa],
beiden wonende in [woonplaats 3],
hierna te noemen de oma en de opa.
1 Het verloop van de procedure
1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
ten aanzien van C/10/698302 / JE RK 25-805 (verlenging ots en muhp)
ten aanzien van C/10/704703 / JE RK 25-1640 (vervangende toestemming)
ten aanzien van C/10/708327 / FA RK 25-7786 (beëindiging gezag)
1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 december 2025. Daarbij waren aanwezig: - een vertegenwoordiger van de Raad, te weten [naam 2]; - een vertegenwoordiger van de GI, te weten [naam 3].
1.3. De gezinshuismoeder is niet verschenen. De rechtbank stelt vast dat zij wel juist is opgeroepen.
1.4. De rechtbank heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hierover een gesprek gevoerd met de voorzitter. Tijdens de zitting heeft de voorzitter samengevat wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2 De feiten
2.1. De moeder is belast met het eenhoofdig ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].
2.2. Op 12 juni 2020 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] door de kinderrechter in deze rechtbank onder toezicht gesteld van de GI. De ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd en loopt nu tot 12 januari 2026.
2.3. In juni 2021 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de opa en oma gaan wonen. In februari 2023 zijn zij in een pleeggezin geplaatst. Sinds eind maart 2023 verblijven [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in het gezinshuis. De door de kinderrechter verleende machtiging tot plaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in het gezinshuis geldt tot 12 januari 2026.
2.4. De GI heeft zich bij brief van 27 februari 2025 bereid verklaard om de voogdij te aanvaarden.
2.5. Op 3 juni 2025 heeft de kinderrechter [naam 1] tot bijzondere curator benoemd om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te vertegenwoordigen met ingang van 12 juni 2025 tot 12 december 2025.
3 De (aangehouden) verzoeken
3.1. C/10/698302 / JE RK 25-805
De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Er dient nog te worden beslist over de periode van 12 januari 2026 tot 12 juni 2026.
3.2. C/10/704703 / JE RK 25-1640
De bijzondere curator verzoekt de rechtbank om een vervangende handtekening te zetten op het formulier voor de inschrijving van [minderjarige 2] bij onderwijsinstelling het Helinium in Hellevoetsluis. De bijzondere curator verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.3. C/10/708327 / FA RK 25-7786
De Raad verzoekt het gezag van de moeder te beëindigen, de GI tot voogd over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te benoemen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4 De standpunten
4.1. De Raad heeft het verzoek tot beëindiging van het gezag van de moeder ter zitting gehandhaafd, de verzoeken van de GI en de bijzondere curator ondersteund en dit – samengevat – als volgt toegelicht.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn kwetsbare meisjes en hebben veel meegemaakt. Ze wonen nu sinds 2023 in het gezinshuis en dat gaat goed. Het perspectief voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ligt in het gezinshuis en zij willen daar zelf ook blijven wonen. De situatie van de moeder is nog altijd niet stabiel. Het is ook niet te verwachten dat het de moeder zal lukken om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] de veilige en stabiele opvoedsituatie te bieden, die zij nodig hebben. Het is voor de moeder echter ingewikkeld om te accepteren dat zij niet (meer) voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] kan zorgen. . Zij geeft dan ook geen emotionele toestemming voor hun plaatsing in het gezinshuis. Dit is voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ingewikkeld. Er zijn spanningen tussen de moeder, de familie aan moederskant en de gezinshuisouders. Zij hebben verschillende visies op wat in het belang is van de meisjes. In de afgelopen periode heeft de GI onvoldoende de regie gevoerd op het punt van de samenwerking. Daardoor is er ruis ontstaan tussen alle betrokkenen. Er moeten echter praktische zaken voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden geregeld en dat lukt nu niet altijd. Zo hebben de meisjes allebei een beugel nodig die er nog altijd niet is. Ook heeft de moeder geen toestemming verleend voor de inschrijving bij de school van [minderjarige 2]. Door deze situatie hebben [minderjarige 1] en [minderjarige 2] last van spanningsklachten en loyaliteitsproblemen. Zij maken zich zorgen over hun moeder. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn gebaat bij duidelijkheid en rust. Als de GI in de rol van voogd de praktische zaken gaat regelen, dan kan de focus worden gericht op de samenwerking tussen de moeder, het netwerk en het gezinshuis. Eveneens zal er aandacht moeten zijn voor het onderlinge contact tussen de moeder en de meisjes.
Daar komt bij dat de aanvaardbare termijn is verstreken. De jaarlijkse zittingen rondom de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing veroorzaken onrust bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. Het gezag van de moeder moet ook om die reden worden beëindigd. Als het verzoek van de Raad wordt afgewezen, blijven deze maatregelen wel noodzakelijk.
Het is in het belang van [minderjarige 2] dat het verzoek van de bijzondere curator om vervangende toestemming te verlenen voor de inschrijving op school wordt toegewezen.
4.2. De GI is evenals de Raad van mening dat het gezag van de moeder moet worden beëindigd. Dit is in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. Voor het geval het gezag van de moeder niet wordt beëindigd, heeft de GI het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing gehandhaafd. Sinds november is de jeugdbeschermer bij het gezin betrokken en is de omgang tussen de moeder en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hervat. Echter, niet alle afspraken konden doorgang vinden. De moeder heeft moeite om snel en effectief te handelen en om afspraken na te komen. De GI wil ervoor zorgen dat de omgang tussen [minderjarige 1], [minderjarige 2] en de moeder goed wordt geregeld en dat hierover geen onduidelijkheid meer bestaat. Verder moet hulpverlening worden ingezet om de samenwerking en de communicatie tussen de betrokkenen te verbeteren. Een gezagsbeëindiging is noodzakelijk om rust en duidelijkheid te creëren. Ook moet vervangende toestemming voor de inschrijving op school voor [minderjarige 2] worden verleend.
4.3. De advocaat van de moeder verwijst naar het eerder toegezonden verweerschrift. Verder deelt zij namens de moeder mee dat de moeder geen verweer voert tegen een verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing. De moeder verzet zich wel tegen een beëindiging van haar gezag. In het rapport van de Raad zijn feitelijke onjuistheden vermeld en aannames zijn als feiten beschreven terwijl de nuancering ontbreekt. Dat een perspectiefbesluit is genomen, betekent niet dat een beëindiging van het gezag noodzakelijk is. In de afgelopen periode is de GI onvoldoende betrokken geweest. Er is geen jeugdbeschermer beschikbaar geweest en er is geen regie door de GI gevoerd. Daardoor is er ruis ontstaan in de samenwerking tussen de moeder, de opa en oma en het gezinshuis. Dat mag niet tot gevolg hebben dat het gezag van de moeder wordt beëindigd. Het ligt op de weg van de GI om systemische hulp of mediation in te zetten. De moeder weet dat zij momenteel niet voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] kan zorgen en dat hun perspectief is bepaald. Dit doet de moeder veel verdriet, maar zij berust hierin. Er ontstaat niet meer rust of duidelijkheid voor hen door het gezag van de moeder te beëindigen. Het is een kwestie van goede uitleg geven en ook hoeven zij niet jaarlijks naar de zitting te komen. De moeder frustreert geen gezagsbeslissingen. De moeder heeft de toestemming voor de inschrijving op de school niet geweigerd en wil deze graag verlenen. Zij voelde zich overvallen door het verzoek en vroeg of het niet beter zou zijn om voor een andere school te kiezen. Zij staat nu helemaal achter de schoolkeuze en wil voldoen aan de gevraagde formaliteiten. De moeder heeft voor de beugels eveneens haar toestemming gegeven. De kosten zijn betaald vanuit de moeder. Vervolgens is er bij de gemeente iets mis gegaan in de financiën. Tot slot is van belang dat het niet doorgaan van omgangsmomenten niet geheel aan de moeder te wijten is, ook de GI heeft afspraken afgezegd. De moeder is telefonisch altijd bereikbaar, alleen WhatsApp berichten kan zij niet ontvangen. Kortom, er zijn geen gronden om het gezag van de moeder te beëindigen.
4.2. De gezinshuisvader heeft ter zitting naar voren gebracht dat de communicatie met de moeder stroef en moeilijk verloopt. De gezinshuisouders ervaren steeds dat zij de moeder niet kunnen bereiken, waardoor zij niet adequaat kunnen handelen en geen praktische zaken voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] kunnen regelen. Het lukt ook niet om met de moeder overeenstemming te bereiken. Het afgelopen jaar is de samenwerking met de moeder en de opa en oma verslechterd door het gebrek aan betrokkenheid van een jeugdbeschermer. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben emotionele toestemming nodig dat zij in het gezinshuis mogen blijven wonen. Als het gezag van de moeder wordt beëindigd kunnen noodzakelijke (gezags)beslissingen voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] makkelijker worden genomen. Ook zorgen deze (gezags)beslissingen dan niet langer voor onrust en onduidelijkheid. Voor het verbeteren van de communicatie is het nodig om afspraken te maken, deze vast te leggen en met elkaar na te komen.
4.3. De bijzondere curator heeft het verzoek voor vervangende toestemming ter zitting gehandhaafd, de verzoeken van de GI en de Raad ondersteund en zich aangesloten bij wat namens de Raad en de GI tijdens de zitting is aangevoerd. De vervangende toestemming van de rechtbank voor de inschrijving is nog steeds noodzakelijk. De school vraagt hierom en dit punt moet nog steeds worden afgewikkeld. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ervaren veel verdriet dat zij niet bij hun moeder kunnen opgroeien, maar zij accepteren wel dat zij bij het gezinshuis blijven wonen. Ze hebben het daar naar hun zin. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] willen daarnaast goed contact met hun moeder. Als de bezoeken met de moeder niet doorgaan, hebben [minderjarige 1] en [minderjarige 2] daar veel verdriet van. Zij hebben ook last van de spanningen en ruis in de samenwerking tussen de moeder en de betrokkenen. Het is in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dat partijen met elkaar afspraken maken en dat deze worden nagekomen zodat er duidelijkheid en rust voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ontstaat. In die situatie kan de betrokkenheid van de bijzondere curator worden beëindigd.
5 De informatie van de opa
5.1 De opa heeft ter zitting overeenkomstig zijn schriftelijke verklaring informatie verstrekt.
6 De beoordeling
6.1. Op grond van artikel 1:266, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank het gezag van een ouder beëindigen, indien:
a. een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en de ouder niet in staat is de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247, tweede lid, BW te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, of
b. de ouder het gezag misbruikt.
6.2. Het beëindigen van het ouderlijk gezag is een maatregel die ingrijpt in het gezinsleven van zowel de ouder van wie het gezag wordt beëindigd als de minderjarige waarover het gezag wordt uitgeoefend. Daarbij is van belang dat artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) onder meer eist dat de belangen van het kind en die van de ouder tegen elkaar worden afgewogen. Ten aanzien van het belang van het kind volgt uit het bepaalde in de artikelen 3 en 20 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) dat de belangen van het kind voorop staan bij het nemen van een beslissing tot het beëindigen van ouderlijk gezag. Op grond van artikel 8 EVRM geldt ten slotte dat, indien het doel van een gezagsbeëindiging met een lichtere maatregel kan worden bereikt, deze verkozen dient te worden boven de zwaardere maatregel. Daarnaast dient de inmenging in het gezinsleven die het gevolg is van deze maatregel, in een redelijke verhouding te staan tot het doel dat met de maatregel wordt nagestreefd (subsidiariteit en proportionaliteit). De rechtbank overweegt hierover het volgende.
6.3. Naar het oordeel van de rechtbank wordt de ontwikkeling van de nu 13-jarige tweeling [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ernstig bedreigd en kan de moeder de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] niet binnen een aanvaardbare termijn dragen.[1] Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de moeder in een zorgelijke opvoedsituatie zijn opgegroeid. Er zijn zorgen over het middelengebruik en het (psychisch) welbevinden van de moeder. In de afgelopen jaren werden door de politie meldingen gedaan dat de moeder zich in een netwerk van drugsgebruikers bevond. Toen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] nog bij de moeder woonden, verzuimden zij regelmatig van school, maakten zij een verwaarloosde indruk, hadden zij moeite met het accepteren van het gezag van de moeder en waren zij meermalen vermist. Vanwege de aanhoudende zorgen zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] uit huis geplaatst. In de periode van juni 2021 tot begin 2023 hebben zij bij de opa en oma verbleven. Na een kort verblijf in een pleeggezin zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in maart 2023 in het gezinshuis geplaatst. Daar ontwikkelen zij zich goed.
6.4. Ondanks de ingezette hulpverlening vanuit het wijkteam, ouderondersteuning vanuit AMZO en een gezinsbehandeling bij Yulius, is de moeder niet in staat gebleken om de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] weer op zich te nemen. Sinds april 2025 is de moeder dakloos, leeft zij in haar auto en heeft zij geen structurele inkomsten. Het lukt de moeder niet om de situatie te verbeteren. Zij staat ambivalent tegenover het accepteren van professionele hulp. Zo is een gezinsopname bij Gezin Totaal door haar afgewezen. Hoewel de moeder daar anders over denkt, zijn er nog steeds zorgen over drugsgebruik en over het gedrag van de moeder in het bijzijn van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. Daarnaast lukt het de moeder niet altijd om de afspraken met de kinderen na te komen of komt zij te laat. Dit geeft onrust, maar ook teleurstelling bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. Daar komt bij dat ook praktische zaken niet goed geregeld worden. De voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] benodigde beugels en een schoolinschrijving voor [minderjarige 2] zijn niet geregeld, waarvan [minderjarige 1] en [minderjarige 2] nadeel ondervinden.
6.5. De houding van de moeder is niet in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. De moeder legt de oorzaak van de problemen met name buiten zichzelf en verwijt de GI dat er geen regie is gevoerd om de communicatie met het gezinshuis te verbeteren. De moeder lijkt blijvend in beslag genomen te worden door haar persoonlijke problematiek. Het functioneren van de moeder als gezaghebbende ouder werkt inmiddels belastend voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. Het laten voortduren van deze situatie is niet in hun belang. Er moet voortvarend worden gehandeld en praktische zaken moeten zo spoedig als mogelijk worden geregeld. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben bovendien behoefte aan duidelijkheid over hun opgroeiperspectief. Het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij continuïteit, duidelijkheid en rust in hun opvoedsituatie weegt zwaarder dan het belang van de moeder om haar gezag te behouden. Wanneer deze verantwoordelijkheid bij de moeder wordt weggenomen, zal er hopelijk meer ruimte ontstaan om de focus te gaan verleggen naar structurele en positieve omgangsmomenten tussen de moeder, [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. De GI zal hier op moeten gaan inzetten, evenals op het verbeteren van de samenwerking tussen de overige betrokkenen, zoals de gezinshuisouders en de opa en oma.
6.6. Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat aan de wettelijke vereisten voor beëindiging van het gezag van de moeder is voldaan en zal daarom het verzoek toewijzen.
6.7. Door de beëindiging van het gezag van de moeder is er niemand meer om gezagsbeslissingen over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te nemen. De rechtbank benoemt daarom een voogd over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] die voortaan de gezagsbeslissingen neemt.[2] De GI heeft verklaard dat te willen doen en zal daartoe worden benoemd. Het is in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dat een neutrale instantie als de GI wordt belast met de voogdij vanwege de verstoorde verhoudingen tussen de moeder en haar familie aan de ene kant en het gezinshuis aan de andere kant. Het subsidiaire verzoek van de moeder om een familielid tot voogd te benoemen zal dan ook worden afgewezen.
6.8. De rechtbank zal bepalen dat de moeder aan de GI, die tot voogd wordt benoemd, rekening en verantwoording moet afleggen over het door haar gevoerde bewind over het vermogen van [minderjarige 1] en [minderjarige 2].[3] Dit betekent dat zij de GI op de hoogte moet stellen van alle geldzaken die over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gaan, zodat de GI vanaf nu voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] de geldzaken kan regelen.
6.9. De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Ten aanzien van C/10/704703 / JE RK 25-1640
6.10. Nu de GI gelet op het voorgaande belast wordt met de voogdij, is een beslissing op dit verzoek niet meer nodig. De rechtbank zal het verzoek afwijzen.
Ten aanzien van C/10/698302 / JE RK 25-805
6.11. Nu de rechtbank het gezag van de moeder zal beëindigen, kunnen de gronden van het resterende deel van het verzoek van de GI niet meer worden onderzocht. Daarom zal de rechtbank het verzoek van de GI afwijzen.
Ten aanzien van de benoeming van de bijzondere curator
6.12. Gelet op al het vorenstaande beschouwt de rechtbank de werkzaamheden van de bijzondere curator, zoals voortvloeiend uit de beschikking van 3 juni 2025, als beëindigd en dankt zij de bijzondere curator voor haar inspanningen.
7 De beslissing
De rechtbank:
ten aanzien van C/10/708327 / FA RK 25-7786
7.1. beëindigt het ouderlijk gezag van [naam moeder], geboren op [geboortedatum 2] 1980 in [geboorteplaats 2], over [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats 1] en [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats 1];
7.2. benoemt de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd in Rotterdamtot voogd over genoemde minderjarigen;
7.3. bepaalt dat de moeder rekening en verantwoording moet afleggen over het door haar gevoerde bewind over het vermogen van genoemde minderjarigen;
7.4. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
ten aanzien van C/10/704703 / JE RK 25-1640
7.5. wijst af het verzoek;
Ten aanzien van C/10/698302 / JE RK 25-805
7.6. wijst het resterende deel van het verzoek af, voor zover hierop niet eerder is beslist;
7.7. beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator [naam 1], kantoorhoudende te Rotterdam, voor deze procedure als beëindigd.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
Artikel 1:266, eerste lid, onder a, BW.
Artikel 1:275, eerste lid, BW.
Artikel 1:276, eerste lid, BW. - - - ## Voetnoten