Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2025:15427 - Rechtbank Rotterdam - 21 oktober 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2025:1542721 oktober 2025

Uitspraak inhoud

Team jeugd
Parketnummers: 15-142341-25, 10-135234-25 en 10-236399-25 (gevoegd ttz.)
Datum uitspraak: 21 oktober 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats] ,
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres 1] , [postcode] te [woonplaats] ,
nu gedetineerd in [naam JJI] [detentielocatie] te [detentieplaats] .
raadsrouw mr. H.E. Berman, advocaat te Haarlem.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 21 oktober 2025.

2 Tenlastelegging

De verdachte staat terecht op de verdenking van vier strafbare feiten. De volledige omschrijving is opgenomen in bijlage I. Het gaat om:

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. A.H.A. de Bruijne heeft gevorderd:

4 Waardering van het bewijs

4.1. Feit 1, 3 en 4: bewezenverklaring zonder nadere motivering
De feiten 1, 3 en 4 zijn door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
4.2. Bewijswaardering feit 2
De verdediging heeft vrijspraak bepleit, zowel van opzet - als van schuldheling. De verdachte heeft verklaard dat hij de scooter van een vriend heeft geleend en dat deze vriend de scooter had gestart. De verdachte wist niet dat de scooter gestolen was en hoefde dat ook niet te vermoeden, aldus de verdediging.
Dit betoog slaagt niet. Uit het proces-verbaal van de politie blijkt dat het contactslot van de scooter in zijn geheel niet meer aanwezig was. De verdachte had – ook op zijn leeftijd – dit moeten zien. Dat geldt ook als hij de scooter niet zelf gestart heeft. Hij had gewoon beter moeten kijken naar de scooter. Door dat niet te doen, is het aan zijn schuld te wijten dat hij in het bezit was van een gestolen scooter. Er is dus sprake van schuldheling.
4.3. Bewezenverklaring
Bijlage II bevat de inhoud van de bewijsmiddelen voor feit 2. Bijlage III bevat een opgave van de bewijsmiddelen voor feit 1, 3 en 4 (primair).
De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:
(parketnummer 10-236399-25)
hij op of omstreeks 31 januari 2025 te Rotterdam, een of meerdere blikken energy drank en/of snoepgoed, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Albert Heijn (gelegen aan de [naam locatie] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
(parketnummer 10-135234-25)
hij op of omstreeks 2 mei 2025 te Rotterdam, een scooter, althans een goed heeft verworven,voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althansredelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
hij op of omstreeks 2 mei 2025 te Rotterdam als bestuurder van een motorrijtuig (een scooter) heeft gereden op de weg, de Zevenkampse Ring, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde;
(parketnummer 15-142341-25)
4.hij op of omstreeks 10 mei 2025 te Zaandam, gemeente Zaanstad tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in/uit een winkel (gelegen aan de [adres 2] ) sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgaan, vergezeld en/of gevolgdvan geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door - voorzien van gezichtsbedekkende kleding, mes en/of een hamer voornoemde winkel binnen te gaan en/of - met een hamer om zich heen te slaan en/of (daarbij) het glas in een deur kapot te slaan en/of - een mes te trekken en deze dreigend naar die [slachtoffer] te richten en/of aan die [slachtoffer] te tonen en/of - die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen "dit is serieus, anders ga ik je steken", althans woorden van gelijke dreigende strekking en/of - die [slachtoffer] met een mes te volgen en/of - (daarbij) het mes (op zeer korte afstand) in de richting van die [slachtoffer] te houden en/of - met een hamer één of meerdere vitrines kapot te slaan en/of - sieraden in een tas te doen.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:
Feit 1: diefstal
Feit 2: schuldheling
Feit 3: overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994
Feit 4: diefstal, voorafgegaan van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1. Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2. Feiten waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft zich op vijftienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan vier strafbare feiten.
De verdachte heeft samen met anderen een overval gepleegd op een juwelierszaak. Zij zijn op klaarlichte dag met gezichtsbedekkende kleding de winkel binnengevallen, hebben met een hamer het glas van de etalages kapot geslagen en hebben de aangever met een mes bedreigd. Vervolgens zijn de sieraden uit de etalages weggenomen en in een tas gestopt. De verdachte en zijn mededaders hebben geen oog gehad voor de impact van het feit. De ervaring leert dat de slachtoffers van dergelijke delicten nog lange tijd de nadelige psychische gevolgen kunnen ondervinden van hetgeen hen is overkomen. Bovendien maken dergelijke strafbare feiten een grove inbreuk op de rechtsorde en brengen deze in de samenleving gevoelens van angst en onveiligheid teweeg.
De verdachte heeft zich ook schuldig gemaakt aan een winkeldiefstal in een supermarkt. Dit soort diefstallen veroorzaken schade en overlast voor de winkeliers en de maatschappij. Ook bij de schuldheling en het rijden zonder rijbewijs op de scooter heeft de verdachte niet stilgestaan bij de consequenties van zijn handelen.
7.3. Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1. Strafblad
Uit een uittreksel uit de justitiële documentatie van 14 oktober 2025 blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor Wegenverkeerswetfeiten.
7.3.2. Rapportages en verklaring van deskundige op de terechtzitting
Psycholoog E. Koster heeft op 3 oktober 2025 een rapport over de verdachte opgemaakt.
Daaruit blijkt het volgende:
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft op 20 oktober 2025 een rapport over de verdachte opgemaakt.
Daaruit blijkt het volgende:
Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: te noemen JBRR) heeft op 17 oktober 2025 een rapport over de verdachte opgemaakt.
Daaruit blijkt het volgende:
Op de zitting is als deskundige gehoord [persoon A] , jeugdreclasseerder bij JBRR. Hij heeft in aanvulling op zijn rapport toegelicht dat de verdachte is aangemeld voor een driemilieuvoorziening, maar dat er nog geen zicht is op welke termijn dit kan aanvangen. De deskundige acht intensieve begeleiding van een coach nodig, hetgeen inmiddels is aangevraagd voor één à twee uur per dag. Ook kan de verdachte terug naar het [naam school] waar hij voor zijn detentie op school zat. Hij heeft dagbesteding en dat gaat op dit moment goed. De jeugdreclassering staat niet achter een gesloten plaatsing in een civiel kader. De gronden voor een gesloten plaatsing zijn op dit moment niet aanwezig.
7.4. Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Jeugdstrafrecht
Gelet op de leeftijd van de verdachte ten tijde van de strafbare feiten, wordt het jeugdstrafrecht toegepast.
Toerekeningsvatbaarheid
Nu de conclusie van de psycholoog gedragen wordt door de bevindingen en door hetgeen op de terechtzitting is gebleken, neemt de rechtbank die conclusie over. Bij de verdachte bestond tijdens het begaan van het feit een verstandelijke beperking en een psychische stoornis in verband waarmee hij in verminderde mate toerekeningsvatbaar wordt geacht.
Straf
Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.
De rechtbank heeft – naast de verminderde toerekeningsvatbaar – rekening gehouden met strafverzwarende omstandigheden voor de overval op de juwelier (feit 4). Het betreft een ernstige overval gepleegd door drie personen. Daarbij is gedreigd met een mes en met een hamer zijn etalages ingeslagen. Deze omstandigheden rechtvaardigen oplegging van een flinke jeugddetentie als strafrechtelijke sanctie.
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de verdachte gebaat is bij voortzetting van de begeleiding. Voor de invulling daarvan volgt de rechtbank het advies van de jeugdreclassering. Concreet betekent dit dat er direct wordt toegewerkt naar een opname in een driemilieuvoorziening. In het advies van de psycholoog was dit nog bedoeld als een optie, voor het geval de overige voorwaarden niet het gewenste resultaat zouden opleveren. Maar uit het verloop van de schorsing is het de rechtbank voldoende gebleken dat opname in een driemilieuvoorziening niet als een alternatief gezien moet worden. De rechtbank neemt meewerken aan MDFT nog wel op als voorwaarde, maar die is bedoeld als overgangsmaatregel tot een opname in een driemilieuvoorziening gerealiseerd kan worden.
De rechtbank zal daarom een deel van de straf voorwaardelijk opleggen, met de volgende voorwaarden: een meldplicht, houden aan aanwijzingen van JBRR, de avondklok, meewerken aan MDFT, verblijven in een driemilieusvoorziening of een andere instelling, naar school en/of stage gaan, inspannen voor een positieve vrijetijdsbesteding, meewerken aan een behandeling bij een coach en, indien aan de orde, een adreswijziging doorgeven.
Aan de jeugdreclassering zal daarbij opdracht worden gegeven tot het houden van toezicht op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
Het voorwaardelijk strafdeel dient er toe de verdachte te bewegen om deze voorwaarden na te komen, maar ook om hem ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.
De verdediging heeft verzocht om een voorwaardelijke werkstraf op te leggen vanwege het aantal dagen voorarrest en omdat een werkstraf effectiever zou zijn. Gelet op de ernst van de feiten en de LOVS-oriëntatiepunten gaat de rechtbank niet mee in dit verzoek. Ook kan de rechtbank niet meegaan met het verzoek van de moeder van de verdachte om hem naar de Dominicaanse republiek te sturen om bij zijn grootmoeder en familie op het platteland te gaan werken.
Dadelijke uitvoerbaarheid
De veroordeelde heeft zich schuldig gemaakt aan diefstel met geweld in vereniging. Dit is een misdrijf dat gevaar heeft veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon. Er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Daarom zal de rechtbank – hoewel niet gevorderd – bevelen dat de hierna te stellen voorwaarden en het uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 310, 312, 417bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 107 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank: - verklaart bewezen dat de verdachte feiten 1, 2, 3 en 4 (primair), zoals hiervoor omschreven, heeft begaan; - verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; - stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten; - verklaart de verdachte strafbaar; - veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 180 (honderdtachtig) dagen; - beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht; - bepaalt dat deze jeugddetentie een gedeelte van de jeugddetentie groot 53 (drieënvijftig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten; - verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op 2 (twee) jaren; - tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden; - stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit; - stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde: - verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:
de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugd/reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugd/reclassering zo vaak en zolang als de jeugd/reclassering dit noodzakelijk acht; - geeft opdracht aan Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden; - beveelt dat de gestelde voorwaarden en het aan genoemde jeugdreclasseringsinstelling opgedragen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. N. Doorduijn, voorzitter,
en mrs. H. Wielhouwer en L.W.M. Hendriks, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.J.H. Mooren, griffier,
en uitgesproken op de terechtzitting van deze rechtbank op 21 oktober 2025.
De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Leeswijzer:
De tenlastelegging is neergelegd in drie dagvaardingen, met ieder een eigen parketnummer. Voor de leesbaarheid van dit vonnis heeft de rechtbank de verschillende feiten voorzien van een doorlopende nummering op de wijze zoals hieronder vermeld.
Concreet werkt de nummering als volgt:
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat:
Parketnummer 10-236399-25
hij op of omstreeks 31 januari 2025 te Rotterdam, een of meerdere blikken energy drank en/of snoepgoed, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Albert Heijn (gelegen aan de [naam locatie] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Parketnummer 10-135234-25
hij op of omstreeks 2 mei 2025 te Rotterdam, een scooter, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
hij op of omstreeks 2 mei 2025 te Rotterdam als bestuurder van een motorrijtuig (een scooter) heeft gereden op de weg, de Zevenkampse Ring, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde;
Parketnummer 15-142341-25
4.hij op of omstreeks 10 mei 2025 te Zaandam, gemeente Zaanstad tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in/uit een winkel (gelegen aan de [adres 2] ) sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door-voorzien van gezichtsbedekkende kleding, mes en/of een hamer voornoemde winkel binnen te gaan en/of-met een hamer om zich heen te slaan en/of (daarbij) het glas in een deur kapot te slaan en/of-een mes te trekken en deze dreigend naar die [slachtoffer] te richten en/of aan die [slachtoffer] te tonen en/of-die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen "dit is serieus, anders ga ik je steken", althans woorden van gelijke dreigende strekking en/of-die [slachtoffer] met een mes te volgen en/of-(daarbij) het mes (op zeer korte afstand) in de richting van die [slachtoffer] te houden en/of-met een hamer één of meerdere vitrines kapot te slaan en/of-sieraden in een tas te doen,
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 10 mei 2025 te Zaandam, gemeente Zaanstad tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om in/uit een winkel (gelegen aan de [adres 2] ) sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,-voorzien van gezichtsbedekkende kleding, mes en/of een hamer voornoemde winkel binnen is gegaan en/of-met een hamer om zich heen heeft geslagen en/of (daarbij) het glas in een deur kapot heeft geslagen en/of-een mes heeft getrokken en deze dreigend naar die [slachtoffer] heeft gericht en/of aan die [slachtoffer] heeft getoond en/of-die [slachtoffer] dreigend de woorden heeft toegevoegd "dit is serieus, anders ga ik je steken", althans woorden van gelijke dreigende strekking en/of-die [slachtoffer] met een mes is gevolgd en/of-(daarbij) het mes (op zeer korte afstand) in de richting van die [slachtoffer] heeft gehouden en/of-met een hamer één of meerdere vitrines heeft kapot geslagen en/of-sieraden, in een tas heeft gedaan,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.