Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2025:15405 - Rechtbank Rotterdam - 17 december 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2025:1540517 december 2025

Uitspraak inhoud

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/711096 / JE RK 25-2501
Datum uitspraak: 17 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over vervangende toestemming voor de aanvraag van een Nederlands reisdocument
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2009 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2011 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] .

1 Het verloop van de procedure

1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 december 2025. Daarbij waren aanwezig: - de moeder; - een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
1.3. De vader is niet verschenen. De vader heeft voorafgaand aan de zitting laten weten niet aanwezig te kunnen zijn en aangegeven het niet eens te zijn met het verzoek.
1.4. De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] uitgenodigd voor een gesprek met haar. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben hieraan gevolg gegeven en hebben voorafgaand aan de zitting een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2 De feiten

2.1. De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] .
2.2. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wonen bij hun moeder.
2.3. Bij beschikking van 14 april 2025 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengd tot 18 april 2026. Bij die beschikking is ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] bij de ouder met gezag, te weten de moeder verlengd tot 18 april 2026.

3 Het verzoek

3.1. De GI verzoekt vervangende toestemming te verlenen voor het verkrijgen van een Nederlands reisdocument, te weten een paspoort voor [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2. De GI handhaaft ter zitting het verzoek.

4 Het standpunt van de moeder

De moeder stemt in met het verzoek. De vader verleent geen toestemming voor het aanvragen van een paspoort. [voornaam minderjarige 1] heeft een paspoort nodig voor haar opleiding tot stewardess. Daarnaast wenst de moeder binnenkort met [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] naar Brazilië te reizen zodat zij daar hun familie kunnen ontmoeten.

5 De beoordeling

5.1. Op grond van artikel 34, eerste lid, van de Paspoortwet, voor zover hier relevant, wordt bij een aanvraag (van een reisdocument) door of ten behoeve van een minderjarige een verklaring van toestemming overgelegd van iedere persoon die het gezag uitoefent.
5.2. De kinderrechter stelt vast dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] voor het aanvragen van een paspoort de toestemming van hun gezaghebbende vader nodig hebben. De GI heeft de vader herhaalde malen om deze toestemming gevraagd, maar de vader heeft hieraan geen medewerking verleend.
Ten aanzien van [voornaam minderjarige 1]
5.3. Op grond van artikel 34, derde lid, van de Paspoortwet kan indien een persoon die het gezag uitoefent een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid weigert, deze op verzoek van de minderjarige van zestien jaren of ouder worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter.
5.4. Op grond van artikel 34, vijfde lid, van de Paspoortwet geeft de rechter in de in het tweede, derde en vierde lid bedoelde gevallen een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
5.5. [voornaam minderjarige 1] is zestien jaar en zou in beginsel zelf bij de kinderrechter vervangende toestemming moeten verzoeken. Omdat [voornaam minderjarige 1] onder toezicht staat, heeft de GI voor haar gemeend vervangende toestemming te moeten aanvragen. Hoewel de GI formeel niet bevoegd was om deze aanvraag te doen, zal de kinderrechter dit formele gebrek passeren. De vraag of vervangende toestemming wordt verleend, wordt getoetst aan de maatstaf of dit in het belang van [voornaam minderjarige 1] is. Het is aannemelijk dat [voornaam minderjarige 1] , indien zij had geweten dat zij zelf de aanvraag moest doen, dit met behulp van de GI ook zelf zou hebben gedaan.
5.6. De kinderrechter acht het in het belang van [voornaam minderjarige 1] dat zij een paspoort verkrijgt, omdat zij dit nodig heeft voor haar opleiding tot stewardess en zodat zij samen met haar moeder (en broertje) naar Brazilië kan reizen voor vakantie en familiebezoek. Gezien de weigering van de vader om toestemming te verlenen, zal de kinderrechter het verzoek van de GI toewijzen en vervangende toestemming verlenen voor het aanvragen van een Nederlands paspoort voor [voornaam minderjarige 1] .
Ten aanzien van [voornaam minderjarige 2]
5.7. Op grond van artikel 36, eerste lid, van de Paspoortwet kan bij een aanvraag ten behoeve van een minderjarige die onder toezicht is gesteld en jonger is dan zestien jaar, indien één of beide personen die het gezag over de minderjarige uitoefenen, weigeren een verklaring van toestemming als bedoeld in artikel 34, eerste lid, af te geven, in plaats van die verklaring een verklaring van toestemming van de bevoegde rechter worden overgelegd.
5.8. Op grond van artikel 36, tweede lid, van de Paspoortwet kan de rechter een verklaring van toestemming afgeven op verzoek van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 1:254 van het Burgerlijk Wetboek. De rechter geeft een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
5.9. De kinderrechter acht het in het belang van [voornaam minderjarige 2] dat hij een paspoort verkrijgt, zodat hij samen met zijn moeder (en zus) naar Brazilië kan reizen voor vakantie en familiebezoek. Gezien de weigering van de vader om toestemming te verlenen, zal de kinderrechter het verzoek van de GI toewijzen en vervangende toestemming verlenen voor het aanvragen van een Nederlands paspoort voor [voornaam minderjarige 2] .

6 De beslissing

De kinderrechter:
6.1. verleent de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, vervangende toestemming voor het aanvragen van een Nederlands reisdocument, te weten een paspoort, voor de minderjarige [minderjarige 1] geboren op [geboortedatum 1] 2009 en voor de minderjarige [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2011;
6.2. bepaalt dat deze vervangende toestemming strekt tot vervanging van de vereiste toestemming van de vader.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: