Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2025:15402 - Rechtbank Rotterdam - 12 december 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2025:1540212 december 2025

Uitspraak inhoud

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/709432 / JE RK 25-2254
Datum uitspraak: 12 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, gevestigd in Amsterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] ,
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. M. Soytekin, kantoorhoudende in Rotterdam,
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
[persoon A] ,
pleegmoeder tevens tante moederszijde, hierna te noemen: de tante, wonende in [woonplaats 2] .

1 Het verloop van de procedure

1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 december 2025. Daarbij waren aanwezig:
1.3. De tante is niet verschenen. Zij heeft voorafgaand aan de zitting per e-mail laten weten niet aanwezig te zullen zijn. Daarbij heeft zij aangegeven dat [voornaam minderjarige] bij haar mag blijven wonen en dat zij haar uiterste best voor haar zal doen.
1.4. De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
1.5. Aangezien de vader de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Turkse taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand A. Dogan, tolk in de Turkse taal. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.
1.6. De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2 De feiten

2.1. De vader is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2. [voornaam minderjarige] verblijft bij haar tante.
2.3. Bij beschikking van 20 maart 2025 is [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 20 maart 2026. Bij die beschikking is ook de machtiging tot uithuisplaatsing in een netwerkpleeggezin, te weten bij de tante, verleend tot 20 december 2025.

3 De verzoeken

Het verzoek van de GI
3.1. De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Het zelfstandige verzoek van de vader
3.2. De vader verzoekt een (begeleide) zorgregeling vast te stellen tussen de vader en [voornaam minderjarige] , inhoudende:
 dat vader om de twee weken contact heeft met [voornaam minderjarige] gedurende twee uren;
 dat vader wekelijks een videobelmoment heeft met [voornaam minderjarige] ;
 dat de regeling nader wordt uitgebreid door de GI;
althans een zorgregeling zoals door u in goede justitie te bepalen en te bepalen dat pleegmoeder gehouden is uitvoering te geven aan bovengenoemde zorgregeling en deze niet te belemmeren.

4 Het standpunt van de GI

4.1. De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. [voornaam minderjarige] vertoont meer negatief gedrag dan voorheen. Zij bemoeit zich veel met haar omgeving. [voornaam minderjarige] lijkt op deze manier aandacht te vragen. De moeder heeft eens in de zes weken omgang met [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] heeft bij haar tante aangegeven liever iets anders te willen doen dan naar deze omgang te gaan. De GI acht het contact met de moeder in het belang van [voornaam minderjarige] , waardoor de GI de tante heeft gemotiveerd om met [voornaam minderjarige] naar de omgangsmomenten te blijven gaan. De vader heeft twee begeleide omgangsmomenten met [voornaam minderjarige] gehad. De omgangsmomenten met de vader verlopen goed. Tijdens het eerste moment zocht [voornaam minderjarige] veel contact en bevestiging bij de vader. Het tweede omgangsmoment verliep natuurlijker. Afgesproken is dat eens per twee weken op zaterdag begeleide omgang plaatsvindt bij Youth Care, totdat duidelijkheid bestaat over de uitkomst van het politieonderzoek. Het perspectief van [voornaam minderjarige] dient nog te worden onderzocht, maar dit is op dit moment niet mogelijk vanwege de aangifte. De bedoeling is dat [voornaam minderjarige] de komende tijd bij de tante blijft wonen. Wel wordt gemerkt dat [voornaam minderjarige] geen emotionele toestemming krijgt vanuit de tante voor de omgangsmomenten met de vader. De GI is van mening dat plaatsing bij de tante het meest wenselijk is en dat de tante haar uiterste best doet om alle ballen in de lucht te houden. Wel vraagt de GI zich af of de plaatsing haalbaar is voor de tante. De GI verzoekt daarom om bij de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing te verwijzen naar een plek binnen pleegzorg en niet expliciet de tante op te nemen.

5 Het standpunt van de vader

5.1. Door en namens de vader wordt ingestemd met een verlenging van de uithuisplaatsing, mits deze bij de tante plaatsvindt en mits het perspectiefonderzoek bij de vader wordt voortgezet. [voornaam minderjarige] woont al geruime tijd bij de tante en het is niet in haar belang dat zij nu elders wordt geplaatst. Ten aanzien van het zelfstandig verzoek; de vader is tot mei 2025 altijd in beeld geweest in het leven van [voornaam minderjarige] . In mei 2025 is vanuit [voornaam minderjarige] een signaal bij de GI binnengekomen over seksueel overschrijdend gedrag. [voornaam minderjarige] heeft eerder verklaard nooit door een volwassene te zijn aangeraakt. [voornaam minderjarige] is een kwetsbaar meisje dat veel heeft meegemaakt en het is bekend dat zij soms onwaarheden vertelt. De vader heeft vertrouwen in het politieonderzoek. De vader zal op 5 januari 2026 worden gehoord over de aantijgingen en hoopt dat snel duidelijk wordt dat dit niet is gebeurd. De vader heeft de wens om voor [voornaam minderjarige] te zorgen en te laten zien dat hij de opvoeding van [voornaam minderjarige] aankan en de aangeboden hulpverlening zal accepteren. De vader is tot op heden alle afspraken nagekomen, ook toen de afspraak gold dat hij geen contact met [voornaam minderjarige] mocht hebben. Hieraan heeft de vader zich, in het belang van [voornaam minderjarige] , gehouden. In september zou contactherstel plaatsvinden, maar dit is door de tante tegengehouden, waardoor twee afspraken geen doorgang hebben gevonden. In november is het contactherstel gestart vanwege druk vanuit de GI. De GI is hierbij de beslissende factor. Om die reden is een zelfstandig verzoek ingediend, nu sprake is van een geschil over de uitvoering. De vader heeft [voornaam minderjarige] inmiddels twee keer onder begeleiding van Youth Care gezien. [voornaam minderjarige] reageert goed op de vader. [voornaam minderjarige] geeft aan dat zij de vader mist. In de komende periode dient het contactherstel te worden voortgezet. Een nieuwe ontwikkeling is dat de vader over een woning beschikt. De GI is uitgenodigd om deze te bezichtigen.

6 De beoordeling

Machtiging tot uithuisplaatsing
6.1. Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.[1]
6.2. [voornaam minderjarige] heeft in haar jonge leven al veel meegemaakt. Zij is opgegroeid in een zorgelijke en onveilige opvoedsituatie. Na het uit elkaar gaan van haar ouders bleef zij bij haar moeder wonen. Vanwege persoonlijke problematiek van de moeder is [voornaam minderjarige] bij haar tante gaan verblijven. Zij is later teruggeplaatst bij de moeder met inzet van ambulante spoedhulp, maar in juli 2024 is zij opnieuw bij haar tante gaan wonen. Volgens de GI ervaart [voornaam minderjarige] veel last van de loyaliteit die zij voelt richting haar ouders. [voornaam minderjarige] ontvangt diagnostiek en behandeling vanuit Enver en zij heeft begeleide omgang met haar ouders. [voornaam minderjarige] heeft enkele maanden geen contact gehad met haar vader, omdat zij heeft aangegeven dat sprake is geweest van seksueel overschrijdend gedrag. Het strafrechtelijk onderzoek daarnaar is nog niet afgerond. Het contact tussen [voornaam minderjarige] en de vader is onlangs weer opgestart en vindt onder begeleiding van Youth Care plaats. Aan het contactherstel tussen [voornaam minderjarige] en de vader zal de komende periode zorgvuldig verder moeten worden gewerkt, in het tempo van [voornaam minderjarige] .
6.3. Voor alle betrokkenen is duidelijkheid over het perspectief van [voornaam minderjarige] belangrijk. Die duidelijkheid is er nu nog niet, mede omdat eerst moet worden gewerkt aan het contactherstel. Het is wel van belang dat het perspectief van [voornaam minderjarige] de blijvende aandacht heeft. Bij haar tante ervaart [voornaam minderjarige] rust en stabiliteit, waardoor voortzetting van haar verblijf daar de komende periode in haar belang is. Indien de GI van mening is dat [voornaam minderjarige] niet langer bij de tante kan wonen (en ook niet bij een van de ouders), dan behoeft de GI de toestemming van de kinderrechter voor wijziging in het verblijf van [voornaam minderjarige] omdat zij inmiddels langer dan een jaar door de tante wordt opgevoed en verzorgd.[2]
6.4. De kinderrechter is van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de tante noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.[3] De kinderrechter zal de machtiging daarom verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling, tot 20 maart 2026.
Zelfstandig verzoek
6.5. De kinderrechter acht het zelfstandige verzoek van de vader in strijd met de eisen van een goede procesorde, aangezien het verzoek pas op 10 december 2025 is ingediend. Het verzoek wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitvoerbaar bij voorraad
6.6. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7 De beslissing

De kinderrechter:
7.1. verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor netwerkpleegzorg, te weten bij de tante, tot 20 maart 2026;
7.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
7.3. verklaart het zelfstandige verzoek van de vader niet-ontvankelijk.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
Artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek (BW).
Artikel 1:265i BW.
Artikel 1:265c, tweede lid, BW. - - - ## Voetnoten
Artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek (BW).
Artikel 1:265i BW.
Artikel 1:265c, tweede lid, BW.