Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2025:15311 - Rechtbank Rotterdam - 19 december 2025
Uitspraak
ECLI:NL:RBROT:2025:15311•19 december 2025
Uitspraak inhoud
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/4861
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, het college
(gemachtigde: mr. S. Ercan).
- Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
Procesverloop
- Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een gehandicaptenparkeerplaats. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 4 december 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 13 mei 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2. De rechtbank heeft het beroep op 10 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college.
Beoordeling door de rechtbank
- Eiseres heeft op grond van artikel 1, aanhef en onder d, van de Beleidsregel gehandicaptenparkeerplaats op kenteken 2016 (de Beleidsregel) een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken aangevraagd. De aanvraag is afgewezen omdat zij volgens het college beschikt over een geschikte inpandige parkeergelegenheid die een onderdeel vormt van het gebouw waar eiseres woont. Er bestaat voor het college geen reden om, door gebruik te maken van de hardheidsclausule van artikel 5 van de Beleidsregel, hiervan af te wijken. Toetsingskader
- Het college komt bij het (al dan niet) nemen van een verkeersbesluit een ruime beoordelingsmarge toe, welke het college kan invullen met beleidsregels.
[1] Het college heeft met de Beleidsregel invulling gegeven aan deze beoordelingsmarge.
4.1. Op grond van artikel 1, aanhef en onder d, van de Beleidsregel komt een aanvrager in aanmerking voor een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken indien de aanvrager niet beschikt of niet kan beschikken over een geschikte (inpandige) parkeergelegenheid die onderdeel vormt van het gebouw waar hij of zij woont en de aanvrager in het verleden geen beschikbare plaats heeft geweigerd.
4.2. In bijzondere gevallen kan er afgeweken worden van de Beleidsregel. Op grond van artikel 5 van de Beleidsregel kan het college afwijken van het bepaalde in de Beleidsregel indien de toepassing daarvan leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Het college komt ook bij de toepassing van de hardheidsclausule een ruime beoordelingsmarge toe.
Beschikt eiseres over een geschikte parkeergelegenheid?
- Eiseres voert aan dat zij niet beschikt over een geschikte parkeergelegenheid. De inpandige parkeerplek is niet geschikt voor eiseres vanwege haar medische beperkingen. Bij het parkeren binnen het complex (de achterzijde) moet zij zware deuren openen. Eiseres stelt overbelast te raken bij het meerdere keren per dag openen van deze deuren. Haar handen zwellen op en van deze pijn kan zij niet slapen. Ook heeft eiseres moeite met het in - en uitstappen van de auto binnen het complex. Ze heeft hiervoor ruimte nodig en binnen het wooncomplex staan de parkeerplekken te dicht op elkaar waardoor zij die ruimte niet heeft. Aan de voorzijde van de straat is de ondergrond gelijkvloers en zijn er automatische deuren. Een parkeerplek op kenteken aan de voorzijde zou dus wel geschikt zijn voor eiseres. Eiseres voert verder aan dat het college de hardheidsclausule had moeten toepassen. Eiseres moet nu ver lopen als ze op straat parkeert. Haar garage is vol en daar zijn geen plaatsen meer vrij. Ruilen van plek met haar partner is ook geen optie, omdat zijn aanvragen voor een nieuwe parkeerplek ook automatisch worden afgewezen.
5.1. De rechtbank is van oordeel dat het college de aanvraag in redelijkheid heeft kunnen afwijzen. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres beschikt over een parkeergelegenheid die onderdeel vormt van het gebouw waar eiseres woont en dat zij daarover kan beschikken. Dit is enkel anders indien de parkeergelegenheid ongeschikt is. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat de parkeerplaats niet breed genoeg is voor haar om het autoportier ver genoeg open te kunnen doen. Eiseres parkeert nu op straat en zij heeft niet gesteld en ook is niet gebleken dat de huidige situatie onhoudbaar is.
5.2. Eiseres heeft een medisch advies overgelegd van het Team Sociaal Medische Advisering, maar hieruit blijkt naar het oordeel van de rechtbank niet dat de inpandige parkeerplaats niet geschikt is voor eiseres. Hoewel het medisch advies luidt dat eiseres zich fysiek beperkt kan belasten, bevat het geen aanknopingspunten dat eiseres de inpandige parkeerplaats niet kan gebruiken omdat zij die niet zou kunnen bereiken. Ook in het geval dat vaststaat dat voor eiseres haar parkeerplaats in de garage niet goed bereikbaar is in verband met de zware deuren naar de garage, zou verweerder niet gehouden zijn de gevraagde vergunning te verlenen. Eiseres moet zich wenden tot de eigenaar van het gebouw om dat probleem op te lossen, waarbij mogelijk aanspraak kan worden gemaakt op financiële middelen vanuit de openbare kas.
5.3. De omstandigheid dat de aanvraag voor een parkeervergunning voor de partner van eiseres wordt afgewezen, betekent nog niet dat sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard waardoor het college moet afwijken van het beleid. Dit is een aparte procedure en tegen de afwijzing kan de partner van eiseres rechtsmiddelen instellen. Conclusie en gevolgen
- Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gehandicaptenparkeerplaats op kenteken krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Blokhuis, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 19 december 2025.
De rechter is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State 28 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY5894. - - - ## Voetnoten