Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2025:15198 - Rechtbank Rotterdam - 19 september 2025
Uitspraak
ECLI:NL:RBROT:2025:15198•19 september 2025
Uitspraak inhoud
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11631016 VZ VERZ 25-2446
datum uitspraak: 19 september 2025
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
Zwanenburg & De Heer Bewindvoering,
als bewindvoerder over de goederen van [naam],
vestigingsplaats: Dordrecht,
verzoekster,
gemachtigde: mr. J.W. Dijke,
tegen
Oostwings B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
verweerster,
gemachtigde: M. Joghi.
De partijen worden hierna 'de bewindvoerder', '[naam]' en 'Oostwings' genoemd.
1 De procedure
1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: - het verzoekschrift van de bewindvoerder, met bijlagen.
1.2. Op 20 juni 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. [naam] en de gemachtigden van partijen waren daarbij aanwezig.
2 De beoordeling
2.1. [naam] was in dienst bij Oostwings. Vanaf 7 februari 2025 heeft hij geen salaris meer ontvangen, omdat hij volgens Oostwings ontslag had genomen. [naam] is het daarmee niet eens. Hij verzoekt daarom Oostwings te veroordelen tot betaling van loon, reserveringen, vakantietoeslag, vergoedingen en wettelijke verhogingen, met rente en kosten. Oostwings heeft verweer gevoerd. De verzoeken worden toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Ontslag?
2.2. Dat [naam] ontslag heeft genomen blijkt volgens Oostwings uit een app van 24 januari 2025. Op de zitting is een printscreen van die app getoond. Daarop was de datum niet te zien. Verder kon er niet meer uit worden opgemaakt dan dat partijen een discussie hadden over geld en dat [naam] reageert met: 'Ik ga naar huis'. Nog daargelaten dat de context van de app onduidelijk is gebleven, wordt van een werkgever verwacht dat zij zich ervan vergewist dat een werknemer daadwerkelijk ontslag heeft willen nemen en begrijpt wat de gevolgen daarvan zijn. Oostwings zegt dat zij daarover een brief aan [naam] heeft gestuurd. [naam] heeft dat betwist en de brief is ook niet overgelegd. Niet kan dan ook worden vastgesteld dat Oostwings aan haar verplichtingen, zoals hiervoor beschreven, heeft voldaan en dus evenmin dat zij ervan heeft mogen en kunnen uitgaan dat [naam] ontslag heeft willen nemen. Dit betekent dat [naam] wordt gevolgd in zijn stelling dat daarvan geen sprake is geweest.
Vergoedingen e.d.
2.3. De bewindvoerder maakt aanspraak op een gefixeerde schadevergoeding van
€ 5.634,16 bruto, een transitievergoeding van € 2.703,27 bruto, een billijke vergoeding van
€ 3.219,52 bruto, loon met reserveringen en vakantietoeslag van € 558,86 bruto, reserveringen van € 2.564,75 bruto, een en ander met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente. Oostwings heeft hiertegen geen verweer gevoerd. Er wordt ook geen aanleiding gezien uit te gaan van andere bedragen dan verzocht. Oostwings heeft ernstig verwijtbaar gehandeld, zodat [naam] recht heeft op een billijke vergoeding. De hoogte daarvan komt gegeven de omstandigheden passend voor. Alle verzoeken worden dan ook toegewezen. Omdat [naam] geen ingangsdatum voor de rente noemt, wordt deze toegewezen als hierna vermeld.
Proceskosten
2.4. Oostwings krijgt ongelijk. Zij moet daarom de proceskosten betalen. Die kosten worden aan de kant van de bewindvoerder begroot op € 732,00 aan griffierecht, € 543,00 aan salaris voor zijn gemachtigde en € 135,00 aan nakosten. Dit is bij elkaar € 1.410,00. Hier kan nog een bedrag bij komen als deze beschikking door een deurwaarder uitgereikt moet worden.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.5. Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
3 De beslissing
De kantonrechter:
3.1. veroordeelt Oostwings om aan de bewindvoerder € 5.634,16 bruto aan gefixeerde schadevergoeding te betalen, met rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek vanaf veertien dagen na het wijzen van deze beschikking tot aan de dag dat volledig is betaald;
3.2. veroordeelt Oostwings om aan de bewindvoerder € 2.703,27 bruto aan transitievergoeding te betalen, met rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek vanaf veertien dagen na het wijzen van deze beschikking tot aan de dag dat volledig is betaald;
3.3. veroordeelt Oostwings om aan de bewindvoerder € 3.219,52 bruto aan billijke vergoeding te betalen, met rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek vanaf veertien dagen na het wijzen van deze beschikking tot aan de dag dat volledig is betaald;
3.4. veroordeelt Oostwings om aan de bewindvoerder € 3.123,61 bruto aan loon, reserveringen en vakantietoeslag, met de wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7:625 Burgerlijk Wetboek van 50 % en met rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek vanaf veertien dagen na het wijzen van deze beschikking tot aan de dag dat volledig is betaald;
3.5. veroordeelt Oostwings in de proceskosten, aan de kant van de bewindvoerder begroot op € 1.410,00;
3.6. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wijst wat meer of anders is verzocht af.
Deze beschikking is gegeven door mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.
686