Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2025:15143 - Rechtbank Rotterdam - 5 augustus 2025
Uitspraak
ECLI:NL:RBROT:2025:15143•5 augustus 2025
Uitspraak inhoud
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/698914 / JE RK 25-894
Datum uitspraak: 5 augustus 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. S.O. Zengin, kantoorhoudende in Den Haag,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] .
De kinderrechter merkt als informanten aan:
[naam pleegouders],
hierna te noemen: de pleegouders.
1 Het verdere verloop van de procedure
1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 23 juni 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken; - de briefrapportage van de GI van 29 juli 2025.
1.2. Op 5 augustus 2025 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig: - de moeder met haar advocaat; - een vertegenwoordiger van de GI, [naam 1] .
1.3. De vader is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.
1.4. De pleegouders zijn – met voorafgaand bericht – niet ter zitting verschenen.
2 De feiten
2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2. [minderjarige] verblijft bij de pleegouders.
2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 23 juni 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 1 juli 2026. Tevens heeft de kinderrechter bij deze beschikking de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 1 september 2025. Het resterende deel van het verzoek is aangehouden
3 Het (aangehouden) verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Hierop is reeds beslist. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van zes maanden. Over de periode tot 1 september 2025 is al beslist. Nu moet nog beslist worden over de resterende periode tot 1 januari 2026.
4 De standpunten
4.1. De GI handhaaft ter zitting het verzoek en verwijst naar de stukken. Het gaat goed met [minderjarige] in het pleeggezin. [minderjarige] gaat naar de logopedist op school en staat op de wachtlijst voor het FAS-onderzoek. De systeemtherapeut is begonnen met het traject voor de moeder. De systeemtherapeut zit op dit moment in de opstartende fase waardoor er nog geen verslagen van het verloop van de afspraken zijn gedeeld.
4.2. Door en namens de moeder wordt verzocht het aangehouden verzoek af te wijzen. Eerder – in maart 2025 – is besloten dat de kinderen weer terug naar huis kunnen. Het is inmiddels augustus en de GI heeft wederom een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing verzocht. Tijdens de zitting van 23 juni 2025 is het plan voor [minderjarige] om terug naar huis te werken, stop gezet doordat haar oudere zus [naam 2] aangaf dat zij snel terug naar de moeder wilde. [naam 2] heeft op een later moment aangegeven toch nog niet naar de moeder terug te willen. In de tussentijd is het niet de bedoeling dat er in afwachting van [naam 2] niet naar een thuisplaatsing van [minderjarige] wordt gewerkt. De moeder is inmiddels een jaar en twee maanden abstinent en staat open voor hulpverlening. De moeder ziet echter dat de hulpverlening van de systeemtherapeut stroef verloopt. De systeemtherapeut heeft aangegeven veel beschikbaar te zijn, maar in praktijk komt het nog niet goed van de grond. De systeemtherapeut is vooral in de avonden en in het weekend beschikbaar maar dit zijn juist momenten die voor de moeder slecht uitkomen. Ook is het voor de moeder – als alleenstaande vrouw – geen fijn gevoel om 's avonds een man in huis te hebben. De moeder kan op woensdag de systeemtherapeut ontvangen. Dit is ook een dag waarop de moeder omgang heeft met de kinderen dus dan kan de systeemtherapeut dat ook monitoren. Het is niet eerlijk naar zowel de moeder als de kinderen om alles te laten afhangen van de systeemtherapie die nu niet vloeiend loopt. Inmiddels is er bij de moeder sprake van een veilige opvoedsituatie. Ook vanuit Antes zijn er geen zorgen over de moeder gemeld. De moeder is van mening dat [minderjarige] weer thuis kan wonen, er vanuit huis hulp kan worden ingezet, zoals systeemtherapie, en dat [minderjarige] vanuit de moeder weer naar school kan gaan na de zomervakantie.
5 De beoordeling
5.1. De nu 4-jarige [minderjarige] is in maart 2024 met haar oudere zussen middels een spoedmachtiging uit huis geplaatst omdat de moeder toen een terugval had in haar alcoholverslaving. De oudste dochter [naam 3] woont inmiddels weer enige tijd thuis bij de moeder. Het oorspronkelijke plan van de GI was om na [naam 3] [minderjarige] thuis te plaatsen. Dit zou stap voor stap plaatsvinden zodat de moeder aan de nieuwe situatie kon wennen. Dit plan is op enig moment gewijzigd nadat de middelste zus [naam 2] tijdens de zitting in juni 2025 aangaf bij zowel de pleegouders als de kinderrechter dat zij graag weer bij haar moeder wilde wonen. Door deze nieuwe ontwikkeling en doordat de jeugdbeschermer tijdens die zitting niet aanwezig was, heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verlengd tot 1 september 2025 in afwachting van de ontwikkelingen.
5.2. Inmiddels is duidelijk geworden dat [naam 2] nog niet naar de moeder zal terug keren. De vraag die nu opkomt is of [minderjarige] alsnog – conform het oorspronkelijke plan – kan terugkeren bij de moeder. Aan de hand van de stukken en de behandeling ter zitting overweegt de kinderrechter hierover als volgt.
5.3. Naarmate een machtiging tot uithuisplaatsing van een (jonge) minderjarige voortduurt, dient de GI haar verzoek tot verdere verlenging extra te motiveren, bij voorkeur met brondocumenten. De kinderrechter stelt vast dat er geen recente (bron)documenten zijn die de zorgen bij de moeder thuis onderbouwen. De moeder heeft onweersproken gesteld dat Antes tevreden is over haar situatie. De moeder heeft al ruim een jaar geen alcohol meer gebruikt. Ondanks het feit dat de systeemtherapeut al geruime tijd geleden is gestart, zijn er geen verslagen beschikbaar. De omgang tussen de moeder en de kinderen verloopt goed. Met [naam 3] lijkt het ook goed te gaan bij de moeder thuis.
5.4. De directe aanleiding voor de uithuisplaatsing van de drie kinderen, was het alcoholmisbruik van de moeder. Deze zorg lijkt al lange tijd geleden weggenomen te zijn. [minderjarige] is weliswaar een kind met extra opvoedbehoeften. Echter, de GI heeft onvoldoende onderbouwd dat [minderjarige] om die reden niet naar de moeder zou kunnen terugkeren. Daarbij komt dat de systeemtherapeut nog geruime tijd betrokken zal zijn en moeder kan ondersteunen en begeleiden wanneer [minderjarige] weer thuis woont. Ook speelt mee dat het nieuwe schooljaar nadert en een wisseling van school tijdens een schooljaar zoveel mogelijk voorkomen moet worden. Alles afwegend, is de kinderrechter van oordeel dat er onvoldoende gronden zijn om de uithuisplaatsing van [minderjarige] verder te verlengen. De kinderrechter zal het (aangehouden) verzoek tot verdere verlenging daarom afwijzen.
5.5. Op dit moment is [minderjarige] met haar pleegouders met vakantie tot 17 augustus 2026. Vanaf die datum zijn er ongeveer twee weken waarin de GI in samenspraak met de pleegouders, de moeder en de systeemtherapeut de thuisplaatsing van [minderjarige] kan voorbereiden. Daarbij dient ook aandacht te zijn voor de hervatting van de logopedie wanneer [minderjarige] weer thuis woont en de voortgang van het FAS-onderzoek waarvoor [minderjarige] op de wachtlijst staat.
6 De beslissing
De kinderrechter wijst het verzoek af, voor zover daar nog niet op is beslist.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: