Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2025:15072 - Rechtbank Rotterdam - 28 augustus 2025
Uitspraak
ECLI:NL:RBROT:2025:15072•28 augustus 2025
Uitspraak inhoud
Team jeugd
Parketnummers: 10-096336-25 en 10-281057-24 (gevoegd t.t.z.)
Datum uitspraak: 28 augustus 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres 1] , [postcode] [woonplaats] ,
raadsman: mr. J.E.F.K. Liauw, advocaat te Rotterdam.
1 Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 14 augustus 2025.
2 Tenlastelegging
De verdachte staat terecht op de verdenking van (1) een poging tot het teweegbrengen van een explosie en (2) leerplichtverzuim. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3 Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. K. Broere heeft gevorderd:
4 Waardering van het bewijs
4.1. Bewijswaardering – parketnummer 10-096336-25
4.1.1. Standpunt verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onder parketnummer 10-096336-25 ten laste gelegde (de poging om een explosie teweeg te brengen).
4.1.2. Beoordeling
De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging. De rechtbank is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte op 28 maart 2025 begonnen is met de uitvoering van het teweegbrengen van een explosie bij of in het bedrijfspand aan de [adres delict] in Rotterdam. Naar eigen zeggen heeft de verdachte de opdracht gekregen om ter afbetaling van zijn schulden bij dat bedrijfspand een explosief tot ontploffing te brengen. De verdachte heeft verklaard dat hij 's nachts door twee personen met de auto is afgezet in Rotterdam, dat hij van hen een plastic tas met daarin een baksteen en twee flessen met brandbare stof met daaraan twee cobra's heeft gekregen en dat hij zelfstandig naar het betreffende bedrijfspand is gelopen. Hij kwam daar ter plaatse en stond met de plastic tas bij de voordeur. De verdachte droeg witte handschoenen, had een aansteker bij zich om het explosief aan te steken en videobelde de gehele tijd met de twee personen om te laten zien wat hij deed. Deze gedragingen zijn naar hun uiterlijke verschijningsvorm gericht op het teweegbrengen van een explosie. Dit begin van uitvoering maakt dat er sprake is van een poging.
De rechtbank gaat hierna onder 5 in op de vraag of er, zoals de raadsman betoogt, sprake is van een vrijwillige terugkeer doordat de verdachte al omgedraaid zou zijn toen hij werd aangehouden door de eigenaar van het pand.
4.1.3. Conclusie
De rechtbank acht het onder parketnummer 10-096336-25 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.
4.2. Bewezenverklaring zonder nadere motivering – parketnummer 10-281057-24
Het onder parketnummer 10-281057-24 ten laste gelegde (leerplichtverzuim) is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
4.3. Bewezenverklaring
Parketnummer 10-096336-25:
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 10-096336-25 ten laste gelegde heeft begaan.
Parketnummer10-281057-24:
In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 10-281057-24 ten laste gelegde heeft begaan.
De verdachte heeft de feiten op die wijze begaan dat:
Parketnummer 10-096336-25:
hij, op of omstreeks 28 maart 2025 te Rotterdam,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomenmisdrijf omopzettelijkbrand te stichten en/of een explosie teweeg te brengen,terwijl daarvan - gemeen gevaar voor goederen, te weten een pand gelegen aan de [adres delict][adres delict] en/of goederen in/rondom dit pand en/of aangrenzenden panden, - levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te wetenpersonen in/rondom het pand gelegen aan de [adres delict] en/ofaanwezige(n) in aangrenzende pand(en) en/of passanten van die panden,te duchten was, - een explosief, te weten twee flessen aanmaak vloeistof met daaraan bevestigd tweecobra's, op de stoep voor het pand heeft neergezet, - dit explosief (vervolgens) met een aansteker heeft willen aansteken, - het (aangestoken) explosief in een gat in de deur en/of het raam van het pandheeft willen gooien, en/of - het (aangestoken) explosief aan de deur heeft willen bevestigen,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Parketnummer10-281057-24:
hij in of omstreeks de periode van 22 augustus 2023 tot en met 27 maart 2024 teSpijkenisse, gemeente Nissewaard,althans in Nederlandals jongere die de leeftijd van 12 jaren had bereikt,terwijl hij als leerling aan een school, te weten [naam school] (locatie: [naam locatie] )stond ingeschreven,niet heeft voldaan aan de verplichting om overeenkomstig de bepalingen van deLeerplichtwet 1969,deze school geregeld te bezoeken.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5 Strafbaarheid feiten
De bewezen feiten leveren op:
Parketnummer 10-096336-25:
medeplegen van een poging tot opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.
Parketnummer10-118165-24:
als leerplichtige jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt de verplichting tot geregeld volgen van onderwijs niet nakomen.
5.1. Strafbaarheid – parketnummer 10-096336-25
5.1.1. Standpunt verdediging
De verdediging heeft betoogd dat het ten laste gelegde niet strafbaar is, omdat er sprake is van vrijwillige terugtred. Toen de verdachte voor de deur van het bedrijfspand stond heeft hij zich bedacht en is hij omgedraaid.
5.1.2. Beoordeling
De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging. Dat de verdachte uit eigen beweging heeft afgezien van het plan om een explosie teweeg te brengen bij of in het bedrijfspand, is niet aannemelijk. Weliswaar volgt uit de verklaringen van de verdachte en [persoon A] dat de verdachte zich voor dat bedrijfspand op enig moment heeft omgedraaid. Daaruit blijkt echter onvoldoende dat hij op dat moment afgezien had van de poging tot het teweegbrengen van een explosie. Immers, de verdachte heeft zelf bij de politie verklaard dat hij ter plaatse stond te 'vertragen'. Vertragen is niet hetzelfde als ervan afzien. [persoon A] heeft verklaard eveneens te hebben gezien dat de verdachte voor zijn winkel stopte en de plastic zak opende. [persoon A] is vervolgens naar buiten gerend met een vuurwapen. Pas toen is de verdachte met zijn handelen gestopt. Op grond hiervan stelt de rechtbank vast dat er geen sprake is van vrijwillige terugtred: de verdachte is door [persoon A] gestopt.
5.1.3. . Conclusie
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.
6 Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.
7 Motivering straf
7.1. Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2. Feiten waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft zich samen met anderen op vijftienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan een poging tot het teweegbrengen van een explosie. De verdachte is in de nacht van 28 maart 2025 door twee personen afgezet in Rotterdam en is met de plastic zak met daarin een baksteen en het explosief, te weten twee flessen met een brandbare stof met daaraan twee cobra's, naar het bedrijfspand aan de [adres delict] in Rotterdam gelopen. Met de aangetroffen baksteen en het explosief had hij een flinke explosie teweeg kunnen brengen en een brand kunnen stichten in of bij het betreffende bedrijfspand met veel schade, letsel en/of levensgevaar tot gevolg. Dergelijke explosies zijn bedreigend en beangstigend voor de aanwezige(n) in het bedrijfspand en de omwonenden, te meer nu bij dit bedrijfspand al eerder ontploffingen hadden plaatsgevonden. Ook leiden dit soort explosies, alsook de pogingen en voorbereidingen daartoe, tot onrust en gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. De rechtbank vindt het zeer zorgelijk dat de verdachte bereid is om tegen het kwijtschelden van zijn schulden zo'n ernstig strafbaar feit te plegen.
Daarnaast heeft de verdachte zich gedurende de periode van 22 augustus 2023 tot en met 27 maart 2024 schuldig gemaakt aan het overtreden van de leerplichtwet. De verdachte is bij 31 lesuren ongeoorloofd niet aanwezig geweest en is 10 keer te laat gekomen op school. Hij geeft aan dat hij niet uit zijn bed wilde komen om naar school te gaan. Ondanks de inspanning en de inzet van de school, heeft de verdachte zich niet aan de afspraken gehouden. De verdachte is daarom naar bureau HALT gestuurd, maar ook hier heeft hij zich niet aan de afspraken gehouden. Dat is teleurstellend en niet in zijn belang. School is belangrijk voor de ontwikkeling van de verdachte en totdat hij de leeftijd van achttien jaar bereikt, is school bovendien verplicht. De rechtbank neemt het de verdachte kwalijk dat hij niet voldoende zijn verantwoordelijkheid neemt en de schuld veelal buiten zichzelf legt.
7.3. Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1. Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 3 juli 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.
7.3.2. Rapportages en verklaring van deskundige op de terechtzitting
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd op 8 augustus 2025. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
De verdachte is een first offender. De Raad ziet dat de risicofactoren die de kans op herhaling van delictgedrag verhogen liggen in de domeinen werk, vrije tijd en gezin. De Raad signaleert dat er zorgen zijn in de algehele ontwikkeling en opvoedsituatie van de verdachte. Op dit moment voelt de verdachte zich thuis niet gezien en gehoord en ervaart hij een minder hechte band met zijn moeder. De verdachte toont zelfbepalend gedrag, maar er zijn ook zorgen over het gebrek aan de vrijheid die hij krijgt om zijn eigen identiteit te ontwikkelen. De Raad acht het daarom van belang dat de net opgestarte Multi Systeem Therapie (MST/MDFT) zich richt op verbeteren van de opvoedsituatie van de verdachte. Het is van belang dat de verdachte in zijn opvoedsituatie regels en afspraken heeft die meer passend zijn bij zijn kalenderleeftijd, maar dat hij ook leert van de verkeerde keuzes die hij maakt en over de verkeerde vrienden waar hij mogelijk in contact mee is. Daarnaast is het noodzakelijk dat de verdachte andere hulpverlening krijgt in de vorm van (trauma)behandeling en kan een jongerencoach helpend zijn.
De Raad adviseert een voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen met daarbij als bijzondere voorwaarden dat de verdachte een zinvolle vrijetijdsbesteding zoekt en behoudt, meewerkt aan de inzet van een jongerencoach en eventueel andere aanvullende (trauma)behandeling en zich houdt aan een contactverbod met het slachtoffer, een avondklok en de meldplicht.
De jeugdreclassering heeft ook een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd op 11 augustus 2025. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
De jeugdreclassering geeft aan dat er verschillende zorgen zijn over de verdachte. Hij heeft in 2023 een zwaar ongeluk gehad. Hoewel hij aangeeft daarvan geen last meer te hebben, stelt de moeder dat het gedrag van de verdachte na het ongeluk in negatieve zin is veranderd. De band tussen de verdachte en de moeder staat op dit moment onder druk. MDFT is daarom betrokken. De verdachte heeft tijdens het feit van 28 maart 2025 een vuurwapen op zich gericht gekregen en heeft daar nog steeds last van. De verdachte wenst nu geen hulp daarbij, maar dit kan mogelijk in de toekomst wel nodig zijn. Het is positief te noemen dat het op school nu redelijk gaat en dat de verdachte voetbalt. Daarbij komt dat de verdachte tijdens zijn schorsing van de voorlopige hechtenis goed heeft meegewerkt en zich aan de voorwaarden heeft gehouden. Ook lijkt hij afstand te hebben gedaan van zijn antisociale netwerk en focust hij op positieve zaken. Het risicoprofiel wordt als 'laag' ingeschat.
De jeugdreclassering adviseert een deels voorwaardelijke jeugddetentie, waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de duur van de voorlopige hechtenis. De jeugdreclassering adviseert daarbij als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich houdt aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering, dat hij naar school gaat volgens het lesrooster, dat hij zich inzet voor het vinden en behouden van een positieve vrijetijdsbesteding, dat hij mee blijft werken aan MDFT en andere hulp als dat nodig is en dat hij zicht houdt aan het contactverbod met het slachtoffer.
De jeugdreclassering, vertegenwoordigd door [persoon B] , heeft ter zitting toegelicht dat de verdachte zich goed aan de schorsingsvoorwaarden heeft gehouden en dat de samenwerking met hem prettig is verlopen. Er zijn wel nog zorgen over de thuissituatie, maar daarvoor is nu hulpverlening ingezet. De avondklok is niet meer nodig.
De rechtbank heeft acht geslagen op de rapportages en hetgeen door de deskundige ter terechtzitting naar voren is gebracht.
7.4. Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Parketnummer 10-096336-25:
Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdachte was destijds pas vijftien jaar oud en is een first offender. De verdachte heeft zich tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis zeer goed aan de voorwaarden en afspraken gehouden. De rechtbank houdt eveneens rekening met het feit dat de eigenaar van het pand destijds met een vuurwapen naar buiten is gerend en dat hij deze heeft gericht op de verdachte.
Het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde straf is gelijk aan de tijd die de verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, zodat hij niet terug hoeft naar de justitiële jeugdinrichting en zijn positieve ontwikkeling kan voortzetten. De rechtbank legt daarnaast een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk op, overeenkomstig het advies van de jeugdreclassering. Het voorwaardelijk strafdeel dient er toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
De rechtbank acht de hierna te noemen straf, zoals gevorderd door de officier van justitie, daarom passend en geboden.
Parketnummer 10-281957-24:
Ten aanzien van de bewezenverklaring van de overtreding van de leerplicht – een overtreding en geen misdrijf – kan geen jeugddetentie worden opgelegd. De verdachte gaat inmiddels weer naar school en er zijn afspraken gemaakt om herhaling van het (ongeoorloofde) schoolverzuim te voorkomen. Verder worden in het kader van deze strafzaak bijzondere voorwaarden opgelegd die de verdachte kunnen ondersteunen bij zijn schoolgang. De rechtbank geeft daarom toepassing aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht en legt geen straf of maatregel op aan de verdachte voor het feit onder parketnummer 10-28195-24.
8 Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 45, 47, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg en 157 van het Wetboek van Strafrecht.
9 Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
10 Beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte ten aanzien van het onder 10-096336-25 bewezenverklaarde feit tot een jeugddetentie voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 106 (honderdzes) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op2 (twee) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde: - zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde: - zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht; - gedurende de proeftijd naar school zal gaan volgens het lesrooster en zich aan de regels en afspraken zal houden die daar gelden; - zich gedurende de proeftijd zal inzetten voor het vinden en behouden van een positieve vrijetijdsbesteding in de vorm van een bijbaan en/of sport; - gedurende de proeftijd zal blijven meewerken aan de begeleiding en behandeling van MDFT en aan begeleiding en/of behandeling (anders dan MDFT) wanneer de jeugdreclassering dit nodig acht, zoals meewerken aan begeleiding door een jongerencoach; - gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [persoon A] , [geboortedatum 2] 1986;
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden: - dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden; - dat de veroordeelde medewerking zal verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
bepaalt dat ten aanzien van het onder parketnummer 10-281057-24 bewezenverklaarde feit geen straf of maatregel wordt opgelegd;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte ten aanzien van parketnummer 10-096336-25; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. N. Doorduijn, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. J.C.M. Persoon en R. van den Wildenberg, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van mrs. L.M. Ruijgrok en V. Lankhaar, griffiers,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 augustus 2025.
Bijlage I
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
Parketnummer 10-096336-25:
hij, op of omstreeks 28 maart 2025 te Rotterdam,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomenmisdrijf omopzettelijkbrand te stichten en/of een explosie teweeg te brengen,terwijl daarvan - gemeen gevaar voor goederen, te weten een pand gelegen aan de [adres delict][adres delict] en/of goederen in/rondom dit pand en/of aangrenzenden panden, - levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te wetenpersonen in/rondom het pand gelegen aan de [adres delict] en/ofaanwezige(n) in aangrenzende pand(en) en/of passanten van die panden,te duchten was, - een explosief, te weten twee flessen aanmaak vloeistof met daaraan bevestigd tweecobra's, op de stoep voor het pand heeft neergezet, - dit explosief (vervolgens) met een aansteker heeft willen aansteken, - het (aangestoken) explosief in een gat in de deur en/of het raam van het pandheeft willen gooien, en/of - het (aangestoken) explosief aan de deur heeft willen bevestigen,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Parketnummer10-118165-24:
hij in of omstreeks de periode van 22 augustus 2023 tot en met 27 maart 2024 teSpijkenisse, gemeente Nissewaard, althans in Nederlandals jongere die de leeftijd van 12 jaren had bereikt,terwijl hij als leerling aan een school, te weten [naam school] (loctie: [naam locatie] )stond ingeschreven,niet heeft voldaan aan de verplichting om overeenkomstig de bepalingen van deLeerplichtwet 1969,deze school geregeld te bezoeken.