Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2025:15071 - Rechtbank Rotterdam - 30 oktober 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2025:1507130 oktober 2025

Uitspraak inhoud

Team jeugd
Parketnummer: 10/167548-25
Datum uitspraak: 30 oktober 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 2005,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres 1] , [postcode] te [woonplaats] ,
preventief gedetineerd in [naam P.I.] te [detentieplaats] ( [naam P.I.] ),
raadsman: mr. G.S.J. van Gestel, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de openbare terechtzitting van 30 oktober 2025.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. A.H.A. de Bruijne heeft gevorderd:

4 Waardering van het bewijs

4.1. Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
4.2. Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij op of omstreeks31 mei 2025 te Oude-Tonge, gemeente Goeree-Overflakkee,een ofmeerdere pakje(s) sigaretten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten deleaan de [naam winkel] (gevestigd aan de [adres 2] te Oude Tonge ), in elk geval aan eenander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om deze zichwederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan envergezeld en/ofgevolgdvan geweld en/ofbedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2][slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijkte maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vluchtmogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door: - een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, te tonen aan die [slachtoffer 1]en/of[slachtoffer 2] en/of - (vervolgens) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp,een stekendebewegingen te maken richting die [slachtoffer 1]en/of [slachtoffer 2];
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:
diefstal, voorafgegaan van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6 Motivering straf

6.1. Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
6.2. Feit waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft op 19-jarige leeftijd onder invloed van verdovende middelen de [naam winkel] overvallen omdat hij sigaretten wilde hebben. De verdachte is 's ochtends in het donker gekleed en met een bedekt gezicht de [naam winkel] binnengelopen. De verdachte heeft een mes getoond aan de winkelmedewerkers en heeft daarmee een stekende beweging gemaakt richting een van hen. Hierop zijn de winkelmedewerkers de winkel uit gevlucht. De verdachte heeft vervolgens meerdere pakjes sigaretten weggenomen. Deze situatie moet heel beangstigend zijn geweest voor de winkelmedewerkers. Slachtoffers van overvallen kunnen nog lange tijd last hebben van de psychische gevolgen daarvan. Meer algemeen, en zeker wanneer daarbij wapens in het spel zijn, veroorzaken dit soort feiten grote gevoelens van onrust binnen de maatschappij. De verdachte heeft daarmee geen rekening gehouden en heeft alleen oog gehad voor zijn eigen gewin. Dat neemt de rechtbank de verdachte kwalijk.
6.3. Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
6.3.1. Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 6 oktober 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.
6.3.2. Rapportages en verklaring van deskundige op de terechtzitting
De GZ-Psycholoog, dr. [naam psycholoog] , heeft een rapport over de verdachte opgemaakt gedateerd 26 augustus 2025. Dit rapport houdt voor zover van belang het volgende in.
De verdachte heeft ADHD, een depressieve stoornis en stoornissen in gebruik van middelen. Daarnaast is bij de verdachte sprake van deficiënties in de sociale contactname en van gedrags-, emotie - en affectregulatieproblematiek. Hiervan was ook tijdens het ten laste gelegde sprake en deze stoornissen hebben de gedragskeuzes en gedragingen van de verdachte beïnvloed. De verdachte is voorafgaand aan het ten laste gelegde somber en geïsoleerd geraakt en heeft suïcidale gedachtes ontwikkeld. De verdachte is in toenemende mate verdovende middelen gaan gebruiken, waardoor zijn stemmingsproblematiek verslechterd is. Het verslavingsaspect in combinatie met de stemming - en emotieregulatieproblematiek wordt als zwaarwegend gezien, waarbij de gebrekkige impulscontrole - en aandachtfuncties het oordeelsvermogen van de verdachte negatief hebben beïnvloed. Geadviseerd wordt om de verdachte het laste gelegde in een (sterk) verminderde mate toe te rekenen.
Bij het voortduren van het overmatig middelengebruik van de verdachte en het uitblijven van behandeling wordt het risico op recidive op matig ingeschat. In het geval van abstinentie en adequate behandeling wordt deze kans als laag ingeschat. De verdachte is niet eerder met politie en justitie in aanraking geweest en hij lijkt geen structurele delinquente denkbeelden of motieven te hebben.
Het is in het belang van de verdachte dat hij intensief wordt behandeld voor met name zijn verslavingsproblematiek, maar ook voor zijn onderliggende stemmings - en emotieregulatieproblematiek. Het is tevens van belang dat er aandacht is voor de deficiënties in de sociale contactname. De verdachte krijgt in de [naam P.I.] de structuur en kaders die hij nodig heeft en hij is daar gestabiliseerd. Een klinische start van de intensieve behandeling is wenselijk. Om behandeling voor de verdachte te borgen en hem reclasseringstoezicht en begeleiding te bieden wordt geadviseerd om de verdachte vorenstaande als bijzondere voorwaarden bij een deels voorwaardelijk straf op te leggen.
De reclassering heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 28 oktober 2025. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
Het recidiverisico wordt gemiddeld ingeschat. De risicofactoren zijn gelegen in het ontbreken van een dagbesteding en inkomen. Daarnaast kampt de verdachte met psychische gezondheidsproblematiek en middelengebruik. De verdachte heeft een intensief behandeltraject nodig. Een klinische behandeling biedt de mogelijkheid om de stabiliteit die in de jeugdinrichting is ontstaan te bestendigen, terwijl bij ambulante hulp vanuit de thuissituatie een risico van terugval bestaat. De verdachte is daarom aangemeld bij GGZ West Noord-Brabant in Halsteren voor een klinische behandeling. Indien hij daar niet voor het einde van zijn detentie kan worden geplaatst, zal er gezocht worden naar een overbruggingsplek. De reclassering adviseert een deels voorwaardelijke straf op te leggen met bijzondere voorwaarden.
[persoon A] , werkzaam bij de reclassering, heeft in aanvulling op het bovengenoemde rapport telefonisch het volgende toegelicht.
Op 31 oktober 2025 vindt de intake van de verdachte bij de instelling van GGZ West Noord-Brabant in Halsteren plaats. Er zal dan worden bepaald of deze instelling passend is voor de verdachte. Het is onduidelijk hoe lang het kan duren voordat de verdachte daar terecht kan. Indien deze instelling op korte termijn geen plaats heeft, is het aan de Dienst Justitiële Inrichtingen (Divisie Individuele Zaken) om te zoeken naar een andere (overbruggings)plek. Het is van belang dat de einddatum van de detentie van de verdachte duidelijk is en dat de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd worden opgelegd.
De rechtbank heeft acht geslagen op de rapporten en de verklaring van de deskundige ter zitting.
6.4. Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Toerekeningsvatbaarheid
De conclusies van de GZ-psycholoog worden gedragen door haar bevindingen. De rechtbank neemt die conclusies over en maakt die tot de hare. Nu bij de verdachte sprake is van psychische stoornissen die ook aanwezig waren ten tijde van het ten laste gelegde feit, acht de rechtbank de verdachte voor dit feit verminderd toerekeningsvatbaar.
Straf
Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. In het voordeel van de verdachte weegt de rechtbank mee dat de verdachte openheid van zaken heeft gegeven, dat hij oprecht spijt heeft van zijn daad en gemotiveerd is om zijn leven een positieve wending te geven. Ook heeft de rechtbank rekening gehouden met de jeugdige leeftijd van de verdachte. Daarnaast wegen de omstandigheden waaronder de verdachte het delict heeft gepleegd en de door de rechtbank overgenomen conclusies van de deskundige zwaar mee bij het bepalen van de strafmaat. De rechtbank zal overeenkomstig de eis van de officier van justitie een deels voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen, waarbij de verdachte het onvoorwaardelijk deel veertien dagen na de zitting heeft uitgezeten. Doel daarvan is dat de behandeling van de verdachte, die in het kader van de bijzondere voorwaarden bij het voorwaardelijk strafdeel wordt opgenomen, zo snel mogelijk kan starten. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
Dadelijke uitvoerbaarheid
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Gelet op de ernst van het feit en de rapportages van de deskundigen, waaruit naar voren komt dat het recidiverisico zonder behandeling matig tot gemiddeld wordt ingeschat, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de hierna op grond van artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht (Sr) te stellen voorwaarden en het op grond van artikel 77aa Sr uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

7 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

8 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

9 Beslissing

De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstrafvoor de duur van 227 (tweehonderdzevenentwintig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde detentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 60 (zestig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op 2 (twee) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde: - zich gedurende een door de Reclassering Nederland te bepalen periode (die loopt tot
maximaal het einde van de proeftijd) en op door de reclassering te bepalen tijdstippen zal
melden bij de reclassering, zo vaak en zo lang als deze instelling dat nodig vindt; - zich laat opnemen in een forensische zorginstelling, of een soortgelijke zorginstelling, te
bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing en zich houdt aan
de regels en aanwijzingen van die instelling waarbij de veroordeelde zal meewerken met de
behandeling en zich zal houden aan de aanwijzingen die de veroordeelde in het kader van
die behandeling door of namens de (geneesheer)directeur van die instelling zullen worden
gegeven, voor de duur van maximaal twaalf maanden of zoveel korter als de leiding van de
zorginstelling in overleg met de reclassering wenselijk acht. Gelet op de problematiek kan
hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt; - zal meewerken aan een ambulante behandeling van de forensische psychiatrische
polikliniek van Fivoor of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, en
zich houdt aan de regels en aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling,
voor de duur van de proeftijd of zoveel korter als de zorgverlener in overleg met de
reclassering wenselijk acht. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van
medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt; - zich zal inspannen een zinvolle dagbesteding te hebben en te houden; - gedurende de proeftijd op geen enkele wijze — direct of indirect — contact zal opnemen,
zoeken of hebben met slachtoffers [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 1986 en [slachtoffer 2] ,
geboren op [geboortedatum 3] 1959, tenzij de reclassering daarvoor in het kader van bemiddeling
toestemming geeft; - zich gedurende de proeftijd niet zal bevinden op het adres [adres 3] in Oude
Tonge, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt; - zal meewerken aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om het
middelengebruik te monitoren, waarbij de reclassering urineonderzoek kan gebruiken voor
de controle en de reclassering bepaalt hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd;
aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden zijn van rechtswege de volgende
voorwaarden verbonden: - de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking
verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs
als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden; - de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, daaronder
begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering
zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
beveelt dat de gestelde voorwaarden en het aan genoemde reclasseringsinstelling opgedragen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de tot dan toe ondergane verzekering en voorlopige hechtenis gelijk zal zijn aan die van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde detentie.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. W.J. Loorbach, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. A.L. Pöll en J. Groot, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van mr. V. Lankhaar, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 oktober 2025.
De oudste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 31 mei 2025 te Oude-Tonge, gemeente Goeree-Overflakkee,een of meerdere pakje(s) sigaretten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten deleaan de [naam winkel] (gevestigd aan de [adres 2] te Oude Tonge ), in elk geval aan eenander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zichwederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/ofgevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2][slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijkte maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vluchtmogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door: - een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, te tonen aan die [slachtoffer 1]en/of [slachtoffer 2] en/of - (vervolgens) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, stekendebewegingen te maken richting die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] .