Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2025:15067 - Rechtbank Rotterdam - 16 september 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2025:1506716 september 2025

Uitspraak inhoud

Team Jeugd
Parketnummers: 10/187144-25
Datum uitspraak: 16 september 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2007,
ingeschreven in de basisregistratie personen (en verblijvende) op het adres:
[adres] , [postcode] [woonplaats] ,
raadsman: mr. L.A.R. Newoor, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 16 september 2025.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. K. Broere heeft gevorderd:

4 Waardering van het bewijs

4.1. Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
4.2. Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij op of omstreeks16 juni 2025 te Hellevoetsluis, gemeente Voorne aan Zee,een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 categorie III onder 1º van de Wet wapens enmunitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool van het merk Zoraki, type M 914, kaliber 7.65mm,
en/of(voor dit vuurwapen geschikte) munitie in de zin van art. 1 onder 4º van de Wetwapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van die wet, van deCategorie III, te weten een ofmeerdere kogelpatronen, kaliber 7.65mm voorhanden heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1. Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2. Feiten waarop de straf is gebaseerd
De 18-jarige verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen en bijbehorende munitie. Op 16 juni 2025 heeft de verdachte een vuurwapen meegenomen naar een afspraak bij een oude kennis thuis. De verdachte zou daar cannabis gaan kopen. De verdachte heeft verklaard dat hij het vuurwapen had geregeld en meegenomen om hem een veiliger gevoel te geven. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens en munitie vormt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen en heeft een enorme maatschappelijke impact. Het voorhanden hebben van vuurwapens leidt immers maar al te vaak ook tot het gebruik daarvan, met alle gevolgen van dien. Daarbij komt dat het vuurwapen was doorgeladen en uiteindelijk is aangetroffen onder een auto op de openbare weg. Dit maakt dat ook derden daarmee in aanraking hadden kunnen komen en dat hen potentieel aanzienlijk letsel had kunnen worden toegebracht. Dit alles is zorgelijk en rekent de rechtbank de verdachte zwaar aan. Er dient streng opgetreden te worden tegen het ongecontroleerde bezit van vuurwapens.
7.3. Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1. Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 4 juli 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.
7.3.2. Rapportage en verklaring van deskundige op de terechtzitting
De reclassering heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd op 11 september 2025. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
De veroordeelde zat op het moment dat hij het vuurwapen en de munitie voorhanden had in een moeilijke tijd en voelde zich onveilig buitenshuis. De verdachte heeft een cannabisverslaving en destijds rookte hij dagelijks tien joints om zijn gevoelens en emoties te dempen. Hoewel de verdachte na de voorlopige hechtenis was afgekickt en hij voornemens was te stoppen met het cannabisgebruik, is dat nog altijd niet gelukt. De verdachte geeft aan in het weekend nog cannabis te gebruiken. De cannabisverslaving en gesloten houding van de verdachte worden als risicofactoren gezien. Andere risicofactoren zijn het vermoeden van LVB-problematiek, waarbij er wordt getwijfeld of de verdachte in staat is om open te staan voor goede adviezen en of hij voornemens kan volhouden. De verdachte is daarbij impulsief en negatief beïnvloedbaar. Tegelijkertijd ziet de verdachte in dat hij verkeerd heeft gehandeld en zal hij naar eigen nooit meer een wapen bezitten. De ouders en broer zijn beschermende factoren in het leven van de verdachte. Daarnaast heeft hij een zinvolle vrijetijds - en dagbesteding. De verdachte is pas 18 jaar oud en moet nog toegroeien naar volwassenheid en meer zelfstandigheid.
De reclassering adviseert allereerst het adolescentenstrafrecht toe te passen vanwege de leeftijd, handelingsvaardigheden en pedagogische beïnvloedingsmogelijkheden. De reclassering adviseert daarnaast een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met daarbij als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich zal melden bij de reclassering, zal meewerken aan ambulante behandeling en zal meewerken aan controles voor zijn middelengebruik.
De reclassering, vertegenwoordigd door [persoon A] , heeft ter terechtzitting aanvullend naar voren gebracht dat de cannabisverslaving van de verdachte de aanleiding was van het delict. De verdachte gebruikt cannabis om zijn gevoelens te dempen, terwijl hij juist moet leren om open te zijn over zijn gevoelens. Het is daarom van belang dat een jongerenwerker betrokken wordt om de onderliggende problemen van de verdachte aan te pakken. Een jongerenwerker komt bij de verdachte thuis, voert gesprekken met hem en kan de verdachte helpen bij zijn financiën. Het is verder positief te noemen dat het toezicht goed is verlopen en het cannabisgebruik van de verdachte zichtbaar is afgenomen. Dit blijkt ook uit de controles waar de verdachte aan meewerkt.
De rechtbank heeft acht geslagen op het rapport en hetgeen door de deskundige ter terechtzitting naar voren is gebracht.
7.4. Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Toepassing van het jeugdstrafrecht
Volgens artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht, kan de rechtbank - ten aanzien van een verdachte die ten tijde van het begaan van een strafbaar feit de leeftijd van 18 jaren maar nog niet die van 23 jaren heeft bereikt - recht doen overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77gg, als de rechtbank daartoe grond vindt in de persoonlijkheid van de dader of in de omstandigheden waaronder het feit is begaan.
De rechtbank stelt vast dat de verdachte het bewezenverklaarde feit heeft gepleegd toen hij de leeftijd van 18 jaren had bereikt. Gelet op de genoemde rapportage, het gegeven advies en de geschetste persoonlijkheid van de verdachte, zal de rechtbank ten aanzien van het bewezenverklaarde op grond van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht het jeugdstrafrecht toepassen.
Straf
Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank houdt ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdachte is eerder niet met politie en justitie in aanraking gekomen en zat destijds in een moeilijke periode van zijn leven. Inmiddels gaat het beter met de verdachte. Zijn cannabisgebruik is sterk verminderd, hij doet hij zijn best om zich positief te ontwikkelen en staat open voor hulpverlening. De verdachte heeft tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis meegewerkt aan de begeleiding en zich aan de afspraken gehouden. Hij heeft ter zitting aangegeven baat te hebben bij de gesprekken met de jeugdreclasseerder. Daarnaast heeft de verdachte spijt van zijn handelen. Dit heeft de verdachte ter zitting meerdere keren verklaard. Verder wordt er rekening mee gehouden dat de periode van voorarrest voor de verdachte een ingrijpende ervaring is geweest.
Het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde straf is gelijk aan de tijd die de verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, zodat hij niet terug hoeft naar de justitiële jeugdinrichting en zijn positieve ontwikkeling kan voortzetten. De rechtbank legt daarnaast een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk op, overeenkomstig het advies van de reclassering. Het voorwaardelijk strafdeel dient er toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank het daarbij opleggen van een taakstraf niet passend en wenselijk. De verdachte heeft een drukke, maar positieve vrijetijds - en dagbesteding. Hij volgt een BBL-opleiding, werkt en sport. Daarnaast gaat hij aan de slag met de hulpverlening die in het kader van de bijzondere voorwaarden wordt opgelegd. De rechtbank acht het van belang dat de verdachte zich op deze positieve bezigheden richt.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa en 77gg van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot eenjeugddetentievoor de duur van108 (honderdacht) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in
verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde
jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere
vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie,groot 90 (negentig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op2 (twee) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde: - zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde: - zich gedurende een door de reclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) zal melden bij de reclassering, zo lang en zo vaak als de reclassering dat noodzakelijk acht; - zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen door Team Homerun Jeugd en Gezin of een soortgelijke zorgverlener en zich zal houden aan de regels en aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling; - gedurende een door de reclassering te bepalen tijd en periode zal meewerken aan (onaangekondigde) controles van zijn middelengebruik om deze te beheersen. De reclassering kan een urineonderzoek inzetten voor een controle.
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden
geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij
eerdere beslissing geschorst;
Dit vonnis is gewezen door:
mr. W.M. Stolk, voorzitter, tevens (kinder)rechter,
en mrs. S. Jordaan en R. van den Wildenberg, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van mr. V. Lankhaar, griffier,
en uitgesproken op de besloten terechtzitting van deze rechtbank op 16 september 2025.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 16 juni 2025 te Hellevoetsluis, gemeente Voorne aan Zee,een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 categorie III onder 1º van de Wet wapens enmunitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool van het merk Zoraki, type M 914, kaliber 7.65mm,
en/of
(voor dit vuurwapen geschikte) munitie in de zin van art. 1 onder 4º van de Wetwapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van die wet, van deCategorie III, te weten een of meerdere kogelpatronen, kaliber 7.65mm voorhanden heeft gehad.