Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2025:15064 - Rechtbank Rotterdam - 1 september 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2025:150641 september 2025

Uitspraak inhoud

Team jeugd
Parketnummer: 10-336333-23
Parketnummer TUL: 10-115353-22
Datum uitspraak: 1 september 2025
Tegenspraak
Verkort vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2005,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] , [postcode] [woonplaats] ,
raadsman: mr. G.R. Stolk, advocaat te Schiedam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de openbare terechtzitting van 1 september 2025.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. C.J.A. de Bruijn heeft gevorderd:

4 Waardering van het bewijs

4.1. Bewezenverklaring
Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij op of omstreeks 17 december 2023 te Rhoon, gemeente Albrandswaard, op de openbare weg, de Groene Kruisweg,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van onder meer, airpods, een jas, een (leren)tas, een muts en handschoenen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer] en/of een derde toebehoorde(n)
door - die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen "je moet wel afstaan" en/of "denk niet aan rennen, probeer niet te rennen" althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of - die [slachtoffer] te omsingelen en/of - met zijn (rechter)hand naar zijn rug ter hoogte van zijn heup te bewegen en/of - ( vervolgens) die [slachtoffer] bij zijn jas te pakken en de woorden toe te voegen dat hij zijn tas af moet geven.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende tot bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.
4.2. Kwalificatie
4.2.1. Conclusie
Het bewezen feit levert op:
Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
4.3. Strafbaarheid
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

5 Motivering straf

5.1. Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
5.2. Feit waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft zich op achttienjarige leeftijd samen met twee anderen schuldig gemaakt aan een afpersing op de openbare weg. Het slachtoffer is omsingeld, bedreigd en bij zijn jas vastgepakt. Het slachtoffer voelde zich gedwongen om zijn jas, tas (met daarin onder meer zijn handschoenen en een muts) en airpods af te geven. Afpersing op de openbare
weg is een zeer ernstig feit. De ervaring leert dat slachtoffers van zo'n feit nog lange tijd nadelige (psychische) gevolgen kunnen ondervinden. Zij kunnen bang zijn om op straat te zijn en om opnieuw in een vergelijkbare situatie terecht te komen. Ook tasten dergelijke misdrijven het gevoel van veiligheid in de samenleving aan. De rechtbank rekent dit de verdachte aan.
5.3. Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
5.3.1. Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 11 december 2024, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
5.3.2. Rapportages en verklaring van de deskundige op de terechtzitting
Reclassering Nederland heeft op 11 maart 2024 een rapport over de verdachte uitgebracht. De reclassering adviseert het jeugdstrafrecht toe te passen en toezicht te laten uitvoeren door de jeugdreclassering.
De jeugdreclassering heeft op 29 augustus 2025 een gezinsplan voor de verdachte opgemaakt. Dit gezinsplan houdt - zakelijk weergeven en voor zover van belang - het volgende in. De verdachte kent een belast verleden. In de thuissituatie heeft de verdachte veel spanning en instabiliteit ervaren. De ingezette hulp kwam onvoldoende van de grond. Op dit moment woont de verdachte bij JongLeren in een begeleid kamerproject en daar gaat het beter met hem. Het dynamisch risicoprofiel van de verdachte wordt als gemiddeld ingeschat. De risicofactoren zijn gelegen binnen de domeinen gezin, school, werk vrije tijd, relaties, middelengebruik, geestelijke gezondheid, houding en agressie. Het is positief dat de verdachte een vriendin heeft, over sociale vaardigheden beschikt en een dagbesteding heeft in de vorm van werk. De verdachte heeft grote ambities en wil graag hulp, maar hij vindt het moeilijk om hulpverleners te vertrouwen. Het is van belang dat de verdachte gemotiveerd raakt. Daarnaast is het belangrijk dat er onderzoek wordt gedaan naar zijn perspectief en naar wat de verdachte nodig heeft om zich verder te ontwikkelen richting zelfstandigheid.
De jeugdreclassering, vertegenwoordigd door [persoon A] , licht ter zitting toe dat het leven van de verdachte tot anderhalf jaar geleden onrustig was en dat de verdachte moeilijk te bereiken was. De verdachte heeft uiteindelijk aangegeven graag hulp te willen. Hij is aangemeld bij de gemeente voor een begeleid wonen-traject. De verdachte maakt positieve stappen: hij onderhoudt goed contact met de jeugdreclassering, gebruikt minder middelen en is niet meer met politie en justitie in aanraking gekomen. Tegelijkertijd heeft hij nog een lange weg te gaan. De verdachte heeft behandeling nodig om zijn belaste verleden te verwerken. Het is belangrijk dat de jeugdreclassering betrokken blijft om zicht te houden op de verdachte, zodat hij de hulp krijgt die hij nodig heeft en zich positief kan blijven ontwikkelen. Het opleggen van bijzondere voorwaarden is wenselijk.
De rechtbank heeft acht geslagen op de rapportages en hetgeen door de deskundige ter terechtzitting naar voren is gebracht.
5.4. Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Toepassing van het jeugdstrafrecht
Volgens artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht, kan de rechtbank - ten aanzien van een verdachte die ten tijde van het begaan van een strafbaar feit de leeftijd van 18 jaren maar niet die van 23 jaren heeft bereikt - recht doen overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77gg, indien de rechtbank daartoe grond vindt in de persoonlijkheid van de dader of in de omstandigheden waaronder het feit is begaan.
De rechtbank stelt vast dat de verdachte het bewezen verklaarde feit heeft gepleegd toen hij de leeftijd van 18 jaren had bereikt. Gelet op de genoemde rapportages, de gegeven adviezen en de geschetste persoonlijkheid van de verdachte, zal de rechtbank ten aanzien van het bewezen verklaarde op grond van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht het jeugdstrafrecht toepassen.
Straf
Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De rechtbank houdt ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdachte zat destijds in een moeilijke periode van zijn leven. Inmiddels gaat het beter met de verdachte en doet hij zijn best om zich positief te ontwikkelen. De verdachte heeft zich bovendien tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis goed aan de voorwaarden en afspraken gehouden.
De opgelegde onvoorwaardelijke jeugddetentie is gelijk aan de tijd die de verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, zodat hij niet terug hoeft naar de justitiële jeugdinrichting en zijn positieve ontwikkeling kan voortzetten.
De rechtbank zal daarnaast een werkstraf opleggen voor de duur van 40 uur. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding om de taakstraf geheel voorwaardelijk op te leggen. Dit voorwaardelijk strafdeel dient ertoe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
Aan het voorwaardelijk strafdeel zullen ook voorwaarden worden gekoppeld. Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank geen aanleiding voor het opleggen van de voorwaarde om mee te werken aan begeleiding door JongLeren en/of aanvullende hulpverlening, omdat dit al voortvloeit uit de andere geadviseerde voorwaarden. Ook voor oplegging van de voorwaarde om een passende dagbesteding te hebben ziet de rechtbank geen reden. De verdachte werkt namelijk fulltime en doet daarnaast een opleiding.
Omdat de verdachte ruim anderhalf jaar in een schorsing loopt en omdat er sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) met 4 maanden, zal de rechtbank een proeftijd van één jaar opleggen.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf en passend en geboden.

6 Vordering benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [slachtoffer] , ter zake van het ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 964,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
6.1. Standpunt officier van justitie en verdediging
De officier van justitie en de verdediging hebben verzocht de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de moeder van het slachtoffer heeft verklaard dat de goederen waarvan vergoeding werd gevraagd weer in het bezit zijn van het slachtoffer.
6.2. Beoordeling
De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu gebleken is
dat de goederen waarvan vergoeding werd gevraagd, weer in het bezit zijn van het slachtoffer.

7 Vordering tenuitvoerlegging–10-115353-22

Ter terechtzitting is gebleken dat de rechtbank en de verdediging geen vordering tenuitvoerlegging, noch de daarbij behorende stukken hebben ontvangen.
De officier van justitie zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 77c, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa en 317 van het
Wetboek van Strafrecht.

9 Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentievoor de duur van 12 (twaalf) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van40 (veertig) uren;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 20 dagen;
bepaalt dat deze taakstraf groot 40 (veertig) uren, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op 1 (een) jaar;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde: - zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde: - zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht; - gedurende de proeftijd zal verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te weten JongLeren of een soortgelijke instelling, en zich zal houden aan de regels en afspraken van de instelling en aan het (dag-)programma dat deze instelling in overleg met de jeugdreclassering heeft opgesteld;
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 10-115353-22.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. C.N. Melkert, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. J.L.M. Boek en J.C. Tijink, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. L.M. Ruijgrok en V. Lankhaar, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 september 2025.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
hij op of omstreeks 17 december 2023 te Rhoon, gemeente Albrandswaard, op de openbare weg,de Groene Kruisweg,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor geweld en/of bedreiging met geweld[slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van onder meer, airpods, een jas, een(leren)tas, eenmuts en handschoenen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer] en/ofeen derde toebehoorde(n)door - die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen "je moet wel afstaan" en/of "denk niet aanrennen, probeer niet te rennen" althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of - die [slachtoffer] te omsingelen en/of - met zijn (rechter)hand naar zijn rug ter hoogte van zijn heup te bewegen en/of - (vervolgens) die [slachtoffer] bij zijn jas te pakken en de woorden toe te voegen dat hij zijn tas afmoet geven.