Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2025:15009 - Rechtbank Rotterdam - 25 november 2025
Uitspraak
ECLI:NL:RBROT:2025:15009•25 november 2025
Uitspraak inhoud
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/707784 / JE RK 25-2041
Datum uitspraak: 25 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling, verlenging machtiging tot uithuisplaatsing en herbenoeming bijzondere curator
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] ,
[naam curator],
hierna te noemen: de bijzondere curator, kantoorhoudende te [plaatsnaam] .
1 Het verloop van de procedure
1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 3 oktober 2025, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum.
1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 25 november 2025. Daarbij waren aanwezig: - een vertegenwoordiger van de GI, [naam] .
1.3. De vader en de moeder zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader en de moeder wel juist zijn opgeroepen.
1.4. De bijzondere curator is niet verschenen. De bijzondere curator heeft telefonisch laten weten niet aanwezig te kunnen zijn.
1.5. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover telefonisch een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2 De feiten
2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2. [minderjarige] verblijft in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder.
2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 6 december 2024 [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 6 december 2024 tot 6 december 2025.
2.4. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 juni 2025 de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 6 december 2025.
3 Het verzoek
3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2. De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. Het lukt niet om te starten met behandeling voor [minderjarige] , omdat zij hier niet voor open staat. Binnenkort zal zij starten bij Diversitas Zorg. Het is de bedoeling dat zij hier zo kort mogelijk verblijft, waarna zij kan starten met kamertraining. Zo kan [minderjarige] uiteindelijk doorstromen naar zelfstandig wonen. Het is belangrijk dat de GI en de bijzondere curator betrokken blijven tot [minderjarige] achttien jaar is.
4 De beoordeling
4.1. Gelet op het feit dat er ter zitting geen verweer is gevoerd tegen een verlenging van de ondertoezichtstelling en de kinderrechter op grond van de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting van oordeel is dat nog aan de gronden voor een ondertoezichtstelling is voldaan[1] , zal de ondertoezichtstelling als onweersproken worden verlengd voor de duur van een jaar.
4.2. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.[2] [minderjarige] kan niet terug naar huis en binnenkort kan zij starten bij Diversitas Zorg, zodat zij uiteindelijk zelfstandig kan wonen. De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengen voor de duur van een jaar.
4.3. Daarnaast acht de kinderrechter de betrokkenheid van de bijzondere curator nog noodzakelijk. Het is van belang dat er iemand in en buiten rechte is die [minderjarige] kan vertegenwoordigen en al het nodige kan doen wat in het belang van [minderjarige] is. De bijzondere curator heeft zich telefonisch bereid verklaard om de herbenoeming te aanvaarden. De kinderrechter zal de bijzondere curator op grond van artikel 1:250 BW herbenoemen tot bijzondere curator van [minderjarige] voor de duur van de ondertoezichtstelling.
4.4. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5 De beslissing
De kinderrechter:
5.1. verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 6 december 2026;
5.2. verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 6 december 2026;
5.3. herbenoemt drs. A. van Teijlingen tot bijzondere curator om [minderjarige] te blijven vertegenwoordigen;
5.4. bepaalt dat deze herbenoeming geldt tot 6 december 2026;
5.5. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
Artikel 1:260 Burgerlijk Wetboek (BW).
Artikel 1:265c, tweede lid, BW. - - - ## Voetnoten