Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2025:15000 - Rechtbank Rotterdam - 6 november 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2025:150006 november 2025

Uitspraak inhoud

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/695925 / JE RK 25-506
Datum uitspraak: 6 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2018 in [geboorteplaats 1] , [geboorteland] , hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2021 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen: [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3],
geboren op [geboortedatum 3] 2025 in [geboorteplaats 3] , hierna te noemen: [minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] en [naam vader],
hierna te noemen: de ouders, wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. S. van Beerst, kantoorhoudende te Zeist.
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - de beschikking van 8 mei 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken; - het rapport van de Raad van 13 oktober 2025; - de briefrapportage van de GI van 20 oktober 2025, binnengekomen bij de rechtbank op 23 oktober 2025.
1.2. Op 6 november 2025 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig: - de ouders; - een vertegenwoordiger van de Raad, [naam 1] ; - een vertegenwoordiger van de GI, [naam 2] .
De advocaat van de ouders heeft via beeldbellen deelgenomen aan de zitting.
1.3. Aangezien de moeder de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Spaanse taal, heeft de kinderrechter de zitting doen plaatsvinden met bijstand van [naam 3] , tolk in de Spaanse taal. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.

2 De feiten

2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .
2.2. [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen bij de ouders.
2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 8 mei 2025 [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 8 mei 2025 tot 8 november 2025. De behandeling van het verzoek voor het overige is aangehouden.

3 Het (aangehouden) verzoek

3.1. De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verlenen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Over de periode tot 8 november 2025 is al beslist. Nu resteert een beslissing over de periode tot 8 mei 2026.
3.2. De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. Gebleken is dat er nog geen hulp is ingezet in de thuissituatie van de ouders. De ouders hebben veel weerstand tegen hulp van buitenaf. De Raad maakt zich nog steeds ernstig zorgen. Het lukt niet om met de ouders in gesprek te gaan over het incident dat heeft plaatsgevonden, omdat de ouders er niet over willen praten. De Raad benoemt dat het incident waarbij de vader de moeder naar de keel heeft gegrepen, een rode vlag is en naar intiem terreur kan wijzen. Daarom vindt de Raad het belangrijk dat er hulpverlening in de thuissituatie wordt ingezet.

4 De standpunten

4.1. De GI heeft ter zitting aangegeven niet achter het resterende deel van het verzoek van de Raad te staan. De GI erkent dat het incident heel heftig geweest is, maar de GI heeft met de ouders goede gesprekken gevoerd. De vader heeft berouw en geeft in de gesprekken aan dat het niet nogmaals zal gebeuren. De ouders geven aan dat het incident eenmalig was. Sindsdien zijn er geen andere meldingen geweest. Ook het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) geeft aan dat de ouders alle afspraken nakomen en dat zij aanwezig zijn bij alle controles. Er zijn geen zorgen vanuit school en het CJG over de kinderen. De ouders hebben bij het wijkteam aangegeven geen behoefte te hebben aan hulp en de ouders weten de weg te vinden, zodra zij daar wel behoefte aan hebben. Daarnaast is de vader druk bezig met het op orde krijgen van zijn financiën.
4.2. Door en namens de ouders is ter zitting verweer gevoerd tegen het verzoek van de Raad. De ouders verwijzen hierbij naar de rapportage van de GI. Het gaat goed met de kinderen en de ouders. De ouders geven aan dat zij vóór de ondertoezichtstelling inderdaad weerstand geboden hebben tegen de hulpverlening, maar nadat de ondertoezichtstelling is uitgesproken hebben de ouders overal aan meegewerkt. Daarnaast is er zicht op de kinderen vanuit school en de peuterspeelzaal. De ouders zijn in staat om, op het moment dat het nodig is, in het vrijwillig kader hulp te accepteren. Namens de ouders wordt verzocht om het resterende deel van het verzoek van de Raad af te wijzen.

5 De beoordeling

5.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.[1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat de kinderen nog steeds ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. In het verleden is er sprake geweest van heftig geweld, waarvan de kinderen mogelijk getuige zijn geweest. Het is belangrijk dat daar in openheid door de ouders over gepraat kan worden. De Raad noemde het incident waarbij de vader de moeder naar de keel heeft gegrepen, terecht een rode vlag voor intiem terreur. In dergelijke situaties is zorgvuldigheid belangrijk om verdere escalaties te voorkomen. Het is positief dat de ouders ter zitting in openheid met de kinderrechter hebben gepraat. Echter, tot op heden is het de Raad en de GI niet gelukt om volledig zicht te krijgen op de thuissituatie. De ouders stellen zich daarin niet altijd toegankelijk op en zij laten mensen niet vaak binnen in de thuissituatie. Daardoor is het nog onvoldoende gelukt om zicht te krijgen op de achterliggende problematiek. Het is positief dat het goed gaat met de kinderen en dat er momenteel geen directe zorgsignalen zichtbaar zijn. Als de kinderrechter kijkt naar het grotere geheel – de incidenten uit het verleden, de dynamiek en relatie tussen de ouders en het ontbreken van zicht op de onderlinge gezinsrelaties en de thuissituatie – is zij van oordeel dat er wel degelijk sprake is van een ontwikkelingsbedreiging voor alle drie de kinderen. De komende tijd dient hulpverlening ingezet te worden om de ontwikkelingsbedreiging weg te nemen en het is belangrijk dat de GI daarin de regie pakt. De kinderrechter benadrukt dat de ouders op de goede weg zijn, maar acht de betrokkenheid van de GI de komende tijd nog noodzakelijk, zodat in de opvoedomgeving passende hulpverlening ingezet kan worden.
5.3. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter zal het aangehouden deel van het verzoek van de Raad toewijzen voor de resterende duur. Dat betekent dat [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] ook voor de komende zes maanden onder toezicht staan.
5.4. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De kinderrechter:
6.1. wijst het verzoek tot ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] toe voor het resterende deel, tot 8 mei 2026;
6.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
Artikel 1:260 BW. - - - ## Voetnoten
Artikel 1:260 BW.