Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2025:14994 - Rechtbank Rotterdam - 13 november 2025
Uitspraak
ECLI:NL:RBROT:2025:14994•13 november 2025
Uitspraak inhoud
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/709757 / JE RK 25-2296
Datum uitspraak: 13 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
namens
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: het college,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] ,
advocaat: mr. N. Roos, kantoorhoudende te Rotterdam.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] .
1 Het verdere verloop van de procedure
1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - de spoedbeschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 7 november 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken.
1.2. Op 13 november 2025 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig: - [minderjarige] - via een Teams-verbinding - met zijn advocaat; - de moeder; - een vertegenwoordiger van de GI, [naam 1] ; - een vertegenwoordiger van het college en werkzaam bij het Wijkteam, [naam 2] .
1.3. De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.
1.4. De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan [naam 3] , regiebehandelaar van [naam instelling] , en aan een collega van [naam 3] .
1.5. De kinderrechter heeft voorafgaand aan de zitting een gesprek gevoerd met [minderjarige] , in het bijzijn van zijn advocaat (in de zaal) en de medewerkers van [naam instelling] (bij [minderjarige] aanwezig).
2 De feiten
2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2. [minderjarige] verblijft bij [naam instelling] .
2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 7 november 2025 een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 7 november 2025 tot 6 december 2025. Het verzoek is voor het overige aangehouden.
3 Het (aangehouden) verzoek
3.1. De GI verzoekt namens het college een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.
3.2. De GI handhaaft ter zitting het verzoek.
4 De standpunten
4.1. Namens het college is ter zitting het volgende naar voren gebracht. De afgelopen periode is [minderjarige] aangemeld bij veel organisaties, maar tot nu toe zijn alle aanmeldingen afgewezen. Het is lastig om een plek te vinden die past bij [minderjarige] en een plek die [minderjarige] zelf aandurft. [naam instelling] heeft geen open plekken meer dus het verblijf is tijdelijk tot er een plek voor [minderjarige] is gevonden.
4.2. Door en namens [minderjarige] is ter zitting verweer gevoerd tegen het verzoek van het college. [minderjarige] wil het liefst bij zijn vader wonen totdat er een passende plek voor hem is gevonden. Mocht het bij zijn vader niet kunnen dan wil hij het liefst bij zijn moeder wonen. [minderjarige] heeft het niet naar zijn zin bij [naam instelling] . Het is fijn dat er druk gezocht wordt naar een passende plek, maar voor [minderjarige] is het zwaar dat hij steeds afgewezen wordt. Het gaat momenteel beter met [minderjarige] doordat er geen eisen meer gesteld worden op [naam instelling] . Als de machtiging gesloten jeugdhulp er niet is, zou dit doorgezet kunnen worden bij één van de ouders. Primair wordt dan ook verzocht het verzoek af te wijzen, subsidiair om het verzoek toe te wijzen voor een zo kort mogelijke duur.
4.3. De moeder stemt in met het verblijf in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp. De moeder hoopt dat er een passende plek in de buurt gevonden wordt. Als [minderjarige] op grote afstand wordt geplaatst, is dat niet in zijn belang, omdat het dan heel moeilijk wordt om hem regelmatig te bezoeken. De moeder snapt ook dat [minderjarige] graag bij zijn vader of moeder wil verblijven totdat er een passende plek is gevonden.
5 De beoordeling
Spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
5.1. De kinderrechter verwijst naar de inhoud van voormelde beschikking van 7 november 2025. Hierbij is een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] verleend voor de duur van vier weken, in dit geval tot 6 december 2025. Deze beslissing is gegeven zonder dat de belanghebbenden daaraan voorafgaand in de gelegenheid zijn gesteld om hun mening daarover te geven. Tijdens de mondelinge behandeling zijn de belanghebbenden daartoe in gelegenheid gesteld. Naar aanleiding daarvan is, naar het oordeel van de kinderrechter, niet gebleken dat er sprake is van nieuwe feiten en/of omstandigheden, waardoor de spoedbeslissing van 7 november 2025 met ingang van heden zou moeten worden herroepen. De kinderrechter laat deze spoedbeslissing dus in stand.
Machtiging gesloten jeugdhulp
5.2. De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei - of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.[1]
5.3. Uit de overgelegde stukken en wat tijdens de zitting is besproken, is gebleken dat jeugdhulp noodzakelijk is, omdat [minderjarige] ernstige opgroei - en opvoedingsproblemen heeft die zijn ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren. Er zijn grote zorgen rondom de suïcidale uitspraken van [minderjarige] en zijn wegloopgedrag. Het is belangrijk dat er een plek gevonden wordt waar [minderjarige] zich kan ontwikkelen tot volwassene, met alle uitdagingen die hij heeft. Gebleken is dat [minderjarige] niet naar huis kan. De zorgen overstijgen de mogelijkheden van de ouders, omdat er veel met [minderjarige] aan de hand is. Het is in het belang van [minderjarige] dat hij op een plek zit waar hij veilig is en er goed voor hem gezorgd wordt. De kinderrechter acht een plaatsing binnen de gesloten jeugdhulp noodzakelijk. Daarbij houdt de kinderrechter rekening met de verklaring van de gedragswetenschapper van 7 november 2025, waaruit blijkt dat wordt ingestemd met een plaatsing van [minderjarige] binnen de gesloten jeugdhulp. Daarbij is, gezien de problematiek van [minderjarige] , een extra verblijfswissel niet in zijn belang. Totdat er een passende plek is gevonden, kan alleen in een gesloten setting de veiligheid van [minderjarige] en zijn directe omgeving worden gewaarborgd.
5.4. Gelet op al het voorgaande machtigt de kinderrechter de GI om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden. De kinderrechter benadrukt dat dit geen strikte termijn is. Wanneer er een passende plek is, kan hij daar gelijk naartoe. De afgelopen tijd is gebleken dat het niet makkelijk is om een plek te vinden voor [minderjarige] . De kinderrechter ziet geen aanleiding om de termijn in te korten, omdat de zes maanden een realistische periode is voor de zoektocht naar een plek. Daarbij benadrukt de kinderrechter dat Cardea en Het Kompas opties zijn die serieus onderzocht dienen te worden, omdat deze plekken geschikt lijken te zijn. Deze instanties zullen daar hun licht nog op moeten schijnen; de ideeën zijn nog pril. De kinderrechter doet een appel op alle instanties om, als het maar enigszins mogelijk is, [minderjarige] op te nemen. De continue afwijzingen zijn voor een kind van veertien met deze problematiek slechts in beperkte mate behapbaar.
6 De beslissing
De kinderrechter:
6.1. verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 13 november 2025 tot 13 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw). - - - ## Voetnoten