Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2025:14944 - Rechtbank Rotterdam - 4 december 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2025:149444 december 2025

Uitspraak inhoud

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/709920 / FA RK 25-8624
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 4 december 2025 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
**de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,**hierna: de officier,
met betrekking tot:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1963 te [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
hierna: betrokkene,
wonende en verblijvende te [plaats] ,
advocaat mr. R.L.I. Jansen te Dordrecht.

1 Procesverloop

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 11 november 2025.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
1.2. Op 28 november 2025 is de behandeling aangehouden omdat betrokkene niet was verschenen. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt.
1.3. De voortgezette mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden bij betrokkene thuis op 4 december 2025. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
1.4. De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2 Beoordeling

2.1. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie.
2.2. Ten aanzien van het ernstig nadeel blijkt uit de medische verklaring dat betrokkene in zijn woning zoveel spullen heeft dat hij zijn slaapkamer en keuken niet meer kan gebruiken. De woning is volgens de behandelaar niet meer bewoonbaar. Betrokkene slaapt op een stoel in de woonkamer. Betrokkene ervaart dit alles zelf niet als probleem. Ten aanzien van de somatische klachten van betrokkene is het moeizaam om daar hulp voor te krijgen. De opvolging is lastig omdat het de vraag is of betrokkene alles goed begrijpt en hoe hij dat moet organiseren. Uit het zorgplan blijkt dat er in de afgelopen jaren sprake is van toenemende teloorgang en sprake is van slechte zelfzorg. Het sanitair in de woning is niet goed te gebruiken. De GGD is betrokken geweest, er zou sprake zijn van brandgevaar en de ramen kunnen niet open. In 2020 is de woning leeggehaald.
De advocaat bepleit namens betrokkene afwijzing van het verzoek. Betrokkene wil graag in zijn eigen huis blijven wonen en is niet bereid afscheid te nemen van zijn spullen. Het ernstig nadeel is niet zodanig dat dat een zorgmachtiging en daarmee verplichte zorg (en eventueel opname) rechtvaardigt. Betwist wordt bovendien dat er sprake is van een causaal verband tussen de stoornis en het ernstig nadeel.
Over dat laatste verklaart de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling dat de verzamelwoede van betrokkene een gevolg kan zijn, dat 'hoarding' een bekend probleem is bij schizofrenie. De bedoeling is om betrokkene tijdelijk op te nemen en beter in te stellen op zijn medicatie en in verband met zijn lichamelijke verzorging. Zij meent dat dit nodig is en dat dit niet ambulant kan.
2.3. De rechtbank volgt het verweer van de advocaat en zal het verzoek afwijzen. De rechtbank begrijpt dat er zorgen zijn over betrokkene, maar de rechtbank ziet onvoldoende ernstig nadeel om een (eerste) zorgmachtiging te rechtvaardigen. Op basis van de stukken en hetgeen besproken is tijdens de mondelinge behandeling lijkt het erop dat betrokken zijn woning gebruikt als opslag. Uit het dossier blijkt niet dat er overlastmeldingen zijn, ook niet bijvoorbeeld over vuil of ongedierte. De rechtbank heeft zelf geconstateerd dat de galerij voor de woning van betrokkene leeg en begaanbaar was. Ten aanzien van de somatische klachten is gebleken dat betrokkene naar de huisarts is gegaan, dat de klachten aan zijn enkels zijn verholpen en dat betrokkene zelfs heeft meegewerkt aan een thoraxonderzoek. Met enige drang werkt betrokkene ook mee aan medische controles.
Daarnaast wordt er in de overgelegde stukken gesproken van brandgevaar. Onduidelijk is waar het gevaar precies uit bestaat. Namens betrokkene is aangevoerd dat hij niet kookt in de woning. Onduidelijk is of het gaat om een groter risico dat er brand ontstaat of de grotere risico's als er brand uitbreekt. Niet gebleken is dat de brandweer met enige regelmaat moet uitrukken. In 2020 is, in verband met werkzaamheden van de woningbouwvereniging, de woning tijdelijk leeggehaald. De spullen van betrokkene zijn opgeslagen in een container voor de deur. Betrokkene heeft hier aan meegewerkt.
Betrokkene gaat in ieder geval twee keer per week naar de zorgboerderij en twee keer per week haalt hij bij Yulius zijn medicatie op. Betrokkene noemt dit zelf vitaminen maar de behandelaar heeft verklaard dat het antipsychotica zijn. Betrokkene wil weliswaar geen andere medicijnen omdat hij niet snapt waarvoor het nodig is maar onvoldoende is gebleken welke pogingen er zijn ondernomen om betrokkene ambulant beter in te stellen op medicatie en te helpen met zijn zelfzorg. De rechtbank ziet in hetgeen naar voren is gebracht eerder het 'bestwil-criterium' maar dit is onvoldoende om een zorgmachtiging te verlenen.
2.4. Gelet op het voorgaande oordeelt de rechtbank dat niet is voldaan aan de criteria voor verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

3 Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.