Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2025:14921 - Rechtbank Rotterdam - 12 december 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2025:1492112 december 2025

Uitspraak inhoud

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11904952 RR FORM 25-105
datum uitspraak: 12 december 2025
Vonnis in incident van de regelrechter
in de zaak van
[persoon A],
woonplaats: [woonplaats] ( België ),
eiser in de hoofdzaak,
verweerder in het incident,
die zelf procedeert,
tegen
[bedrijf B],
vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
vertegenwoordigd door: [persoon B] .
De partijen worden hierna ' [persoon A] ' en ' [bedrijf B] ' genoemd.

1 De procedure

1.1. Deze zaak wordt behandeld door de regelrechter op basis van het Tijdelijk besluit experiment regelrechter (hierna: Besluit).
1.2. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
1.3. De rechter heeft vervolgens besloten om eerst een vonnis te wijzen om antwoord te geven op de vraag of zij bevoegd is om deze zaak inhoudelijk te behandelen in het kader van de experimentele procedure.

2 De beoordeling in het incident

Waar gaat de zaak over?
2.1. [persoon A] heeft op 15 augustus 2025 een ijsblokjesmachine gekocht voor € 118,99 bij [bedrijf B] . Op 20 augustus 2025, na de levering, heeft [persoon A] geklaagd dat de machine niet werkt en op verzoek foto's en informatie opgestuurd hierover. [bedrijf B] heeft hem twee opties geboden ter compensatie:
2.2. [persoon A] heeft gekozen geen gebruik te maken van deze opties en een beroep te doen op het herroepingsrecht. [bedrijf B] heeft dit afgewezen. In deze procedure eist [persoon A] terugbetaling van het aankoopbedrag, de kosten voor verblijf tijdens de zitting en schadevergoeding.
2.3. [bedrijf B] heeft in een reactie aangegeven dat de regelrechterprocedure een nationale aangelegenheid is die uitsluitend openstaat voor natuurlijke personen of rechtspersonen die in Nederland wonen of gevestigd zijn. Volgens [bedrijf B] zijn het Europees Consumenten Centrum en de Belgische geschilleninstanties exclusief bevoegd en dus de Nederlandse rechtbank onbevoegd. Verder beargumenteert [bedrijf B] dat het consumentenrecht niet van toepassing is en dat het onredelijk is om deze zaak voor dit bedrag aanhangig te maken bij de rechtbank.
2.4. De rechter oordeelt dat zij wel bevoegd is om het geschil te beoordelen en zal verhinderdata opvragen om een zitting in te plannen. Het is daarbij raadzaam dat beide partijen aanwezig zijn om hun zijde van het geschil duidelijk uit te leggen en de rechter de gelegenheid te geven om vragen te stellen over het geschil. Dit wordt hieronder uitgelegd.
De Nederlandse rechter is bevoegd
2.5. Er is sprake van een zaak met een internationaal karakter, omdat [persoon A] in België woont. De rechter moet dan ook controleren of zij bevoegd is om van de vordering van [persoon A] kennis te nemen. Nederland en België zijn beide partij bij de Verordening 1215/2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: herschikte EEX-Vo). Omdat [bedrijf B] in Nederland gevestigd is en de vordering tegen [bedrijf B] wordt ingesteld, is op grond van artikel 4 lid 1 van de herschikte EEX-Vo het uitgangspunt dat de Nederlandse rechter bevoegd is.
2.6. De standpunten van [bedrijf B] maken dit niet anders. Nergens blijkt uit dat het Europees Consumenten Centrum exclusief bevoegd is om over dit soort geschillen te oordelen. Het Europees Consumenten Centrum (hierna: ECC) kan bemiddelen in problemen. [bedrijf B] heeft niet onderbouwd waaruit moet blijken dat het ECC exclusiefbevoegd is om over dit soort geschillen te oordelen. Uit de overweging hiervoor blijkt ook dat de Belgische geschilleninstanties niet exclusief bevoegd zijn om over dit geschil te oordelen. [persoon A] mocht op basis van artikel 4 lid 1 van de herschikte EEX-Vo [bedrijf B] oproepen voor de Nederlandse rechter.
2.7. Tot slot voert [bedrijf B] aan dat de regelrechterprocedure niet mag worden gebruikt voor internationale geschillen. [bedrijf B] geeft aan dat op de website van de rechtspraak is opgenomen dat: "De regelrechter is bedoeld vooreenvoudige conflicten binnen Nederland tussen personen of bedrijven die in Nederland wonen of gevestigd zijn*.*" Deze quote is echter niet opgenomen op de website van de Rechtspraak. Ook is in het Tijdelijk besluit experiment regelrechter (hierna: het Besluit) geen andere regeling opgenomen voor geschillen met een internationaal karakter. Sterker nog, in de Nota van Toelichting bij het Besluit is opgenomen dat de rechtsmachtregels in de herschikte EEX-Vo rechtstreeks toepasselijk zijn.[1] De rechter gaat dan ook niet mee met de standpunten van [bedrijf B] .
2.8. Nu de Nederlandse rechter bevoegd is om over het geschil te oordelen, worden partijen in de gelegenheid gesteld om uiterlijk op 31 december 2025 te laten weten op welke dagen zij in januari, februari en maart van 2026 verhinderd zijn om naar een zitting te komen.
De proceskosten worden begroot op nihil
2.9. De proceskosten in het incident komen voor rekening van [bedrijf B] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 15 Besluit). De regelrechter begroot de kosten op nihil.

3 De beslissing

De regelrechter:
in het incident
3.1. wijst de vorderingen van [bedrijf B] af;
3.2. veroordeelt [bedrijf B] in de proceskosten, die aan de kant van [persoon A] worden begroot op nihil;
in de hoofdzaak
3.3. stelt [persoon A] en [bedrijf B] in de gelegenheid om uiterlijk op 31 december 2025 per e-mail of per post te laten weten op welke ochtenden of middagen zij in de maanden januari tot en met maart 2026 niet naar een zitting kunnen komen;
3.4. houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.
64363
Nota van Toelichting bij het Tijdelijk Besluit experiment regelrechter, onder 4. - - - ## Voetnoten
Nota van Toelichting bij het Tijdelijk Besluit experiment regelrechter, onder 4.