Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2025:14759 - Rechtbank Rotterdam - 9 september 2025
Uitspraak
ECLI:NL:RBROT:2025:14759•9 september 2025
Uitspraak inhoud
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/699141 / JE RK 25-920
Datum uitspraak: 9 september 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2016 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] ,
[minderjarige 3],
geboren op [geboortedatum 3] 2019 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat mr. N. Schiettekatte kantoorhoudende te Rotterdam.
[tante (vz) /pleegmoeder] ,
hierna te noemen: de tante vaderszijde (vz), tevens de pleegmoeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
De kinderrechter merkt als informanten aan:
[persoon A] en [persoon B]
hierna te noemen: de dochters van de tante vz.
1 Het verdere verloop van de procedure
1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - de tussenbeschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 21 mei 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken; - de briefrapportage van de GI, ontvangen op 3 september 2025.
1.2. Op 9 september 2025 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig: - een vertegenwoordiger van de GI, [persoon D] .
1.3. De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
1.4. De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend tot de mondelinge behandeling aan mr. A.F.M. den Hollander, de advocaat van de moeder in de zaak met nummer C/10/673477, om gelijktijdig laatstgenoemd verzoek te kunnen behandelen.
2 De feiten
2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] .
2.2. [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] verblijven in een netwerkpleeggezin, te weten bij de tante vz.
2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 21 mei 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] verlengd tot 6 januari 2026.
2.4. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij diezelfde beschikking de machtiging verlengd om [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor netwerkpleegzorg tot 6 oktober 2025.
3 Het aangehouden verzoek
3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] in een voorziening voor netwerkpleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2. Op een gedeelte van het verzoek is al beslist. Er moet nu nog een beslissing worden genomen op het restant van het verzoek, te weten de verlenging van de ondertoezichtstelling voor de periode van 6 januari 2026 tot 6 juli 2026 en de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor netwerkpleegzorg voor de periode van 6 oktober 2025 tot 6 juli 2026.
4 De standpunten
4.1. De GI handhaaft het aangehouden verzoek ter zitting en licht het nader toe. Tussen de vader en de kinderen gaat het contact goed. De GI is er trots op hoe de vader samen met zijn familie de zorg voor de kinderen regelt. De samenwerking met de vader is goed en de wens is om over te gaan naar het vrijwillige kader. Het (gebrek aan) contact met de moeder staat hieraan op dit moment in de weg. De moeder is onvoorspelbaar in het contact en niet altijd bereikbaar. Dit leidt tot teleurstelling bij de kinderen. Daarom gaat de GI een verzoek indienen bij de Raad voor de Kinderbescherming, hierna te noemen de Raad, om onderzoek te doen naar de vraag of een gezagsbeëindigende maatregel passend is.
4.2. Namens en door de vader wordt ter zitting kenbaar gemaakt dat hij zich niet verweert tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing. Desondanks wordt het van belang geacht dat de kinderrechter de regie behoudt en wordt daarom namens de vader verzocht om de machtiging tot uithuisplaatsing voor zes maanden te verlengen, en niet langer. De vader ervaart de samenwerking met de GI als positief. De vader en de GI kijken steeds samen naar wat de kinderen aan kunnen. De vader ziet de kinderen op dit moment op dinsdag, donderdag en zondag. Daarnaast komen de kinderen eens in de drie weken op zaterdag bij de vader logeren. Dit wordt langzaam verder opgebouwd. De omgangsmomenten verlopen goed. De vader doet leuke dingen met de kinderen en de kinderen zijn blij om bij hem te zijn. JeugdProfs is betrokken in de thuissituatie bij de vader voor opvoedondersteuning. De vader heeft een kleine woning en probeert te verhuizen. Tot op heden is dit niet gelukt. De kinderen worden ouder en hebben behoefte aan hun eigen plek in huis, zeker de oudste zoon; hij slaapt nu bij de vader op de kamer. Het is daarom belangrijk dat er op het moment dat de kinderen weer bij de vader gaan wonen meer woonruimte is. Daarnaast heeft de vader de wens om dichtbij het pleeggezin te wonen, omdat zij ondersteunend zullen blijven in de zorg voor de kinderen. Dichterbij het pleeggezin wonen, zal er ook voor zorgen dat de kinderen in hun eigen sociale omgeving kunnen blijven en de onrust voor hen zo beperkt mogelijk zal zijn.
4.3. De advocaat van de moeder geeft ter zitting aan helaas geen contact te hebben gehad met de moeder.
5 De informatie
De dochter van de tante vz merkt op dat het contact met de moeder moeizaam verloopt. Het contact met de vader verloopt daarentegen wel goed. De dochter van de tante vz geeft aan vertrouwen te hebben in de toekomst en blij te zijn met hoe het nu gaat.
6 De beoordeling
6.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.[1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
6.2. [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] verblijven sinds april 2021 bij de tante vz en haar gezin. De afgelopen periode hebben de kinderen zich hier positief ontwikkeld. De omgangsmomenten tussen de vader en de kinderen vinden ongeveer drie keer per week plaats en verlopen goed. De vader is zeer gemotiveerd om de situatie te verbeteren, hij is betrouwbaar en werkt goed mee met de geboden hulpverlening. Hierdoor heeft hij de afgelopen periode grote stappen weten te zetten en zal, op een voor de kinderen passend tempo, worden toegewerkt naar een deeltijd-pleegzorgconstructie. Ook de samenwerking tussen de vader, de GI en het pleeggezin verloopt goed. Desondanks worden de kinderen nog steeds ernstig in hun ontwikkeling bedreigd. Door de omstandigheden kunnen zij niet volledig bij de vader wonen. Daarnaast is de gezaghebbende moeder onbereikbaar en onvoorspelbaar. Dit leidt tot teleurstelling en onbegrip bij de kinderen en heeft een negatief effect op hun sociaal-emotioneel functioneren. Daarnaast belemmert het gebrek aan contact met de moeder een eventuele overdracht naar het vrijwillig kader. Ter zitting is gebleken dat de GI de Raad zal vragen onderzoek te gaan doen naar een gezagsbeëindigende maatregel van de moeder. Op grond van dit alles is langere betrokkenheid van de vaste jeugdbeschermer noodzakelijk.
6.3. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig.
6.4. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] noodzakelijk in het belang van hun verzorging en opvoeding.[2]
6.5. De kinderen verblijven sinds april 2021 bij de tante vz. Het gaat goed met de kinderen bij haar en zij hebben regelmatig contact met de vader. Tussen de moeder en de kinderen is er al langere tijd geen contact. Hoewel het uiteindelijke doel een deeltijd-pleegzorgconstructie is waarbij de kinderen een deel van de week bij de vader verblijven en het andere deel van de week bij de tante vz, is het van belang dat hier zorgvuldig en gefaseerd naartoe wordt gewerkt. Gelet hierop is een langere plaatsing van de kinderen bij de tante vz noodzakelijk. Daarbij speelt dat de vader woonachtig is in een woning van minder dan 50 m² met slechts twee slaapkamers; hij slaapt met de oudste zoon van 11 jaar op een kamer. Het is in het belang van een zo goed mogelijke ontwikkeling van de kinderen – die al veel meegemaakt hebben in hun jonge leven – dat de vader meer passende woonruimte betrekt. Ook is het in het belang van de kinderen dat de vader dichterbij het pleeggezin kan wonen, zodat de zorg voor de kinderen op een haalbare wijze verdeeld kan worden tussen de vader en het pleeggezin. De vader doet zijn best om een passende woning te vinden. Het zou de rust en duidelijkheid voor de kinderen – en een eventuele overdracht van de begeleiding naar het vrijwillig kader – bevorderen, indien de vader een dergelijke woning zou kunnen vinden.
6.6. Nu het voornemen is om de komende periode in een passend tempo toe te werken naar een deeltijd-pleegzorgconstructie met de vader en er onderzoek zal worden gedaan naar een gezagsbeëindigende maatregel van de moeder, vindt de kinderrechter het passend om de kinderbeschermende maatregelen niet verder te verlengen dan tot 6 april 2026. Het resterende deel van de verzoeken zullen worden aangehouden.
6.7. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
7 De beslissing
De kinderrechter:
7.1. verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] tot 6 april 2026;
7.2. verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] in een voorziening voor pleegzorg tot 6 april 2026;
7.3. verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
en alvorens verder te beslissen:
7.4. houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en roept de GI, de moeder, de vader, mr. N. Schiettekatte en de tante vz op te verschijnen tijdens de zitting van 18 maart 2026 om 13:30 uur in het gerechtsgebouw van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, aan Wilhelminaplein 100 / 125 te Rotterdam, om nader op de verzoeken te worden gehoord;
7.5. de zaak zal op laatstgenoemde datum, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. A.A.J. de Nijs;
7.6. bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de GI, de moeder, de vader, mr. N. Schiettekatte en de tante vz;
7.7. gelast de oproeping van de dochters van de tante als informant tegen bovengenoemde datum en tijdstip;
7.8. gelast de oproeping van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] voor een gesprek met de kinderrechter op bovengenoemde zittingsdatum om 11:00 uur ( [voornaam minderjarige 1] ) en 11:20 uur ( [voornaam minderjarige 2] ), waarbij de kinderen ook samen mogen komen om 11:00 uur als zij dat willen;
7.9. verzoekt de GI uiterlijk een week voor de hiervoor genoemde zittingsdatum aan de kinderrechter (met afschrift daarvan aan de moeder, de vader, mr. N. Schiettekatte en de tante vz) te rapporteren.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
Artikel 1:260 BW.
Artikel 1:265c, tweede lid, BW. - - - ## Voetnoten