Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2025:14758 - Rechtbank Rotterdam - 9 september 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2025:147589 september 2025

Uitspraak inhoud

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/696607 / JE RK 25-607
Datum uitspraak: 9 september 2025
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west,
gevestigd te Dordrecht, hierna te noemen: de GI,
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[naam stiefvader] ,
hierna te noemen de stiefvader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[naam voogd 1] en [naam voogd 2] ,
hierna te noemen: de voogden, wonende in [woonplaats] , België,
advocaat mr. K.R. Koopman, kantoorhoudende te Zeist.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - de tussenbeschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 13 mei 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
1.2. Op 9 september 2025 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig: - een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ; - een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B] .
1.3. De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2 De feiten

2.1. Bij beschikking van de rechtbank Zeeland-West Brabant van 17 december 2020 is het gezag van de moeder en de vader, [naam vader] , over [voornaam minderjarige] beëindigd en is Intervence benoemd tot voogdes over [voornaam minderjarige] .
2.2. Stichting Jeugdbescherming west Zeeland is met ingang van 1 juli 2021 de rechtsopvolger van Stichting Intervence.
2.3. Bij beschikking van de rechtbank Zeeland-West Brabant van 11 mei 2022 is Stichting Jeugdbescherming west Zeeland als voogdes over [voornaam minderjarige] ontslagen en zijn de voogden belast met het gezag over [voornaam minderjarige] .
2.4. [voornaam minderjarige] verblijft sinds juni 2024 bij de moeder en de stiefvader.
2.5. De kinderrechter in deze rechtbank heeft [voornaam minderjarige] bij beschikking van 13 mei 2025 onder toezicht gesteld tot 13 mei 2026.
2.6. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij diezelfde beschikking een machtiging verleend om [voornaam minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de moeder en de stiefvader tot 13 september 2025.

3 Het aangehouden verzoek

3.1. De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] binnen het netwerk, te weten bij de moeder en de stiefvader, te verlenen voor de duur van acht maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2. Op een gedeelte van het verzoek is al beslist. Er moet nog een beslissing worden genomen op het restant van het verzoek, te weten de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de moeder en de stiefvader voor de periode van 13 september 2025 tot 13 januari 2026.
3.3. De Raad wijzigt – alle belanghebbenden gehoord hebbende – het restant van het verzoek ter zitting, in die zin dat nu wordt verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de moeder en de stiefvader voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 13 mei 2026.

4 De standpunten

4.1. De Raad handhaaft het gewijzigde verzoek ter zitting en licht het nader toe. De Raad acht het in het belang van [voornaam minderjarige] dat zij bij de moeder en de stiefvader blijft wonen. Er moeten de komende periode nog wel stappen worden gezet. Hiervoor is de GI betrokken. Het is belangrijk dat [voornaam minderjarige] weet dat de voogden achter haar staan.
4.2. De GI steunt het gewijzigde verzoek van de Raad. De GI ziet dat er stappen worden gezet richting omgang tussen [voornaam minderjarige] , haar zusje en de voogden. Door de vakantieperiode en de betrokkenheid van instanties uit zowel België als Nederland, is er sprake van vertraging. De eerste stappen zijn nu gezet. De GI komt tegemoet aan de wens van [voornaam minderjarige] om niet alle informatie over haar met de voogden te delen. Er wordt enkel globale informatie gedeeld. Er is aan [voornaam minderjarige] gevraagd om na te denken over hoe ze het contact met de voogden wil vormgeven.
4.3. De moeder maakt ter zitting kenbaar dat zij achter het gewijzigde verzoek van de Raad staat. De afgelopen periode is er helaas weinig gebeurd. Zo is er nog geen omgang tot stand is gekomen tussen [voornaam minderjarige] en haar jongere zusje [naam zusje] . Desondanks vindt de moeder de samenwerking met de GI fijn en hoopt zij dat de omgang tussen [voornaam minderjarige] en [naam zusje] de komende periode van de grond komt. De moeder vindt het in het belang van [naam zusje] dat zij bij de voogden kan blijven wonen.
4.4. De stiefvader geeft ter zitting aan dat hij achter het gewijzigde verzoek van de Raad staat. De GI heeft nog niets gedaan in de situatie. Op de verjaardag van [voornaam minderjarige] is het de stiefvader en de moeder gelukt om onderling met de voogden te regelen dat [voornaam minderjarige] kon bellen met [naam zusje]
4.5. Door en namens de voogden wordt ter zitting gerefereerd aan het oordeel van de kinderrechter. De voogden willen het beste voor [voornaam minderjarige] en zij gunnen haar rust en stabiliteit en dat zij haar mogelijkheden benut. Gelet op de gewenste stabiliteit wordt geopperd om de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen voor de volledige duur van de ondertoezichtstelling. Hoewel de voogden accepteren dat [voornaam minderjarige] nu bij de moeder en de stiefvader verblijft, betreuren zij het dat de dromen die [voornaam minderjarige] had zijn veranderd. De voogden betreuren het ook dat het tot op heden niet is gelukt om tot contactherstel tussen [voornaam minderjarige] en [naam zusje] te komen. Ondanks het feit dat de moeder [voornaam minderjarige] langdurig onttrokken heeft aan het gezag van de voogden, wordt het gewaardeerd dat het de voogden, de moeder en de stiefvader onderling is gelukt om op de verjaardag van [voornaam minderjarige] contact tussen haar en [naam zusje] tot stand te brengen. Dit is een mooie eerste stap; hopelijk verbetert de samenwerking tussen de volwassenen in de toekomst.

5 De beoordeling

5.1. Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van haar verzorging en opvoeding.[1]
5.2. [voornaam minderjarige] verbleef jarenlang bij de voogden samen met haar jongere zusje [naam zusje] . [naam zusje] woont nog steeds bij de voogden, maar [voornaam minderjarige] verblijft sinds juni 2024 bij de moeder en de stiefvader, zonder dat de voogden hiervoor toestemming hebben gegeven. De moeder heeft [voornaam minderjarige] bij zich laten wonen, wetende dat de voogden dit niet in het belang van [voornaam minderjarige] vonden. Dit alles levert een ernstige ontwikkelingsbedreiging op voor [voornaam minderjarige] , waardoor zij sinds 13 mei 2026 onder toezicht staat. De afgelopen periode is de begeleiding en de hulpverlening in het kader van de ondertoezichtstelling echter onvoldoende van de grond gekomen, waardoor er bijvoorbeeld tot op heden geen contactherstel heeft plaatsgevonden tussen [voornaam minderjarige] en [naam zusje] . Het enige contactmoment dat er is geweest, hebben de moeder, de stiefvader en de voogden zelf georganiseerd, wat een compliment waard is. Los hiervan lukt het de moeder, de stiefvader en de voogden niet om in het belang van [voornaam minderjarige] samen te werken. De voogden maken zich onder meer zorgen over [voornaam minderjarige] 's verblijf bij de moeder, gezien het verleden van de moeder, en ook over [voornaam minderjarige] 's geestelijke gezondheid en de wijziging van haar toekomstplannen. [voornaam minderjarige] , haar moeder en haar stiefvader betreuren het dat de voogden geen vertrouwen in hen hebben. Mede door de vertraging in de begeleiding en hulpverlening, is er de afgelopen periode onvoldoende gewerkt aan herstel van vertrouwen tussen alle volwassenen rondom [voornaam minderjarige] . Dat valt te betreuren omdat [voornaam minderjarige] juist het vertrouwen van al deze volwassenen nodig heeft om zich zo goed mogelijk verder te kunnen ontwikkelen. Gezien haar leeftijd moet zij meer en meer haar eigen keuzes maken, waarbij zij zich gesteund moet voelen door de volwassenen.
5.3. De voogden verzetten zich niet tegen de plaatsing van [voornaam minderjarige] bij de moeder en de stiefvader. Om [voornaam minderjarige] stabiliteit te geven, kunnen zij zich vinden in een plaatsing tot het einde van de ondertoezichtstelling. Hiermee geven zij [voornaam minderjarige] al een stuk vertrouwen.
5.4. De komende periode is het van belang dat [voornaam minderjarige] haar opleiding voortzet, een passende vrijetijdsbesteding heeft en dat zij de ruimte voelt en krijgt om de ingrijpende gebeurtenissen die zij heeft meegemaakt te verwerken, bij voorkeur onder professionele begeleiding. Daarnaast is het van groot belang dat er op regelmatige basis en op ontspannen wijze contact komt tussen [voornaam minderjarige] en [naam zusje] . Ook moet de GI de moeder, de stiefvader en de voogden begeleiden in het tot stand brengen van een vorm van samenwerking in het belang van [voornaam minderjarige] . Mogelijk zal het al helpend zijn als er meer informatie over en weer wordt uitgewisseld, waarbij wel rekening wordt gehouden met de wensen van [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] moet op haar beurt proberen te begrijpen dat de voogden meer vertrouwen kunnen krijgen wanneer zij meer inzicht krijgen in de keuzes die [voornaam minderjarige] als 17-jarige nu in haar leven maakt. Dit alles heeft zijn tijd nodig, waarbij professionele begeleiding helpend is.
5.5. De kinderrechter acht, alles meewegend, het gewijzigde verzoek van de Raad in het belang van [voornaam minderjarige] . Middels dit gewijzigde verzoek zal er voor langere tijd duidelijkheid zijn voor [voornaam minderjarige] . De kinderrechter wijst het gewijzigde verzoek tot uithuisplaatsing dan ook in zijn geheel toe, te weten tot 13 mei 2026.
5.6. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De kinderrechter:
6.1. verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de moeder en de stiefvader tot 13 mei 2026;
6.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek. - - - ## Voetnoten
Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek.