Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2025:14744 - Rechtbank Rotterdam - 31 juli 2025
Uitspraak
ECLI:NL:RBROT:2025:14744•31 juli 2025
Uitspraak inhoud
Team familie
Zaaknummer / rekestnummer: C/10/699093 / FA RK 25-3497
Beschikking van 31 juli 2025 over de regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht
in de zaak van:
de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering (hierna: de GI), gevestigd te Rotterdam,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] (hierna: de minderjarige).
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[naam vrouw], hierna: de vrouw,
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. M.A.H. Limbourg te Breda,
[naam pleegmoeder]en[naam pleegvader],
wonende te [woonplaats 2] ,
hierna: de pleegouders.
1 De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI, ingekomen op 30 april 2025.
1.2. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 9 juli 2025. Daarbij zijn verschenen:
2 De vaststaande feiten
2.1. De vrouw is de biologische moeder van de minderjarige.
2.2. Bij beschikking van het gerechtshof Den Haag van 17 mei 2023 is een contactregeling vastgesteld inhoudende dat de vrouw eens in de drie weken onder begeleiding de minderjarige zal bezoeken.
2.3. Bij beschikking van het gerechtshof Den Haag van 19 maart 2025 is het gezag van de vrouw over de minderjarige beëindigd, waarbij de GI is belast met de voogdij.
3 De beoordeling
3.1. Wijziging omgangsregeling
3.1.1. De GI verzoekt de regeling inzake de uitoefening van het recht op omgang aldus te wijzigen dat de vrouw minimaal één keer in de zes weken begeleide omgang heeft met de minderjarige, met de mogelijkheid tot uitbreiding van omgang als de minderjarige in de toekomst minder sterk reageert op de bezoeken.
3.1.2. De vrouw voert gemotiveerd verweer.
3.1.3. De rechtbank kan op verzoek van de ouders of van een van hen op grond van artikel 1:377a lid 2 BW in verbinding met artikel 1:377e BW een beslissing over de omgang of een door ouders onderling getroffen omgangsregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De bevoegdheid om wijziging van een omgangsregeling te verzoeken, komt ook toe aan een gecertificeerde instelling die met de voogdij van de minderjarige is belast. Dit volgt uit het arrest van de Hoge Raad van 19 mei 2017 (ECLI:NL:HR:2017:943).
Wijziging van omstandigheden
3.1.4. De rechtbank stelt vast dat sprake is van een relevante wijziging van omstandigheden sinds de vaststelling van de contactregeling in 2023. De GI ziet na de bezoeken van de vrouw sterk ontregeld gedrag bij de minderjarige. Volgens de vrouw kan dit ook komen door autisme of ADHD. Onbetwist is echter dat de minderjarige dit gedrag laat zien en dat dit zijn algehele ontwikkeling belemmert. Het betoog van de vrouw dat geen sprake is van een relevante wijziging slaagt niet.
Inhoudelijke beoordeling
3.1.5. Tijdens de mondelinge behandeling is met de vrouw en de GI uitvoerig stilgestaan bij de vraag wat de minderjarige in zijn contact met de vrouw op dit moment aan kan. De vrouw heeft hierbij duidelijk gezegd dat zij minder contact met de minderjarige als heel onrechtvaardig ervaart. De vrouw heeft het gevoel dat zij wordt neergezet als een slechte moeder. Dit raakt haar diep, juist omdat zij zegt bereid te zijn mee te bewegen in het belang van haar kind. Zo geeft zij aan dat zij er bewust voor heeft gekozen om de minderjarige niet langer te zeggen dat hij bij haar moet komen wonen. De vrouw vindt het onbegrijpelijk dat haar eerst is beloofd dat zij mag beeldbellen met de minderjarige, maar dat dit nooit van de grond is gekomen. Zij is daar erg verdrietig over en voelt zich als moeder niet gehoord en gezien. De vrouw zegt dat zij het fysieke contact met de minderjarig wil afwisselen met beeldbellen. Dus als het aan haar ligt blijft zij de minderjarige eens in de drie weken zien, waarbij het fysieke contact wordt afgewisseld met beeldbellen. De GI heeft aangegeven zich hierin te kunnen vinden. De raad heeft hierover gezegd dat beeldbellen tot minder spanning zal leiden bij de minderjarige. De rechtbank acht de afwisseling van het type contact een passende wijziging van de omgangsregeling omdat de minderjarige, zoals onbestreden gesteld door de GI, op dit moment gebaat is bij meer rust en minder spanning. De rechtbank weegt in dit verband mee dat de afwisseling van het type contact ook mogelijk is. De GI heeft ter zitting namelijk aangegeven dat zij aan de pleegouders zal doorgeven dat begeleide omgang voortaan om de drie weken wordt afgewisseld met beeldbellen.
3.1.6. De rechtbank zal gelet op het voorgaande de beschikking van het gerechtshof Den Haag van 17 mei 2023 en de daarin opgenomen contactregeling op de hierna te vermelden wijze wijzigen.
3.2. Proceskosten
Gelet op de aard van de procedure bepaalt de rechtbank dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.
4 De beslissing
De rechtbank:
4.1. wijzigt de beschikking van het gerechtshof Den Haag van 17 mei 2023 en de daarin opgenomen contactregeling in die zin dat de regeling over de uitoefening van het omgangsrecht wordt vastgesteld als volgt: - de vrouw heeft eens in de drie weken omgang met de minderjarige, waarbij de begeleide omgang om de drie weken wordt afgewisseld met beeldbellen;
4.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
4.3. compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
4.4. wijst af het meer of anders verzochte.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.
Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere manier bekend is geworden.