Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2025:14730 - Rechtbank Rotterdam - 4 december 2025
Uitspraak
ECLI:NL:RBROT:2025:14730•4 december 2025
Uitspraak inhoud
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/709828 / JE RK 25-2302
Datum uitspraak: 4 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2023 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2024 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. A.H.J.M. Hopmans, kantoorhoudende te Rotterdam,
en
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] ,
hierna ook gezamenlijk te noemen: de ouders.
1 Het verloop van de procedure
1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift van de Raad met bijlagen van 10 november 2025, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum.
1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 4 december 2025. Daarbij waren aanwezig: - de moeder met haar advocaat; - een vertegenwoordiger van de Raad, [naam 1] ; - een tweetal vertegenwoordigers van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (hierna te noemen: de GI), [naam 2] en [naam 3] .
1.3. De vader is niet verschenen. De moeder heeft ter zitting aangegeven dat de vader wegens onvoorziene omstandigheden niet aanwezig kon zijn.
2 De feiten
2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
2.2. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij de ouders.
3 Het verzoek
3.1. De Raad verzoekt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2. De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn hele jonge kinderen die enorm kwetsbaar zijn. De moeder kampt met psychische problematiek en heeft daar veel hulpverlening voor. De vader heeft een achtergrond met middelengebruik. De ouders stellen zich wisselend op tegenover de hulpverlening. De Raad maakt zich zorgen over de bereikbaarheid en de beschikbaarheid van de ouders. Het is noodzakelijk dat er zicht komt op de thuissituatie. Ter zitting benadrukt de Raad dat de ouders niets kunnen doen aan hun persoonlijke problematiek, maar dat hulpverlening voor de kinderen noodzakelijk is.
4 De standpunten
4.1. De GI sluit zich aan bij het verzoek van de Raad. Wanneer er een ondertoezichtstelling opgelegd wordt zijn er twee jeugdbeschermers beschikbaar.
4.2. Door en namens de moeder wordt verweer gevoerd tegen het verzoek van de Raad. De moeder geeft aan dat zij in het verleden moeite had met het opvoeden van haar oudere kinderen. Momenteel gaat het opvoeden van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] heel goed. De moeder geeft aan dat wanneer het de ouders niet meer lukt, zij de hulp wel zouden accepteren. De moeder ziet geen direct gevaar voor de kinderen en geeft aan dat er ten opzichte van het eerdere onderzoek van de Raad begin 2025 niets is veranderd. De ouders zijn bereid hulp te accepteren en er zijn veel instanties betrokken waardoor er voldoende zicht op het gezin is. De moeder geeft aan open te staan voor opvoedkundige hulp. De ouders zijn een echt team en zijn bewust bezig met afspraken maken. De moeder verzoekt om het verzoek van de Raad af te wijzen.
5 De beoordeling
5.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan.[1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Er zijn al langere tijd zorgen over het gezin. Beide ouders kennen een belast verleden. De moeder is bekend met psychoses en de vader heeft last van verslavingsproblematiek en heeft eveneens psychische problematiek. Na de geboorte van [minderjarige 1] is er veel hulpverlening betrokken geraakt bij het gezin. Sinds juni van dit jaar is de situatie zorgelijker geworden. De moeder is in een psychose gekomen en de vader lijkt teruggevallen in middelengebruik. De vader houdt in periodes ook behandeling af en weigert urinecontroles. De ouders zijn in oktober uit contact gegaan met het Intensieve Hulpteam van de gemeente Rotterdam, waardoor er op momenten onvoldoende zicht was op de thuissituatie. De vader heeft toen ook voor een onbekende periode het gezin verlaten, terwijl volgens de Raad de opvoeding en verzorging van de kinderen juist grotendeels op de schouders van de vader ligt. Gelet op de zeer jonge leeftijd van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is dit zeer zorgelijk. Wanneer de ouders samenwerken lijkt het beter te gaan. Maar juist in periodes dat het wat minder goed gaat met de ouders, lijken de ouders niet open te staan voor hulp. Het ontbreekt beide ouders aan inzicht in de ernst van de situatie en de invloed die hun ziektebeeld kan hebben op hun hele jonge kinderen. De ouders willen graag zelfstandig zijn, maar dat lukt momenteel niet goed. Betrokkenheid van de GI is noodzakelijk zodat de ouders de hulpverlening gaan accepteren en de nodige hulpverlening kan worden ingezet.
5.3. Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat een ondertoezichtstelling noodzakelijk is. Wel ziet de kinderrechter aanleiding om de kinderen onder toezicht te stellen voor een kortere duur dan is verzocht. Op die manier kan er zicht komen op de thuissituatie. Daarnaast kunnen de ouders laten zien dat zij in staat zijn om, met vrijwillige hulpverlening, de zorgen weg te nemen. De kinderrechter stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht voor de duur van zes maanden en zal de beslissing voor het overige aanhouden.
5.4. De kinderrechter verzoekt de Raad om uiterlijk een week voor de hierna te noemen pro forma datum de rechtbank (met afschrift aan de GI, de ouders en mr. A.H.J.M. Hopmans) een rapportage te doen toekomen over de stand van zaken op dat moment en daarbij aan te geven of het resterende deel van het verzoek wordt gehandhaafd.
5.5. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
6.1. stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 4 december 2025 tot 4 juni 2026;
en alvorens te beslissen:
6.2. houdt de behandeling van het verzoek van de Raad voor het overige aan en bepaalt dat het verzoek wordt aangehouden tot 1 mei 2026 pro forma;
6.3. bepaalt dat de Raad, de GI, de vader, de moeder en mr. A.H.J.M. Hopmans op de genoemde pro forma datum niet ter zitting behoeven te verschijnen;
6.4. verzoekt de Raad uiterlijk een week voor de genoemde datum de kinderrechter (met afschrift aan de GI, de vader, de moeder en mr. A.H.J.M. Hopmans) de verzochte rapportage te doen toekomen.
6.5. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
Artikel 1:255 BW. - - - ## Voetnoten