Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2025:14728 - Rechtbank Rotterdam - 4 december 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2025:147284 december 2025

Uitspraak inhoud

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/709867 / JE RK 25-2309
Datum uitspraak: 4 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing en een benoeming bijzondere curator
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats ] ,
advocaat: mr. S.L. Prass, kantoorhoudende te Amsterdam,
[naam oma] en [naam opa],
hierna te noemen: de opa en oma van moederszijde (mz), wonende in [woonplaats ] , advocaat: mr. J.A. Smits, kantoorhoudende te Rotterdam.

1 Het verloop van de procedure

1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - de brief van mr. Smits van 3 december 2025.
1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 4 december 2025. Daarbij waren aanwezig: - een vertegenwoordiger van de GI, [naam 1] .
1.3. De advocaat van de opa en oma mz was, met bericht van afwezigheid, niet aanwezig. De kinderrechter heeft ter zitting bijzondere toegang verleend aan een medewerker van pleegzorg, [naam 2] .
1.4. Met toestemming van de aanwezigen ter zitting heeft de mondelinge behandeling gelijktijdig plaatsgevonden met zaaknummer: C/10/709852 / JE RK 25-2307, waardoor [naam 3] , de vader van [naam 4] , de zus van [minderjarige] , ook bij de zitting aanwezig was.
1.5. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2 De feiten

2.1. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2. [minderjarige] verblijft bij de opa en oma mz.
2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 4 december 2024 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 6 december 2025. Bij diezelfde beschikking is de machtiging tot uithuisplaatsing in een pleeggezin verlengd tot 6 december 2025.

3 Het verzoek

3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2. De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. [minderjarige] verkeert in een enorm loyaliteitsconflict. Hij voelt de spanningen die er onbewust zijn tussen de moeder en de opa en oma mz. [minderjarige] wil iedereen tevreden houden, waardoor hij soms bij verschillende mensen andere verhalen vertelt. [minderjarige] krijgt behandeling bij Yulius en na de feestdagen zal er een evaluatie plaatsvinden. De GI denkt dat het nodig is om een bijzondere curator voor [minderjarige] te benoemen, vanwege het loyaliteitsconflict. Tegelijkertijd beseft de GI dat het misschien naast de behandeling bij Yulius wat veel wordt voor [minderjarige] . Het is belangrijk dat er duidelijkheid komt over het perspectief van [minderjarige] . De aanvaardbare termijn is voor [minderjarige] allang verstreken, maar de GI heeft nog geen perspectief bepaald.

4 De standpunten

4.1. Door en namens de moeder is ter zitting het volgende naar voren gebracht. De moeder voert verweer tegen de verzochte duur van de verlenging van de maatregelen. De moeder hoopt dat er teruggewerkt gaat worden naar huis. Het gaat goed bij de moeder thuis en [minderjarige] vindt het leuk om daar te zijn. De moeder heeft er moeite mee dat zij [minderjarige] maar één keer per zes weken ziet. De moeder vindt het belangrijk dat het perspectief bepaald wordt, zodat iedereen weet waar zij aan toe zijn. De moeder heeft het idee dat [minderjarige] mogelijk sociaal wenselijke antwoorden geeft, waardoor het lastig is om te weten wat hij zelf echt wil. Een bijzondere curator kan voor [minderjarige] een uitkomst bieden, omdat dat een onafhankelijke partij is die er echt voor [minderjarige] is. Ongeacht waar het perspectief van [minderjarige] ligt, is de moeder van mening dat de omgang moet worden uitgebreid. Namens de moeder wordt verzocht om de maatregelen te verlengen voor de duur van zes maanden.
4.2. Door de opa en oma mz wordt ter zitting het volgende naar voren gebracht. De opa en oma mz staan achter het verzoek van de GI. Daarnaast zijn zij van mening dat een bijzondere curator helpend kan zijn voor [minderjarige] . Op die manier heeft hij echt iemand waar hij gesprekken mee kan voeren. Het gaat goed met [minderjarige] bij de opa en oma mz. De behandeling bij Yulius heeft een positief effect op [minderjarige] .

5 De beoordeling

Ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing
5.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.[1] Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.[2] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat [minderjarige] nog steeds ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. [minderjarige] kampt met emotieregulatieproblematiek en verkeert momenteel in een acuut loyaliteitsconflict. [minderjarige] volgt behandeling bij Yulius en dit heeft een positief effect op [minderjarige] . Het is belangrijk dat deze hulp wordt voortgezet. [minderjarige] verblijft inmiddels al meer dan vier jaar bij de opa en oma mz. Het gaat goed met [minderjarige] bij de opa en oma mz. [minderjarige] heeft afgelopen zomer met de opa en oma mz samen een gezinsdagbehandeling gevolgd bij Yulius. Die behandeling is positief afgerond. In de beschikking van 4 december 2024 heeft de kinderrechter de opdracht gegeven om het perspectief van [minderjarige] te bepalen. Dit is nog altijd niet gebeurd. Momenteel is nog niet duidelijk of [minderjarige] zal opgroeien bij de opa en oma mz of dat er gewerkt kan worden naar een thuisplaatsing. Hier moet verandering in komen, zodat bij [minderjarige] de onduidelijkheid en onrust die hij daarover heeft kan worden weggenomen. Dit moet prioriteit hebben bij de GI. Ook vanuit Yulius is aangegeven dat de perspectiefbepaling nodig is voor [minderjarige] om door te kunnen. De komende periode zal de GI daar een besluit over moeten nemen. Daarnaast moet worden onderzocht of, en zo ja, hoe, het contact tussen [minderjarige] en de moeder kan worden uitgebreid.
5.3. Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen voor de duur van een jaar. Gelet op het feit dat het perspectief voor [minderjarige] moet worden bepaald, ziet de kinderrechter aanleiding om de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] te verlengen voor een kortere duur dan is verzocht. De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing verlengen voor de duur van zes maanden en zal de beslissing voor het overige aanhouden.
5.4. De GI wordt verzocht uiterlijk een week voor de hierna te noemen pro forma datum de rechtbank (met afschrift aan de belanghebbenden) een briefrapportage te overleggen over de stand van zaken op dat moment en aan te geven of het resterende deel van het verzoek wordt gehandhaafd.
Benoeming bijzondere curator
5.5. Voorts is gebleken dat zich in deze procedure met betrekking tot [minderjarige] een belangenstrijd als bedoeld in artikel 1:250 BW voordoet, welke strijd zich toespitst op het perspectief van [minderjarige] . [minderjarige] geeft bij de moeder aan dat hij bij haar wil wonen en bij de opa en oma mz geeft hij aan dat hij bij hen wil blijven wonen. [minderjarige] verkeert in een acuut loyaliteitsconflict en de kinderrechter acht het van belang een bijzondere curator te benoemen die in dit verband de belangen van [minderjarige] zowel in als buiten rechte zal vertegenwoordigen.
5.6. [naam 5] heeft zich telefonisch bereid verklaard om de benoeming tot bijzondere curator te aanvaarden. De kinderrechter benoemt daarom [naam 5] als bijzondere curator van [minderjarige] . De kinderrechter bepaalt dat de benoeming van de bijzondere curator geldt voor de duur van de machtiging tot uithuisplaatsing, te weten tot 6 juni 2026.
5.7. De bijzondere curator wordt verzocht te onderzoeken wat de werkelijke wensen en behoeften zijn van [minderjarige] met betrekking tot het perspectief van [minderjarige] en de omgang met zijn moeder.
5.8. De bijzondere curator wordt verzocht om in ieder geval gesprekken te voeren met [minderjarige] , de moeder en de opa en oma mz. Het staat de bijzondere curator vrij om gesprekken te voeren met overige betrokken personen, indien dat bijdraagt aan het onderzoek van de bijzondere curator.
5.9. Indien de bijzondere curator daartoe aanleiding ziet, dan staat het hem vrij een advies uit te brengen over de eventueel in dit verband benodigde hulpverlening ten behoeve van [minderjarige] , de moeder en de opa en oma mz.
5.10. De kinderrechter wijst de belanghebbenden erop dat zij de verplichting hebben om aan de door de bijzondere curator te geven instructies gevolg te geven.
5.11. De kinderrechter verzoekt de bijzondere curator om uiterlijk twee weken vóór de hierna vermelde pro forma datum een schriftelijke vastlegging van zijn bevindingen over zijn werkzaamheden aan de kinderrechter te doen toekomen, met afschrift aan de GI en de andere belanghebbenden. Alsdan kan worden beoordeeld of de bijzondere curator opnieuw moet worden benoemd.
Uitvoerbaar bij voorraad
5.12. De kinderrechter verklaart de beslissingen uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De kinderrechter:
6.1. verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 6 december 2026;
6.2. verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin, te weten bij de opa en oma van moederszijde, tot 6 juni 2026;
6.3. benoemt tot bijzondere curator teneinde [minderjarige] te vertegenwoordigen: [naam 5] , kantoorhoudende te [adres] ;
6.4. bepaalt dat de benoeming tot bijzondere curator geldt tot 6 juni 2026;
en alvorens te beslissen:
6.5. houdt de behandeling van het verzoek van de GI voor het overige aan en bepaalt dat het verzoek wordt aangehouden tot 1 mei 2026 pro forma;
6.6. bepaalt dat de GI, de moeder, de opa en oma van moederszijde, mr. S.L. Prass en mr. J.A. Smits op de genoemde pro forma datum niet ter zitting behoeven te verschijnen;
6.7. verzoekt de bijzondere curator om uiterlijk twee weken voor de hiervoor genoemde datum de kinderrechter (met afschrift aan de GI, de moeder, de opa en oma van moederszijde, mr. S.L. Prass en mr. J.A. Smits) de verzochte rapportage te doen toekomen;
6.8. verzoekt de GI om uiterlijk een week voor de genoemde datum de kinderrechter (met afschrift aan de moeder, de opa en oma van moederszijde, mr. S.L. Prass, mr. J.A. Smits en de bijzondere curator) de verzochte rapportage te doen toekomen;
6.9. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
Artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Artikel 1:265c, tweede lid, BW. - - - ## Voetnoten
Artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Artikel 1:265c, tweede lid, BW.