Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2025:14583 - Rechtbank Rotterdam - 2 september 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2025:145832 september 2025

Uitspraak inhoud

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/703564 / FA RK 25-5511
Datum uitspraak: 2 september 2025
Beschikking van de rechtbank over een gezagsbeëindiging
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat mr. F. Pool, kantoorhoudende te Rotterdam.
[naam pleegmoeder] ,
hierna te noemen: de pleegmoeder, wonende in [woonplaats 2] .

1 Het verloop van de procedure

1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift van de Raad met bijlagen, ontvangen op 18 juli 2025.
1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 september 2025. Daarbij waren aanwezig: - een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ; - de pleegmoeder.

2 De feiten

2.1. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2. [voornaam minderjarige] verblijft bij de pleegmoeder.

3 Het verzoek

3.1. De Raad verzoekt het gezag van de moeder, [naam moeder] geboren op [geboortedatum 2] 1982 te [geboorteplaats 2] , te beëindigen en de pleegmoeder tot voogdes over [voornaam minderjarige] te benoemen, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

4 De standpunten

4.1. De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht het nader toe. [voornaam minderjarige] verblijft al langere tijd bij de pleegmoeder en heeft het hier fijn. [voornaam minderjarige] ontvangt structuur binnen het pleeggezin en het is goed dat zij hier mag opgroeien. [voornaam minderjarige] heeft van 2017-2019 in dit pleeggezin gewoond, daarna was er een vorm van co-ouderschap met de moeder en sinds januari 2024 woont [voornaam minderjarige] weer bij de pleegmoeder. Vanaf oktober 2024 is de bezoekregeling met de moeder stopgezet omdat de moeder onvoldoende fysiek en emotioneel beschikbaar was voor [voornaam minderjarige] vanwege haar persoonlijke problematiek (verslaving), die haar al langere tijd in beslag neemt. Recent heeft de moeder een bankrekening geopend op naam van [voornaam minderjarige] , waarmee vervolgens sprake is geweest van fraude en oplichting. De moeder heeft hierdoor een gevaarlijke situatie voor [voornaam minderjarige] in het leven geroepen en heeft de gevolgen hiervan voor [voornaam minderjarige] onvoldoende gezien. De Raad merkt op dat de moeder een compliment verdient voor hoe goed zij de laatste maanden het belang van [voornaam minderjarige] op één weet te zetten. De moeder is opgenomen bij Antes en is hard aan zichzelf aan het werk om te herstellen. Het is belangrijk dat er goed contact tussen [voornaam minderjarige] en de moeder blijft bestaan.
4.2. De moeder maakt ter zitting kenbaar dat zij het eens is met het verzoek van de Raad. De moeder is hard aan zichzelf aan het werken, maar heeft nog een lange weg te gaan. Zij is bezig om een nieuwe, veilige en stabiele omgeving voor zichzelf te creëren. Het liefst wil de moeder in de buurt van [voornaam minderjarige] en de pleegmoeder gaan wonen. De moeder heeft besloten dat het beter is als [voornaam minderjarige] volledig bij de pleegmoeder blijft wonen, maar hoopt wel dat [voornaam minderjarige] op termijn weer kan komen logeren in het weekend. De band tussen de moeder en de pleegmoeder is erg goed en er is sprake van onderling vertrouwen. Het is daarom belangrijk voor de moeder dat de pleegmoeder de voogdij krijgt, en niet een gecertificeerde instelling. De moeder wil, wanneer het weer beter met haar gaat, de belangrijke beslissingen graag samen met de pleegmoeder nemen.
4.3. De advocaat van de moeder maakt ter zitting kenbaar dat het hem niet is gelukt om met de moeder in contact te komen. Hij wijst erop dat door de gevraagde maatregel de band tussen [voornaam minderjarige] en de moeder wordt doorgesneden, terwijl de moeder door haar opname bij Antes laat zien dat zij zich ervan bewust is dat er dingen moeten veranderen.
4.4. De pleegmoeder maakt ter zitting kenbaar dat zij het eens is met het verzoek van de Raad. Het liefst zou de pleegmoeder samen met de moeder de gezagsbeslissingen nemen, maar dit is juridisch gezien niet mogelijk. De pleegmoeder is geschrokken van de recente gebeurtenissen, waarbij de moeder handtekeningen in [voornaam minderjarige] haar naam heeft gezet. Om dit te voorkomen in de toekomst acht de pleegmoeder een gezagsbeëindigende maatregel, ondanks de goede samenwerking met de moeder, noodzakelijk. In de praktijk zullen de pleegmoeder en de moeder het samen blijven doen. De pleegmoeder heeft over meerdere van haar pleegkinderen het gezag (gehad) en sluit niet uit dat de moeder het gezag ooit terug kan krijgen, maar zij is het met de moeder eens dat er nog een lange weg te gaan is.
  1. De beoordeling
5.1. Op grond van artikel 1:266, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank het gezag van een ouder beëindigen, indien:
a. een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en de ouder niet in staat is de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247, tweede lid, BW te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, of
b. de ouder het gezag misbruikt.
5.2. De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van de onder a. genoemde situatie, en zal daarom overgaan tot de beëindiging van het gezag van de moeder. De kinderrechter overweegt daartoe het volgende.
5.3. [voornaam minderjarige] groeit al langere tijd op binnen het gezin van de pleegmoeder. Dit is een voor [voornaam minderjarige] bekend pleeggezin, waar ze een periode volledig heeft gewoond en ook regelmatig logeerde in periodes dat ze wel bij haar moeder kon wonen. De moeder en de pleegmoeder kennen elkaar daardoor goed en ervaren de samenwerking als prettig. Sinds januari 2024 verblijft [voornaam minderjarige] weer volledig bij het pleeggezin. [voornaam minderjarige] heeft het fijn binnen het pleeggezin, zij ontvangt hier structuur en ontwikkelt zich goed. De moeder ziet dat dit de beste plek is voor [voornaam minderjarige] en is het ermee eens dat [voornaam minderjarige] haar perspectief bij de pleegmoeder ligt. De moeder kampt met verslavingsproblematiek en is hierdoor niet in staat om de opvoeding en verzorging van [voornaam minderjarige] zelf op zich te nemen. Hoewel de moeder hard aan zichzelf werkt, lukt het haar niet altijd om te handelen in [voornaam minderjarige] 's belang. De moeder maakt soms verkeerde keuzes die grote gevolgen kunnen hebben voor [voornaam minderjarige] . Daarnaast lukt het de pleegmoeder niet altijd om de moeder te bereiken wanneer er belangrijke beslissingen genomen moeten worden. [voornaam minderjarige] heeft op jonge leeftijd al veel onvoorspelbaarheid en onveiligheid ervaren en het is van belang dat zij hier in de toekomst voor wordt behoed. Gelet hierop dienen de belangrijke beslissingen genomen te worden door iemand die ten alle tijde in het belang van [voornaam minderjarige] handelt.
5.4. Op basis van de stukken en de zitting is de rechtbank daarom van oordeel dat aan het criterium van artikel 1:266, eerste lid, onder a, BW is voldaan. Ten overvloede overweegt de kinderrechter dat de moeder door een rekening op naam van [voornaam minderjarige] te openen en deze door derden voor strafbare feiten te laten gebruiken, eveneens haar gezag heeft misbruikt. Het verzoek tot beëindiging van het gezag van de moeder is daarom toewijsbaar.
5.5. Het bovengenoemde betekent niet dat de moeder niet meer de (biologische) moeder is van [voornaam minderjarige] . Dit zal altijd zo blijven. Moeder is en blijft de moeder van [voornaam minderjarige] en is dus belangrijk voor haar. Het is van belang dat de moeder zich dat blijft realiseren en daarnaar handelt.
5.6. Omdat de beëindiging van het gezag van de moeder ertoe zal leiden dat een gezagsvoorziening over [voornaam minderjarige] komt te ontbreken, dient de rechtbank op grond van artikel 1:275, eerste lid, BW een voogd over haar te benoemen. De pleegmoeder heeft zich bereid verklaard de voogdij op zich te nemen en de rechtbank is van oordeel dat de pleegmoeder moet worden belast met de voogdij.
5.7. Op grond van het bepaalde in artikel 1:276 lid 1 BW wordt de moeder als ouder waarvan het gezag wordt beëindigd, ervan uitgaande dat zij het bewind voerde over het vermogen van [voornaam minderjarige] , veroordeeld tot het afleggen van rekening en verantwoording daarover aan haar opvolger in dit bewind, de pleegmoeder.

6 De beslissing

De rechtbank:
6.1. beëindigt het ouderlijk gezag van [naam moeder] , geboren op [geboortedatum 2] 1982 in [geboorteplaats 2] , over [voornaam minderjarige] ;
6.2. benoemt tot voogdes over de genoemde minderjarige de pleegmoeder, wonende in [woonplaats 2] ;
6.3. veroordeelt de moeder aan de voogdes rekening en verantwoording af te leggen van het gevoerde bewind over het vermogen van [voornaam minderjarige] ;
6.4. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
6.5. vraagt de griffier om van deze beslissing een aantekening te maken in het gezagsregister.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: