Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2025:14334 - Rechtbank Rotterdam - 30 oktober 2025
Uitspraak
ECLI:NL:RBROT:2025:14334•30 oktober 2025
Uitspraak inhoud
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/707367 / JE RK 25-1982
Datum uitspraak: 30 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering, gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[naam vader],
hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] .
1 Het verloop van de procedure
1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig: - de moeder; - twee vertegenwoordigers van de GI, te weten [persoon A] en [persoon B] .
De vader is niet verschenen. De vader heeft zich bij voormeld bericht afgemeld.
2 De feiten
2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2. [voornaam minderjarige] verblijft in een pleeggezin.
2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 november 2024 [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 11 november 2025.
2.4. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 april 2025 een machtiging verleend [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 11 november 2025.
3 Het verzoek
3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van een jaar.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2. Ter zitting heeft de GI het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht. De afgelopen maanden zijn turbulent verlopen. De ouders hadden een ongezonde relatie met elkaar. De moeder ging elke keer opnieuw naar de vader terug, terwijl er regelmatig huiselijk geweld plaatsvond tussen de ouders. Inmiddels is de relatie van de ouders een maand geleden door vader beëindigd en is het wat rustiger. De vader is uit het contact gestapt met de GI, komt niet meer naar de bezoekmomenten en wil niet meer weten hoe het gaat met [voornaam minderjarige] . Verder is er bij de moeder sprake van persoonlijke problematiek. De komende periode zal Comfortzorg onderzoek doen naar de opvoedvaardigheden van moeder. Zij zullen tien bezoekmomenten tussen moeder en [voornaam minderjarige] observeren en systeemgesprekken voeren met de ouders. Verder dient te worden onderzocht of therapie nodig is voor de moeder en dient het perspectief van [voornaam minderjarige] te worden bepaald. Voor de twee andere kinderen van de moeder zal de komende periode ook onderzoek worden gedaan naar het perspectief en wordt bezien of deze onderzoeken tegelijk kunnen lopen.
4 Het standpunt van de moeder
4.1. De moeder heeft zich ter zitting niet verzet tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling, maar wel tegen de duur van de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. De moeder vraagt de machtiging te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing voor het overig verzochte aan te houden. De moeder heeft sinds een maand meer stabiliteit en rust en heeft vertrouwen in de toekomst, omdat de relatie tussen de moeder en de vader is overgegaan. In november zal de moeder starten met therapie en de intakegesprekken zijn hiervoor ingepland. Daarnaast gaat de moeder naar de bezoekmomenten met [voornaam minderjarige] en deze bezoekmomenten verlopen positief.
5 De beoordeling
5.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.[1] Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.[2] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2. [voornaam minderjarige] is toen zij nog niet geboren was al onder toezicht gesteld vanwege de zorgelijke relatie tussen ouders. Na de geboorte van [voornaam minderjarige] heeft zij de eerste dagen samen met de moeder verbleven in een kraamhotel in Rotterdam. Zij is op de laatste dag van de kraamperiode uit huis geplaatst en geplaatst in een pleeggezin. Zowel voor als na de geboorte van [voornaam minderjarige] is er sprake van een toxische relatie tussen ouders van aantrekken en afstoten en huiselijk geweld. Bovendien zijn er zorgen over de psychische gesteldheid van de ouders. Afgelopen september lijkt de relatie beëindigd, maar of dat blijvend is, is nog onduidelijk.
5.3. De afgelopen periode is de vader uit contact gegaan en wil hij geen contact meer met de GI en [voornaam minderjarige] . De moeder komt naar de bezoekmomenten met [voornaam minderjarige] en deze bezoekmomenten verlopen positief. Hoewel de situatie rondom de moeder momenteel rustiger lijkt, kan [voornaam minderjarige] momenteel niet terug naar de moeder. De moeder wordt in beslag genomen door haar persoonlijke problematiek en er is nog te veel onduidelijkheid over de opvoedvaardigheden van moeder. Het is belangrijk dat [voornaam minderjarige] stabiliteit en continuïteit heeft. Zij krijgt dit in het pleeggezin en zij ontwikkelt zich hier goed. Zij is gebaat bij de voorspelbaarheid die haar wordt geboden. De komende periode is het belangrijk dat [voornaam minderjarige] bij het pleeggezin blijft en dat de moeder start met therapie. Verder is het van belang dat de moeder naar de bezoekmomenten met [voornaam minderjarige] blijft gaan en er onderzoek wordt gedaan naar het perspectief van [voornaam minderjarige] .
5.4. De ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing zijn daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van een jaar, te weten tot 11 november 2026.
5.5. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
6.1. verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 11 november 2026;
6.2. verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 11 november 2026;
6.3. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
Artikel 1:260 BW.
Artikel 1:265c, tweede lid, BW. - - - ## Voetnoten