Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2025:14122 - Rechtbank Rotterdam - 2 september 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2025:141222 september 2025

Uitspraak inhoud

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/704093 / JE RK 25-1557
Datum uitspraak: 2 september 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [plaats 1] ,
advocaat: mr. K.el Joghafi, kantoorhoudende in Rotterdam,
[de vader],
hierna te noemen: de vader, wonende [plaats 2] ,
advocaat: mr. J.S. Blijsterbosch, kantoorhoudende in Maasdijk .

1 Het verloop van de procedure

1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
 het gespreksverslag van de afwijzing van de [school 1] van 13 maart 2025;
 de mailwisseling tussen 19 maart 2025 en 3 april 2025;
 de mailwisseling tussen de GI, de ouders en het PPO tussen 19 maart 2025 en 3 april 2025;
 het e-mailbericht van de moeder aan de GI van 4 april 2025
 het e-mailbericht van de moeder aan de GI van 10 april 2025;
 het e-mailbericht van de GI aan de moeder van 23 april 2025;
 de beëindigingsbrief [kinderopvang] van 24 april 2025;
 het e-mailbericht van de beleidsmedewerker van 13 mei 2025;
 het hulpverleningsplan van 5 juni 2025;
 het e-mailbericht van de logopedist van 17 juni 2025;
 het gespreksverslag [kinderopvang] ;
 het observatieverslag [kinderopvang] ;
 het voorstel verdeling vakantie en feestdagen [minderjarige] ;
1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 september 2025. Daarbij waren aanwezig: - de moeder bijgestaan door haar advocaat; - de vader bijgestaan door zijn advocaat; - twee vertegenwoordigers van de GI, [vertegenwoordiger 1] en [vertegenwoordiger 2] .

2 De feiten

2.1. De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2. [minderjarige] woont bij zijn moeder.
2.3. Bij beschikking van 3 september 2024 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 3 september 2025.

3 Het verzoek

3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2. De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. [minderjarige] is een jongen met een specifieke zorgbehoefte. Er bestaan zorgen over hoe hij zicht voelt en er moet zicht komen op wat hij aan hulpverlening nodig heeft. Daarnaast zijn er grote zorgen over de strijd tussen de ouders. De communicatie tussen de ouders verloopt niet goed, waardoor belangrijke beslissingen niet genomen kunnen worden. De GI is van mening dat door de blijvende strijd tussen de ouders de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] afgelopen jaar is toegenomen. De betrokken jeugdbeschermer komt niet toe aan haar hoofdtaak, namelijk aan inzetten van hulpverlening om de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] weg te nemen, omdat vrijwel alle aandacht uitgaat naar de ouders en de problematiek die tussen hen speelt. Mediation is ingezet, maar dit is zonder resultaat afgerond. De vraag is hoe dit patroon kan worden doorbroken. Er zal een nieuwe jeugdbeschermer komen. Vandaag had [minderjarige] zijn eerste schooldag op het [school 2] , hij zit in een voorschoolse groep. Vanuit deze plek kan worden onderzocht welk onderwijsvorm passend is voor hem. De moeder wil dat [minderjarige] naar een school in [plaats 3] gaat. De GI vindt dat eerst het advies van het [school 2] moet worden afgewacht en daarna naar de passende vervolgplek gekeken kan worden. De komende periode moet zicht worden verkregen op de ontwikkeling van [minderjarige] , wat hij nodig heeft en moet passende hulpverlening voor hem worden ingezet. Daarnaast moet worden voorkomen dat [minderjarige] knel komt te zitten tussen de ouders

4 Het standpunt van de moeder

4.1. Door en namens de moeder wordt, mede onder verwijzing naar het ingediende verweerschrift, ingestemd met het verzoek. De moeder erkent dat er sprake is van een ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] . De grote zorg van de moeder is dat de stappen die nu worden gezet niet in zijn belang zijn. De afspraken worden niet nagekomen door de jeugdbescherming. Het was de bedoeling een tweesporenbeleid te volgen, zoals blijkt uit het e-mailbericht van 6 december 2024. [minderjarige] is onterecht afgewezen bij de [school 1] . [minderjarige] zit momenteel op het [school 2] , maar er is nog geen vervolgstap gezet. Deze vervolgstap houdt in dat [minderjarige] daarnaast wordt ingeschreven op een school in [plaats 3] . Vanuit deze school dient dan uiteindelijk diagnostiek plaatsvinden. Het is namelijk belangrijk dat diagnostiek vanuit een rustige en stabiele setting kan gebeuren. De GI moet binnen twee maanden uitvoering geeft aan het tweesporenbeleid, zoals afgesproken in de e-mail van 6 december 2024. De moeder vindt het onterecht dat alleen naar de moeder wordt gewezen. Beide ouders hebben een rol in wat er is gebeurd. Enver heeft geadviseerd dat beide ouders eerst individuele therapie volgen voordat een gezamenlijk ouderschapstraject overwogen wordt. Voor de moeder is op dit moment een traject van Solo-parallel ouderschap niet haalbaar.

5 Het standpunt van de vader

5.1. Door en namens de vader wordt ingestemd met het verzoek en verwezen naar de ingediende schriftelijke reactie op het verzoekschrift. In aanvulling hierop wordt het volgende aangegeven. Er is sprake van een ontwikkelingsbedreiging. De vader geeft aan dat de oorzaak hiervan ook in kind-eigen problematiek ligt. Het is te generaliserend om te zeggen dat de ontwikkelingsbedreiging vooral is gelegen in de strijd tussen de ouders. Er is onrust, geen strijd. Op dit moment zijn de ouders niet in staat gezamenlijke beslissingen over [minderjarige] te nemen. Zaken zoals de schoolgang en de hulpverlening stagneren, maar dat ligt niet aan de vader. De GI heeft keurig uitvoering gegeven aan de afspraken van 6 december 2024. De vertraagde schoolgang van [minderjarige] komt door de moeder. De moeder dient bij alle instanties klachten in. Er is aan de moeder een schriftelijke aanwijzing gegeven. De vader heeft grote zorgen over hoe het komende jaar zal verlopen. Het traject Ouderschap Na Scheiding bij Enver is gestopt. Een traject van Solo-parallel-ouderschap kan uitkomst bieden. De vader staat hiervoor open.

6 De beoordeling

6.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.[1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
6.2. Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [minderjarige] nog altijd ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Deze ontwikkelingsbedreiging zoals omschreven in de beschikking van 3 september 2024, is nog onverminderd aanwezig. [minderjarige] is destijds onder toezicht gesteld vanwege zorgen over de sociaal-emotionele ontwikkeling van [minderjarige] als gevolg van ernstige echtscheidingsproblematiek tussen de ouders. Er zou hulpverlening worden ingezet voor zowel [minderjarige] als de ouders, maar uit de stukken en ter zitting is gebleken dat de uitvoering van de ondertoezichtstelling nagenoeg niet mogelijk is geweest. Dit komt met name doordat het de ouders, vanwege hun ernstig verstoorde relatie niet lukt om gezamenlijk beslissingen te nemen die in het belang van de ontwikkeling en behoefte van [minderjarige] zijn. De ouders verschillen van visie over belangrijke zaken voor [minderjarige] , waardoor deze ernstige vertraging oplopen, zoals zijn schoolgang of zelfs blijven liggen. Dit heeft een zodanig tijdsbeslag op de GI gelegd dat op dit moment nog onvoldoende duidelijk is welke hulpverlening voor [minderjarige] passend is. [minderjarige] is hiervan de dupe.
6.3. De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Hoewel de ouders het eens zijn over de verlenging van de ondertoezichtstelling en erkennen dat de situatie tussen hen niet goed is voor [minderjarige] , lukt het hen niet zelfstandig om deze situatie in het belang van [minderjarige] te verbeteren. Ook het ingezette hulptraject Ouderschap Na Scheiding van Enver heeft niet tot een verbetering geleid. Enver geeft in het hulpverleningsplan aan dat de voorzetting van de ondertoezichtstelling noodzakelijk is om de belangen van [minderjarige] te waarborgen. Uit de stukken volgt ook dat de ouders over een weer verwijten maken en het hen niet om gezamenlijk in het belang van [minderjarige] keuzes te maken. Daarbij ontbreekt het hen beide aan zelfreflectie. Het is van groot belang dat het bestaande patroon tussen de ouders doorbroken wordt. In voormeld plan van Enver staat omschreven dat individuele therapie voor beide ouders gericht op hechting, zelfreflectie en leren hanteren van conflicten sterk wordt aanbevolen alvorens verder gezamenlijk stappen overwogen kunnen worden. Gelet op het voorgaande is het van belang dat de GI betrokken blijft om de belangen van [minderjarige] te bewaken, de benodigde hulpverlening voor hem in gang te zetten en te bekijken wat nodig is voor de ouders om de onderlinge communicatie te verbeteren. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar.
6.4. Voor de komende periode is het ook van groot belang dat de ouders beseffen dat het hun beider verantwoordelijkheid is om een veilige en stabiele opvoedsituatie te creëren, waarin [minderjarige] zich kan ontwikkelen zonder dat hij belast wordt met volwassenproblematiek. De GI kan hierbij ondersteuning bieden en hulpverlening inzetten, maar de uiteindelijke verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de ouders De kinderrechter verwacht dan ook van de ouders dat zij aan de slag met hun eigen problematiek en voormelde aanbeveling van Enver.
6.5. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7 De beslissing

De kinderrechter:
7.1. verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 3 september 2026;
7.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
Artikel 1:260 Burgerlijk Wetboek. - - - ## Voetnoten
Artikel 1:260 Burgerlijk Wetboek.