Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2025:14121 - Rechtbank Rotterdam - 2 september 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2025:141212 september 2025

Uitspraak inhoud

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/694142 / JE RK 25-279
Datum uitspraak: 2 september 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F. Pool, kantoorhoudende in Rotterdam,
[de vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [plaats] .

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - de beschikking van 24 april 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken; - de briefrapportage van de GI van 30 juli 2025.
1.2. Op 2 september 2025 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig: - de moeder bijgestaan door mr. M. Krol, waarnemend voor mr. F. Pool; - een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger] .
1.3. De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.
1.4. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2 De feiten

2.1. De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2. [minderjarige] woont bij zijn moeder.
2.3. Bij beschikking van 24 april 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 9 september 2025.

3 Het verzoek

3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2. De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. [minderjarige] is vaak alleen thuis, waardoor veel verantwoordelijkheid op zijn schouders rust. Daarnaast heeft het Multi Functioneel Centrum (MFC) vlak voor de zomervakantie zorgen geuit over het gedrag van [minderjarige] , zoals zijn regelmatige afwezigheid en te laat komen. Ook geeft school aan dat [minderjarige] er geregeld ongewassen uitziet, naar zweet ruikt en kapotte kleding draagt. Het MFC wilde hierover met de moeder in gesprek gaan, maar die afspraken zijn niet doorgegaan. Besloten is dit gesprek na de zomervakantie te voeren. Ter zitting blijkt dat gisteren een evaluatie tussen het MFC en de moeder heeft plaatsgevonden. Hiervan was de GI niet op de hoogte. Er is nog geen zicht op de thuissituatie. Van de vorige jeugdbeschermer is vernomen dat de moeder aanvankelijk niet wilde meewerken aan Pameijer. De huidige jeugdbeschermer is sinds drie maanden betrokken bij het gezin. Tijdens de kennismaking heeft de moeder het inschrijfformulier voor Pameijer ondertekend. Het gezin staat nu op de wachtlijst bij Pameijer voor intensieve ambulante begeleiding. Deze hulpverlening is gericht op coaching van [minderjarige] richting zelfstandigheid en op ondersteuning van de opvoedvaardigheden van de moeder. De verwachting is dat dit traject na de zomervakantie kan starten. Het is te hopen dat dit spoedig van start gaat.

4 Het standpunt van de moeder

4.1. Door en namens de moeder wordt verzocht het verzoek af te wijzen. Er zijn wel enige zorgen, maar er is geen sprake van een ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] . De moeder betwist dat het MFC zorgen over [minderjarige] heeft, zoals door de GI gesteld. Deze discussie speelde ook al tijdens de vorige zitting. Desondanks heeft de GI tot op heden geen verslag van het MFC overgelegd. Gisteren heeft een evaluatiegesprek plaatsgevonden tussen de moeder en het MFC. Tijdens dat gesprek zijn de door de GI genoemde zorgen niet door het MFC benoemd. De door GI genoemde zorgen blijken ook niet uit het evaluatierapport. Bovendien geeft de GI aan dat het zorgelijk is dat [minderjarige] regelmatig alleen thuis is, maar [minderjarige] is een jongen van 16 jaar en geen klein kind meer. De moeder acht hulpverlening vanuit Pameijer niet nodig, maar is wel bereid om hieraan mee te werken. Zij vraagt zich daarbij wel af welke concrete handvatten de hulpverlening haar kan bieden.

5 De beoordeling

5.1. De kinderrechter overweegt het volgende. Vanuit de GI zijn zorgen geuit naar aanleiding van signalen die zij van het MFC zouden hebben ontvangen. De moeder betwist deze zorgen. Daarmee staan de moeder en de GI lijnrecht tegenover elkaar, net zoals tijdens de zitting van 24 april 2025 het geval was. Ook nu heeft de GI geen informatie van het MFC overgelegd waaruit de genoemde zorgen blijken. Ook weegt de kinderrechter mee dat [minderjarige] heeft aangegeven heeft dat een ondertoezichtstelling druk op hem legt. Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] . Daarbij geldt dat hulpverlening van Pameijer zal worden ingezet. In het bijzijn van de jeugdbeschermer, heeft de moeder het aanmeldformulier voor Pameijer ondertekend en de moeder heeft ter zitting nogmaals verklaard open te staan voor hulpverlening vanuit Pameijer, ook al ziet zij zelf de noodzaak daarvan niet in. De kinderrechter acht het van belang dat de moeder bereid blijft deze hulpverlening te aanvaarden en te bezien welke ondersteuning daaruit kan voortkomen. Er bestaat dan voldoende vertrouwen dat hulpverlening binnen het vrijwillige kader kan plaatsvinden. Gelet op het bovenstaande wordt niet aan de wettelijke vereisten voor het verlengen van de ondertoezichtstelling voldaan. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

6 De beslissing

De kinderrechter:
6.1. wijst het verzoek af.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: