Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2025:14120 - Rechtbank Rotterdam - 20 augustus 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2025:1412020 augustus 2025

Uitspraak inhoud

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/701898 / JE RK 25-1293
Datum uitspraak: 20 augustus 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, hierna te noemen: de GI, gevestigd in Amsterdam,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [plaats] .

1 Het verloop van de procedure

1.1. Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 23 juni 2025, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum.
1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 augustus 2025. Daarbij was een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger] , aanwezig.
1.3. De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
1.4. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven.

2 De feiten

2.1. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2. [minderjarige] verblijft bij een kamertrainingscentrum (hierna: KTC) van [zorgaanbieder] .
2.3. Bij beschikking van 15 augustus 2024 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 28 augustus 2025. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter tevens een machtiging verleend om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 28 augustus 2024 tot 28 februari 2025.
2.4. Bij beschikking van 20 februari 2025 heeft de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend tot 28 augustus 2025.

3 Het verzoek

3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen tot aan haar meerderjarigheid, te weten tot [geboortedatum] 2026. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen tot aan haar meerderjarigheid, te weten tot [geboortedatum] 2026. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 De standpunten

4.1. De GI handhaaft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling en licht het als volgt toe. Het verblijf van [minderjarige] bij het KTC verloopt wisselend. Positief is dat [minderjarige] meer vrijheden heeft en hierin betere keuzes maakt. Daarbij bestaan er op dit moment geen directe zorgen om haar (seksuele) contacten en veiligheid en is het contact tussen de moeder en [minderjarige] verbeterd. Ondanks de positieve punten bestaan er nog wel zorgen om [minderjarige] . Het lukt haar nog niet om de begeleiding van het KTC te vertrouwen, waardoor zij zich teruggetrokken opstelt en hulpverlening afstoot. Ook is het niet gelukt om voor [minderjarige] één-op-één begeleiding te regelen, is zij gestopt met haar opleiding en zegt zij gemaakte afspraken met School2Care af. De GI begrijpt dat het belangrijk is om zo snel mogelijk te weten wat er met [minderjarige] aan de hand is en welke hulpverlening voor haar nodig is, zodat zij een basis heeft waarmee zij na haar achttiende verjaardag verder kan. [minderjarige] is inmiddels aangemeld voor een persoonlijkheids-onderzoek bij Vink Psychologisch Centrum (hierna: Vink), maar of en wanneer dit kan worden ingezet is nog niet bekend. Indien het niet mogelijk is om bij Vink een persoonlijkheidsonderzoek af te nemen, dient hiertoe een andere mogelijkheid te worden gezocht.

5 De beoordeling

5.1. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat [minderjarige] de afgelopen periode positieve stappen heeft gezet, maar dat er nog steeds zorgen bestaan. Zo is [minderjarige] gegroeid in haar zelfstandigheid, maar heeft zij nog veel begeleiding nodig om die zelfstandigheid in stand te houden. Het ontbreekt haar geregeld aan voldoende motivatie en inzet om aan een stabiele toekomst te (blijven) werken. Verder is het nog niet gelukt om bij [minderjarige] een persoonlijkheidsonderzoek af te nemen en passende hulpverlening in te zetten. Het is belangrijk dat dit alsnog zo snel mogelijk gebeurt, zodat duidelijk is wat [minderjarige] nodig heeft aan hulpverlening en er een stabiele leefomgeving met de nodige hulpverlening kan worden gecreëerd, waarmee zij ook na haar achttiende verjaardag verder kan. Daarnaast is het van belang dat [minderjarige] onderwijs volgt of een andere passende vorm van dagbesteding heeft.
5.2. Er is dan ook nog steeds sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging die er voor zorgt dat de betrokkenheid van de GI nodig blijft, waardoor de kinderrechter concludeert dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.
5.3. Tevens is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van haar verzorging en opvoeding. De relatie tussen [minderjarige] en haar moeder is verbeterd. [minderjarige] houdt zich beter aan de afspraken wanneer zij bij de moeder thuis is, maar dit betekent nog niet dat [minderjarige] thuis kan worden geplaatst. Gelet op de voorgeschiedenis van [minderjarige] is het beter dat zij vanuit het KTC toewerkt naar meer zelfstandigheid, zodat zij vanaf haar achttiende verjaardag zo goed mogelijk in staat is om voor zichzelf de juiste keuzes te maken.
5.4. De kinderrechter ziet aanleiding om de verzochte maatregelen te verlengen voor een kortere periode dan is verzocht, omdat het van groot belang is dat er nog een persoonlijkheidsonderzoek wordt verricht, voordat de maatregelen aflopen in verband met het bereiken van de achttienjarige leeftijd. Hierop wil de kinderrechter zicht houden. Daarom zal zij de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengen tot 1 januari 2026 en het overig verzochte aanhouden tot die hierna te noemen zittingsdatum.
5.5. De GI wordt verzocht om uiterlijk twee weken voor de hierna te noemen zittingsdatum de kinderrechter (met afschrift aan de moeder) te rapporteren over de stand van zaken van dat moment en daarbij aan te geven of het resterende deel van het verzoek al dan niet wordt gehandhaafd.
5.6. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De kinderrechter:
6.1. verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 1 januari 2026;
6.2. verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 1 januari 2026;
6.3. verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
en alvorens verder te beslissen:
6.4. houdt de behandeling voor het overig verzochte aan en bepaalt dat het verhoor van de GI en de moeder zal plaatsvinden op 15 december 2025 om 14:00 uur, in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100-125;
6.5. de zaak zal op genoemde zittingsdatum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. A. Verweij, kinderrechter;
6.6. bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de GI en de moeder;
6.7. gelast de oproeping van [minderjarige] tegen genoemde zittingsdatum en tijdstip;
6.8. verzoekt de GI om uiterlijk twee weken voor de genoemde zittingsdatum de kinderrechter (met afschrift aan de moeder) de verzochte briefrapportage te doen toekomen.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: