Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2025:14096 - Rechtbank Rotterdam - 16 juli 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2025:1409616 juli 2025

Uitspraak inhoud

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/700906 / JE RK 25-1137
Datum uitspraak: 16 juli 2025
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI.

1 Het verloop van de procedure

1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 juli 2025. Daarbij waren aanwezig: - een vertegenwoordiger van de Raad, [naam 1] ; - een vertegenwoordiger van de GI, [naam 2] .
1.3. De moeder en de vader zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat zij wel juist zijn opgeroepen.

2 De feiten

2.1. De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2. [minderjarige] woont bij de moeder.

3 Het verzoek

3.1. De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van twaalf maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2. De Raad handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. [minderjarige] vertoont opvallend agressief gedrag dat steeds ernstiger wordt; hij slaat, duwt en bijt andere kinderen. Zowel de moeder als de vader komen afspraken niet na, waardoor de plaatsing van [minderjarige] bij het kinderdagverblijf – waar hij op basis van een sociaal-medische indicatie (SMI) is geplaatst – onder druk staat. Bovendien wordt de financiële bijdrage niet betaald en verschijnt de moeder niet meer op haar eigen afspraken bij Antes. Als [minderjarige] niet meer naar het kinderdagverblijf mag en de moeder haar deuren gesloten houdt, is er geen zicht op zijn situatie. Ook van de vader is weinig medewerking te verwachten. Dit is extra zorgelijk, gezien de verslavingsproblematiek van beide ouders.

4 Het standpunt van de GI

4.1. De GI ondersteunt het verzoek van de Raad, omdat sprake is van een zorgelijke situatie. Dit geldt des te meer wanneer het kinderdagverblijf wegvalt, omdat er dan geen zicht meer is op de situatie.

5 De beoordeling

5.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan.[1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2. De ontwikkeling van [minderjarige] wordt ernstig bedreigd. Sinds enkele maanden vertoont [minderjarige] agressief fysiek gedrag tegenover andere kinderen op het kinderdagverblijf. De oorzaak hiervan is vooralsnog onbekend, maar mogelijk samenhangend met de onrustige thuissituatie. De relatie tussen de ouders is onduidelijk, maar de vader is regelmatig bij de moeder thuis. Het kinderdagverblijf meldt dat [minderjarige] regelmatig te laat wordt gebracht of opgehaald, waarbij de ouders onbereikbaar zijn. Voorts is bij beide ouders sprake van verslavingsproblematiek, hetgeen de zorgen over de thuissituatie versterkt.
5.3. De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De moeder maakt niet langer gebruik van de hulpverlening die binnen het vrijwillige kader is ingezet. Zij volgde behandeling bij Antes voor haar eigen psychische problemen en verslavingsproblematiek, maar sinds februari 2025 verschijnt zij niet meer op haar afspraken. Hierdoor komt de plaatsing van [minderjarige] bij het kinderdagverblijf in gevaar, aangezien hij daar op basis van een SMI is geplaatst. Dit terwijl het voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van [minderjarige] van groot belang is dat hij daar blijft komen. Positief is dat de vader is gestart met behandeling bij Antes voor zijn verslavingsproblematiek, maar dit bevindt zich nog in een pril stadium.
5.4. De inzet van een jeugdbeschermer is noodzakelijk om zicht te krijgen op de situatie en de oorzaak van het afwijkende gedrag van [minderjarige] . Daarnaast kan de jeugdbeschermer ondersteuning bieden bij het inzetten van hulpverlening en het monitoren daarvan.
5.5. De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [minderjarige] onder toezicht voor de duur van twaalf maanden.
5.6. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De kinderrechter:
6.1. stelt [minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 16 juli 2025 tot 16 juli 2026;
6.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
Artikel 1:255 Burgerlijk Wetboek. - - - ## Voetnoten
Artikel 1:255 Burgerlijk Wetboek.