Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2025:14092 - Rechtbank Rotterdam - 11 juli 2025
Uitspraak
ECLI:NL:RBROT:2025:14092•11 juli 2025
Uitspraak inhoud
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/700136 / JE RK 25-1036
Datum uitspraak: 11 juli 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west,
gevestigd in Dordrecht, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] .
1 Het verloop van de procedure
1.1. Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 23 mei 2025, binnengekomen bij de rechtbank op dezelfde datum.
1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 juli 2025. Daarbij waren aanwezig: - de vader; - een vertegenwoordiger van de GI, [naam 1] .
1.3. De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan de zus van [minderjarige] , [naam 2] .
1.4. De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
1.5. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2 De feiten
2.1. De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2. [minderjarige] woont bij de vader.
2.3. Bij beschikking van 10 januari 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 19 juli 2025.
3 Het verzoek
3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2. De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. [minderjarige] woont bij de vader, waar de situatie wezenlijk anders is dan bij de moeder. [minderjarige] moet leren omgaan met deze verschillen. Er is geprobeerd structuur aan te brengen in zijn dag, maar dit blijft ingewikkeld. Daarnaast blijft zijn dwangmatige gedrag zorgelijk. [minderjarige] ontvangt hulp vanuit FACT en enkele weken geleden heeft een intake plaatsgevonden voor systematische hulpverlening. [minderjarige] beschikt over een groot netwerk dat hem kan ondersteunen, maar hij accepteert het gezag van zijn familie niet altijd. Ambulante hulpverlening kan niet worden ingezet om hem dagelijks uit bed te halen, een dergelijk intensieve vorm van hulpverlening bestaat niet.
4 Het standpunt van de vader
4.1. De vader stemt in met het verzoek van de GI. [minderjarige] dwangstoornis vormt een groot probleem. Zijn dwanggedrag neemt toe wanneer er geen structuur is. Twee weken geleden is er een dagstructuur opgesteld, waarbij niet wordt verwacht dat [minderjarige] deze volledig naleeft, maar zelfs 80% naleving lukt niet. [minderjarige] heeft ondersteuning nodig voor zijn trauma's. Daarnaast heeft hij iemand nodig die met hem de dag opstart en activiteiten met hem onderneemt. Ook moeten er duidelijke en strenge afspraken met hem worden gemaakt door de betrokken instanties. [minderjarige] neemt zijn familie niet serieus, maar Yulius en de GI vormen voor hem wel een autoriteit. Vanaf september gaat [minderjarige] vijf dagen per week naar school en moet hij om 07:00 uur van huis vertrekken, maar de vraag is of [minderjarige] dit zal lukken. De familie wil [minderjarige] graag helpen, maar hij moet in staat zijn om zelf de regie over zijn leven te nemen.
5 De beoordeling
5.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.[1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2. Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat [minderjarige] nog altijd ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Deze ontwikkelingsbedreiging is gelegen in zijn complexe zorgvraag. [minderjarige] heeft onder meer ernstige dwangklachten en is mede daarom in juli 2024 met een zorgmachtiging geplaatst bij De Steiger, waar hij behandeling heeft gevolgd. Deze behandeling had een positief effect op hem. Sinds drie weken woont [minderjarige] bij de vader. Dit is een grote verandering, aangezien hij voor de zorgmachtiging bij de moeder woonde, waar het ontbrak aan structuur. Voor [minderjarige] is een duidelijke en voorspelbare dagstructuur van belang. Wanneer deze structuur ontbreekt, nemen zijn dwangklachten toe. De vader geeft aan dat de klachten sinds [minderjarige] bij hem woont zijn toegenomen. Hoewel [minderjarige] thuis veel ondersteuning krijgt, lukt het niet goed om structuur in zijn dagelijks leven aan te brengen. [minderjarige] heeft moeite met het accepteren van gezag en luistert niet altijd naar zijn familie, wat het bieden van structuur bemoeilijkt.
5.3. Gelet op de recente verandering in [minderjarige] leefsituatie, de aanhoudende zorgen over zijn ontwikkeling en het feit dat systeemtherapie nog moet starten, acht de kinderrechter het noodzakelijk dat de jeugdbeschermer betrokken blijft. De GI kan het gezin ondersteunen en de hulpverlening monitoren. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds noodzakelijk. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van één jaar.
5.4. De kinderrechter wil [minderjarige] meegeven dat het van groot belang is dat hij luistert naar de regels van de vader. Ook al is dat soms niet makkelijk, het is belangrijk dat [minderjarige] het gezag accepteert om zo structuur in zijn leven aan te brengen.
5.5. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
6.1. verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 19 juli 2026;
6.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
Artikel 1:260 BW. - - - ## Voetnoten