Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2025:14085 - Rechtbank Rotterdam - 3 juli 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2025:140853 juli 2025

Uitspraak inhoud

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/701754 / JE RK 25-1267
Datum uitspraak: 3 juli 2025
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
hierna te noemen: de Raad, gevestigd in Rotterdam,
over
[minderjarige],
hierna te noemen: [minderjarige] ,
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] en [naam vader],
hierna te noemen: de moeder en de vader, tezamen: de ouders, wonende in [wonplaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, hierna te noemen: de GI, gevestigd in Rotterdam.

1 Het verloop van de procedure

1.1. Het procesverloop blijkt uit:
1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 juli 2025. Daarbij waren aanwezig: - de ouders; - een vertegenwoordiger van de Raad, [naam 1] ; - twee vertegenwoordigers van de GI, [naam 2] en [naam 3] .

2 De feiten

2.1. Het ouderlijk gezag over het ongeboren kind zal vanaf de dag van de geboorte van
rechtswege worden uitgeoefend door de moeder. Ook heeft de vader gezag vanaf de dag van de geboorte omdat hij de ongeboren vrucht heeft erkend.
2.2. Naar verwachting zal de baby in juli 2025 geboren worden.

3 Het verzoek

3.1. De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2. De Raad handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. De ouders hebben een belaste voorgeschiedenis en kampen met persoonlijke problematiek. Er is sprake van (een verleden met) alcohol - en drugs. Recente urinecontroles van de vader zijn niet schoon bevonden. Een baby is kwetsbaar en volledig afhankelijk van zijn ouders. Daarnaast heeft de moeder drie kinderen met haar ex-partner die bij hun vader wonen en eveneens zorg behoeven. De ouders hebben regie en kaders nodig en het is van belang dat ingezette hulpverlening gecontinueerd en gewaarborgd blijft. De vader heeft zich aangemeld voor een opname bij Solutions, dat ook gemonitord moet worden. Ook dient onderzocht te worden of aanvullende hulpverlening nodig is.

4 Het standpunt van de GI

4.1. De GI ondersteunt het verzoek van de Raad. In het rapport komen ernstige zorgen naar voren. Het ongeboren kind heeft in de buik al veel meegemaakt, wat de noodzaak tot ondersteuning in het kader van een ondertoezichtstelling benadrukt. Om een uithuisplaatsing te voorkomen, moet worden gekeken naar de inzet van ambulante spoedhulp of een eventuele plaatsing in een moeder-kindhuis. Het is van belang dat de GI regie kan voeren, zodat de situatie wordt gemonitord en de hulpverlening wordt gestroomlijnd. Bovendien is het van belang dat de ouders hun verantwoordelijkheid nemen binnen het hulpverlenings - traject en meewerken aan de hulp die in het belang van de baby nodig wordt geacht.

5 Het standpunt van de ouders

5.1. De ouders voeren geen verweer tegen het verzoek en erkennen hulpverlening nodig te hebben. Tegelijkertijd bestaan twijfels over wat nieuwe ondersteuning zal toevoegen ten opzichte van de huidige begeleiding vanuit het Brughuis. Nieuwe hulpverlening betekent opnieuw kennismaken en steeds hetzelfde verhaal vertellen. Dit zorgt ervoor dat het verhaal onbewust steeds meer wordt ingekort. In het verleden verliep de hulpverlening vanuit het Brughuis niet goed, maar de laatste tijd gaat het beter. Waar eerder maandelijkse gespreken plaatsvonden, zijn er nu wekelijkse afspraken. Bij de vader was het middelengebruik tot voor kort nog aan de orde. Daarom heeft de vader zich aangemeld bij Solutions. Er moet nog worden bekeken of dit te combineren is met hulpverlening van Antes. Solutions richt zich alleen op verslaving, terwijl Antes zich kan richten op de verslaving en ADHD. Bovendien biedt Antes 24-uurs begeleiding, wat Solutions niet kan bieden.

6 De beoordeling

6.1. De kinderrechter kan een ongeboren kind als geboren beschouwen als dit in zijn belang is.[1] De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan.[2] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
6.2. Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat, hoewel het kind nog niet geboren is, sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. Er bestaan zorgen over de opvoedsituatie en de mate waarin de ouders beschikbaar zijn voor het nog ongeboren kind. Hierbij speelt het verleden van de ouders met (huidig) middelengebruik een rol. Een baby is kwetsbaar en volledig afhankelijk van zijn ouders, daarom is het des te meer van belang om een veilige en stabiele omgeving te waarborgen.
6.3. De ouders zijn gemotiveerd om mee te werken aan de hulpverlening, maar zijn onvoldoende in staat onder eigen verantwoordelijkheid de ontwikkelingsbedreiging voor het ongeboren kind weg te nemen. Sinds oktober 2024 is het Brughuis binnen het vrijwillig kader betrokken bij de ouders. Deze hulpverlening heeft niet geleid tot de gewenste verbetering van de thuissituatie. De inzet van een jeugdbeschermer is noodzakelijk om regie te kunnen voeren en de hulpverlening te stroomlijnen. De ondertoezichtstelling is bedoeld om de ouders in staat te stellen – samen met de hulpverlening – te werken aan een veilige, rustige en stabiele opvoedomgeving voor het nog ongeboren kind en hopelijk zijn de ouders uiteindelijk in staat om zelfstandig de zorg voor hun kind te kunnen dragen.
6.4. De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt het ongeboren kind onder toezicht voor de duur van een jaar, te weten tot 3 juli 2026.
6.5. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7 De beslissing

De kinderrechter:
7.1. beschouwt het ongeboren kind als geboren;
7.2. stelt het ongeboren kind onder toezicht van de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 3 juli 2025 tot 3 juli 2026;
7.3. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
Artikel 1:2 Burgerlijk Wetboek (BW).
Artikel 1:255 BW. - - - ## Voetnoten
Artikel 1:2 Burgerlijk Wetboek (BW).
Artikel 1:255 BW.