Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2025:14078 - Rechtbank Rotterdam - 14 juli 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2025:1407814 juli 2025

Uitspraak inhoud

Team Jeugd
Zaaknummers: C/10/700038 / FA RK 25/3947, C/10/687258 / JE RK 24-2184 en C/10/687380 / JE RK 24-2192
Datum uitspraak: 14 juli 2025
Beschikking van de kinderrechter
in de zaken van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Zuid-Holland-Zuid,
gevestigd in Dordrecht, hierna te noemen: de GI,
en
[naam moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. H.E. Visscher, kantoorhoudende in Papendrecht,
over
[minderjarige 1] ,
geboren op [geboortedatum 1] 2013 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2015 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3],
geboren op [geboortedatum 3] 2016 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan in de zaken C/10/687258 / JE RK 24-2184 en C/10/687380 / JE RK 24-2192
de moeder, voornoemd,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, voor het BRP ingeschreven in [plaatsnaam] , thans zonder bekende vaste woon - of verblijfplaats,
de GI, voornoemd,
[naam curator],
hierna te noemen: de bijzondere curator, kantoorhoudende in Rotterdam.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan in de zaak C/10/700038 / FA RK 25/3947
de vader, voornoemd,
de GI, voornoemd,
de bijzondere curator, voornoemd.
In zijn adviserende en/of toetsende taak is betrokken:
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
hierna te noemen: de Raad, gevestigd in Rotterdam.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
Ten aanzien van C/10/700038: - het verzoekschrift met bijlagen van de moeder van 21 mei 2025, binnengekomen bij de rechtbank op dezelfde datum.
Ten aanzien van C/10/687258 en C/10/687380 - de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 25 maart 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken.
1.2. Op 30 juni 2025 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
1.3. De kinderrechter stelt vast dat de vader, hoewel daartoe juist opgeroepen, niet ter zitting is verschenen.

2 De feiten

2.1. De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .
2.2. [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen bij de moeder.
2.3. Bij beschikking van 25 maart 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verlengd tot 23 juli 2025. Bij diezelfde beschikking is de bijzondere curator herbenoemd tot 23 juli 2025.
2.4. Het gerechtshof Den Haag heeft bij beschikking van 10 juli 2024 in het kader van de zorgregeling onder meer vastgesteld dat de kinderen bij de vader verblijven in de weekenden waarin hij vrij is van zijn werk. Bij beschikking van 25 maart 2025 van de rechtbank Rotterdam is deze zorgregeling geschorst tot 23 juli 2025.

3 De (aangehouden) verzoeken

Het verzoek met zaaknummer C/10/700038:
3.1. De moeder verzoekt te bepalen dat het gezag over de minderjarigen alleen aan haar toekomt.
3.2. De moeder verzoekt de beschikking van het Gerechtshof van 10 juli 2024 met betrekking tot de zorgregeling te wijzigen en te bepalen dat de zorgregeling tussen de vader en [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] komt te vervallen.
Het verzoek met zaaknummer C/10/687258:
3.3. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verlengen voor de duur van vier maanden. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.4. De GI heeft het verzoek ter zitting van 6 december 2024 gewijzigd naar een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van negen maanden. Thans dient beslist te worden op de periode tot 9 september 2025.
Het verzoek met zaaknummer C/10/687380:
3.5. De GI verzoekt de door het gerechtshof Den Haag op 10 juli 2024 vastgestelde zorgregeling voor onbepaalde tijd te schorsen. Tevens wordt verzocht om de regie bij de GI te leggen over de gehele zorgregeling, met name het weer opbouwen van de zorgregeling met de vader in duur, vorm, plaats en frequentie. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.6. Bij beschikking van 15 oktober 2024 heeft de kinderrechter de zorgregeling geschorst tot 9 december 2024 en heeft de beslissing op het verzoek de zorgregeling te schorsen voor het overige aangehouden. Het verzoek om de regie over de gehele zorgregeling bij de GI te leggen is afgewezen.
3.7. Bij beschikking van 6 december 2024 heeft de kinderrechter de zorgregeling opnieuw geschorst, tot 9 april 2025. Vervolgens is bij beschikking van 25 juli 2025 de zorgregeling wederom geschorst, nu tot 23 juli 2025. De kinderrechter heeft de beslissing op het verzoek voor het overige aangehouden. Thans moet worden beslist of de zorgregeling ook na 23 juli 2025 geschorst blijft.

4 De standpunten

4.1. De GI handhaaft ter zitting beide verzoeken en licht dit als volgt toe. Er is geen contact meer tussen de kinderen en de vader, aangezien hij zich volledig heeft teruggetrokken. Ook de GI en de bijzondere curator slagen er niet in om contact met de vader te krijgen. Met de kinderen gaat het geleidelijk aan beter. Onlangs is voor [minderjarige 3] speltherapie ingezet, maar gebleken is dat systematische hulpverlening voor het hele gezin nodig is. Hiervoor staat op 7 juli 2025 een gesprek gepland. Er zal ook aandacht worden besteed aan verwerking van de gebeurtenissen van de afgelopen jaren, zowel bij de moeder als bij de kinderen. De ondertoezichtstelling blijft nodig om de hulpverlening in te kunnen zetten en om de mogelijkheden te onderzoeken om de vader bij de kinderen te betrekken. De GI ondersteunt de verzoeken van de moeder. De vader voert zijn gezag niet uit en heeft geen contact met de kinderen, waardoor hij niet op de hoogte is van wat er in hun leven speelt. Zaken als medische behandelingen, tandartsbezoeken en vakanties vereisen overleg tussen de ouders, wat niet mogelijk is vanwege het ontbreken van contact. Er bestaat vertrouwen dat de moeder zich op welke wijze dan ook zal blijven inzetten voor het herstel van het contact tussen de vader en de kinderen, zodra de vader weer in beeld is. Daarnaast wordt de moeder volledig in staat geacht om in het belang van de kinderen te handelen. De GI stemt in met herbenoeming van de bijzondere curator.
4.2. Door en namens de moeder worden ter zitting de verzoeken gehandhaafd en als volgt toegelicht. De afgelopen jaren hebben veel strijd en procedures geleid tot onrust, waarvan de kinderen last hebben gehad. Het is daarom van belang dat er rust in de situatie komt. Sinds de vader uit beeld is, zijn de kinderen rustiger en gaat het beter met hen. Hierdoor ontstaat nu de mogelijkheid om systematische hulpverlening in te zetten voor het gezin. De moeder erkent het belang van contact tussen de vader en de kinderen en staat daarom open voor een passende invulling hiervan zodra de vader weer in beeld komt, maar niet direct volgens de huidige zorgregeling. Wat betreft het gezag ervaart de moeder problemen door het ontbreken van contact met de vader. Dit vertraagt het inzetten van hulpverlening, waardoor de kinderen moeten wachten. Ook afspraken bij de oogarts en tandarts kunnen zonder overleg met de vader niet worden geregeld. De moeder stemt in met een verlenging van de ondertoezichtstelling, omdat de hulpverlening nog geregeld moet worden en zij daarbij graag ondersteuning van de GI ontvangt. De moeder stemt in met herbenoeming van de bijzondere curator.
4.3. De bijzondere curator ondersteunt de verzoeken van de GI en de moeder en geeft aan dat de ouders een lange strijd hebben doorgemaakt. Aan de zorgregeling is kort uitvoering gegeven, waarna de vader volledig uit beeld raakte. Binnenkort moet systematische hulpverlening starten, maar daarvoor is toestemming van de vader nodig. Daarom is het onvermijdelijk dat de moeder eenhoofdig gezag krijgt, aangezien de kinderen behandeling nodig hebben. Daarnaast blijft de ondertoezichtstelling nodig, omdat onduidelijk is hoe de vader zal reageren op deze beslissing, en of hij überhaupt zal reageren. Als de vader reageert, is het wenselijk dat de GI de moeder hierbij kan ondersteunen. Wanneer de vader weer in beeld komt, zal bekeken moeten worden hoe het contact op een veilige en stabiele manier kan worden vormgegeven.
4.4. De Raad ondersteunt de verzoeken van de GI en de moeder. Een nadeel van de beëindiging van het gezag is de ongelijkwaardigheid in de hulpverlening, maar de vader is toch al volledig uit beeld. Er bestaat vertrouwen dat de moeder bereid is het contact tussen de vader en kinderen te herstellen zodra hij in beeld komt. De Raad stemt in met herbenoeming van de bijzondere curator.

5 De beoordeling

Ten aanzien van C/10/700038:
Beëindiging gezamenlijk gezag
5.1. Het gezamenlijk gezag kan op grond van artikel 1:253n Burgerlijk Wetboek (BW) worden beëindigd bij gewijzigde omstandigheden sinds de aanvang van het gezamenlijk gezag of als bij de beslissing tot gezamenlijk gezag van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Indien één van deze gevallen zich voordoet, zal vervolgens beoordeeld moeten worden of er reden is voor beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag. Van toepassing is het in artikel 1:251a BW genoemde criterium dat er een onaanvaardbaar risico is dat een kind klem of verloren dreigt te raken tussen de ouders en dat niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen of dat wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. Doet dit zich voor dan bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over de minderjarige toekomt.
5.2. Voor gezamenlijk gezag is vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening. Zij moeten hiervoor belangrijke beslissingen over hun kinderen samen kunnen nemen of in ieder geval in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond het kind kunnen voordoen. Het kind mag in beginsel niet klem of verloren raken tussen de ouders indien de ouders dat niet kunnen. Het ontbreken van een goede communicatie tussen de ouders brengt niet zonder meer met zich dat er geen gezamenlijk gezag kan worden toegekend.
5.3. Sinds de zitting in december 2024 lukt het de GI niet om contact te krijgen met de vader. Ook de moeder en de bijzondere curator slagen hier niet in. Het is onduidelijk waar de vader verblijft. De vader heeft zich volledig onttrokken aan de opvoeding en de verzorging van de kinderen en de moeder heeft geen mogelijkheid hem te bereiken. Hierdoor wordt de noodzakelijke hulpverlening, waar de kinderen dringend behoefte aan hebben, vertraagd. Ook kunnen andere gezagsbeslissingen, zoals medische behandelingen, niet worden uitgevoerd zonder overleg met de vader. Omdat de moeder geen contact met de vader kan krijgen, is de uitvoering van het gezamenlijk gezag feitelijk onmogelijk. Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat sprake is van een wijziging van omstandigheden en dat een wijziging van het gezag anderszins in het belang van de minderjarigen noodzakelijk is. De kinderrechter zal het verzoek van de moeder daarom toewijzen. Dit betekent dat de moeder voortaan het gezag over de kinderen alleen uitoefent.
Zorgregeling
5.4. De rechtbank kan op verzoek van de gezaghebbende ouders of van een van hen op grond van artikel 1:253a in verbinding met artikel 1:377e BW een beslissing over een zorgregeling of een door ouders onderling getroffen zorgregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
5.5. Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat de huidige zorgregeling sinds oktober 2024 meerdere keren is geschorst, omdat de vader geen inzicht verschaft in de bij hem gesignaleerde problematiek. Er bestaan zorgen over zijn psychische gesteldheid. Op dit moment ontbreekt ieder aanknopingspunt om erop te kunnen vertrouwen dat de vader in staat is tot een veilig en onbelast contact met de kinderen. Hoewel hem meerdere kansen zijn geboden om openheid te geven over zijn situatie, heeft hij deze niet benut. De kinderen hebben behoefte aan duidelijkheid. Daarom zal de zorgregeling van het Gerechtshof van 10 juli 2024 worden gewijzigd, in de zin dat er geen contact tussen de vader en [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zal zijn. Op deze wijze worden de juridische en de feitelijke situatie met elkaar in overeenstemming gebracht.
Ten aanzien van C/10/687258:
Verlening van de ondertoezichtstelling
5.6. Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van het BW. De kinderrechter overweegt daartoe het volgende.
5.7. Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting volgt dat [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] nog ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Zoals beschreven in de beschikking van 25 maart 2025 is er nog steeds geen zicht op de situatie van de vader; hij is uit beeld, en het is onzeker of hij weer in beeld zal komen. Het is van belang dat de moeder ondersteund wordt door de GI bij het inzetten van hulpverlening en bij het omgaan met een eventuele terugkeer van de vader. De betrokkenheid van de jeugdbeschermer bij het gezin blijft daarom noodzakelijk.
5.8. De kinderrechter verlengt daarom de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] tot 9 september 2025.[1]
5.9. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Ten aanzien van C/10/687380:
Schorsing van de zorgregeling
5.10. Omdat het verzoek van de moeder tot wijziging van de zorgregeling van het Gerechtshof van 10 juli 2024 — waarbij het contact van de vader met de kinderen komt te vervallen — is toegewezen, bestaat er geen belang meer bij het toewijzen van het verzoek tot schorsing van de zorgregeling. Daarom wordt dit verzoek afgewezen.
Ten aanzien van de herbenoeming van de bijzondere curator
5.11. De kinderrechter ziet aanleiding om de bijzondere curator voor de kinderen opnieuw te benoemen nu nog steeds wordt voldaan aan de gronden hiervoor.
5.12. [naam curator] heeft zich bereid verklaard de herbenoeming tot bijzondere curator van de kinderen te aanvaarden. De rechtbank herbenoemt hem daarom als bijzondere curator van de kinderen, met als opdracht de kinderen in en buiten rechte te vertegenwoordigen, de situatie te volgen en al het nodige te doen wat in het belang van de kinderen is.
5.13. De benoeming tot bijzondere curator geldt voor de huidige duur van de ondertoezichtstelling van de kinderen, te weten tot 9 september 2025.
5.14. De kinderrechter verklaart deze beslissing eveneens uitvoerbaar bij voorraad.

6 De beslissing

De kinderrechter:
ten aanzien van C/10/700038:
6.1. beëindigt het gezamenlijke gezag en belast de moeder met het eenhoofdig gezag;
6.2. wijzigt zorgregeling vastgelegd in de beschikking van het Gerechtshof van 10 juli 2024, in de zin dat er geen contact tussen de vader en [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zal zijn.
ten aanzien van C/10/687258:
6.3. verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] tot 9 september 2025.
ten aanzien van C/10/687380:
6.4. wijst het verzoek af;
6.5. ( (her)benoemt tot bijzondere curator teneinde [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in en buiten rechte te vertegenwoordigen [naam curator] , kantoorhoudende te [adres] ;
bepaalt dat deze (her)benoeming geldt tot 9 september 2025.
6.6. verklaart deze beschikking tot dusver uitvoerbaar bij voorraad;
Deze beschikking is gegeven door mr. A.J. van Dijk kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk, griffier, op 14 juli 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
Artikel 1:260, eerste lid, BW. - - - ## Voetnoten
Artikel 1:260, eerste lid, BW.