Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2025:13997 - Rechtbank Rotterdam - 1 december 2025
Uitspraak
ECLI:NL:RBROT:2025:13997•1 december 2025
Uitspraak inhoud
Wrakingskamer
zaak - en rolnummer: C/10/709576 / HA RK 25-1086
Beslissing van 1 december 2025
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoekster],
woonplaats: Winschoten,
hierna te noemen: verzoekster,
strekkende tot de wraking van
mr. K. Bakker,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.
1 De procedure
1.1. Het verzoek van verzoekster strekt tot wraking van de rechter in de civiele zaak met zaak - en rekestnummer C/10/701074 / FA RK 25-4394 ('de hoofdzaak'). De hoofdzaak betreft een familierechtelijke procedure tussen [naam] als verzoekende partij en verzoekster als verwerende partij.
1.2. Het verloop van de procedure blijkt uit:
2 De ontvankelijkheid van het verzoek
2.1. In de wrakingsprocedure gelden dezelfde regels over (verplichte) procesvertegenwoordiging als in de (bodem)procedure waarin het wrakingsverzoek is gedaan. Verplichte procesvertegenwoordiging houdt onder andere in dat een partij zelf geen proceshandelingen kan verrichten, zoals het indienen van stukken of het doen van nieuwe, gewijzigde of aanvullende verzoeken, maar dat daarvoor de tussenkomst van een advocaat is vereist.
2.2. In artikel 79 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering staat dat een partij in alle zaken – behalve zaken bij de kantonrechter, maar daarvan is in het geval van de hoofdzaak geen sprake – moet worden bijgestaan door een advocaat. Dat heet verplichte procesvertegenwoordiging. In de hoofdzaak is sprake van verplichte
procesvertegenwoordiging voor een verwerende partij (in dit geval: verzoekster) in het geval dat die partij proceshandelingen wil verrichten. Het indienen van een wrakingsverzoek is zo'n proceshandeling. Verzoekster kan dus niet zelf een wrakingsverzoek indienen; daarvoor heeft zij een advocaat nodig. De wet maakt geen uitzondering op die verplichte procesvertegenwoordiging voor het doen van een wrakingsverzoek in de hoofdzaak.
2.3. Het wrakingsverzoek van verzoekster is in strijd met het voorgaande niet ingediend door een advocaat. Verzoekster is daarom overeenkomstig artikel 2 lid 2 van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank in een e-mail van 7 november 2025 in de gelegenheid gesteld om een advocaat te zoeken die haar wrakingsverzoek ondersteunt c.q. verzoekster bijstaat in de wrakingsprocedure. Verzoekster heeft hiervoor een termijn gekregen tot 19 november 2025 om 12:00 uur.
2.4. De wrakingskamer constateert dat zich tot op heden geen advocaat namens verzoekster heeft gesteld in deze wrakingsprocedure, terwijl de aan verzoekster verleende termijn om een advocaat te zoeken inmiddels is verstreken. Uit de laatste e-mails van verzoekster volgt dat het haar nog niet is gelukt om een advocaat te vinden die in de gelegenheid is om haar bij te staan in de wrakingsprocedure, maar dit is een omstandigheid die voor rekening en risico van verzoekster moet blijven.
2.5. Gelet op al het voorgaande is verzoekster niet-ontvankelijk in het door haar ingediende wrakingsverzoek. De wrakingskamer komt dan ook niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het wrakingsverzoek. Gelet daarop kan een mondelinge behandeling van dat verzoek achterwege blijven.
3 De beslissing
De rechtbank:
3.1. verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.M.H. Geerars, voorzitter, mr. dr. P.G.J. van den Berg en mr. F.P.J. Schoonen, rechters, in aanwezigheid van mr. R.W.H. van Rijkom, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 december 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.