Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2024:14118 - Rechtbank Rotterdam - 19 november 2024

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2024:1411819 november 2024

Uitspraak inhoud

Team straf 2
Parketnummer: 10.205245.24
Datum uitspraak: 19 november 2024
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 1988,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres], [postcode] te [plaatsnaam],
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd
in de [detentieadres],
raadsman mr. H.M. Hueting, advocaat te Brielle.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 5 november 2024.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. E. ter Braak heeft gevorderd:

4 Waardering van het bewijs

4.1. Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
4.2. Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
1
hij op een of meer tijdstippen op/in of omstreeks de periode 12 juni 2024 tot en met 24 juni 2024 te Sliedrecht, althans in Nederland
afbeeldingen, te weten video's en/of (een) foto('s), van seksuele gedragingen,
waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is
betrokken of schijnbaar is betrokken,
heeft verspreid (door het plaatsen op/in een chat bij MediaLab KIK) en/of
aangeboden, openlijk tentoongesteld, verworven, in bezit gehad,
welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit:
het met de/een hand en/of vinger(s) betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel,
de billen en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de
leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
en/of
het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een
persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij) de
afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt
tot seksuele prikkeling;
2
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 juni 2024 tot en met 24 juni 2024 te Sliedrecht, althans in Nederland,
meermalen, althans eenmaal,
afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van
achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [naam slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2021,
is betrokken of schijnbaar is betrokken,
heeft vervaardigd,
welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit:
het met de/een hand en/of vinger(s) betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel,
de billen en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de
leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
en/of
het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een
persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij) de
afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt
tot seksuele prikkeling;
3
hij op een of meer tijdstippen inof omstreeks de periode 12 juni 2024 tot en met 24
juni 2024 te Sliedrecht, in elk geval in Nederland.
ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig kind [naam slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2]
2021,
door (telkens) gedeeltelijk ontkleed en met ontblote penis, in de directe nabijheid
van die [naam slachtoffer] - zijn, verdachtes, penis te betasten en/of te wijzen naar zijn, verdachtes penis en/of - meermalen, althans eenmaal die [naam slachtoffer] zijn, verdachtes penis aan te (laten) raken.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:
t.a.v. feit 1: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden en in bezit hebben, meermalen gepleegd;
t.a.v. feit 2: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen, meermalen gepleegd;
t.a.v. feit 3: ontucht plegen met zijn minderjarig kind, meermalen gepleegd.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1. Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2. Feiten waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft ontucht gepleegd met de aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige dochter [naam slachtoffer]. Zij was ten tijde van de onderhavige feiten nog maar drie jaar oud. Daarnaast heeft de verdachte 3 video's en 1 foto gemaakt van de ontuchtige handelingen en deze verstuurd aan een derde via een online chatdienst. Vastgesteld is dat op de door de verdachte gemaakte foto's en videobestanden is te zien dat de verdachte masturbeert in directe nabijheid van het slachtoffer en dat het slachtoffer meerdere keren het geslachtsdeel van de verdachte aanraakt. De verdachte heeft hiermee de lichamelijke integriteit van het slachtoffer alsook het in hem als vader gestelde vertrouwen, ernstig geschonden. Het voorgaande bleek te meer uit de op zitting voorgelezen slachtofferverklaring van de moeder van [naam slachtoffer].
Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van seksueel misbruik psychische schade kunnen oplopen en daar mogelijk nog erg lang last van kunnen hebben. De verdachte is hier volledig aan voorbij gegaan, heeft zich laten meeslepen en heeft zich ogenschijnlijk slechts laten leiden door de bevrediging van zijn eigen (seksuele) behoeften. Bovendien heeft hij door het verspreiden en het vervaardigen van kinderpornografisch materiaal bijgedragen aan het in stand houden en (indirect) het bevorderen van seksueel misbruik van kinderen.
7.3. Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1. Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 10 oktober 2024, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
7.3.2. Rapportages
Psycholoog
Psycholoog [naam] heeft een rapport over de verdachte opgemaakt gedateerd
8 oktober 2024. Uit dat rapport blijkt de verdachte lijdt aan een hyperseksuele stoornis (met verslavingskenmerken), een ernstige stoornis in alcohol - en cannabisgebruik, een borderline persoonlijkheidsstoornis, een antisociale persoonlijkheidsstoornis en een posttraumatisch stress-stoornis. Deze stoornissen bestonden ook ten tijde van het ten laste gelegde, waardoor sprake was van verminderde gedragskeuzes en een (sterk/enigszins) verminderd vermogen tot sturing van het eigen gedrag.
Het recidiverisico op een nieuw seksueel delict wordt als laag ingeschat, gelet op de aanwezige beschermende factoren (hoge motivatie voor behandeling, accepteren van autoriteiten, goed steunsysteem en duidelijke levensdoelen). Om het risico op een recidive terug te dringen is het nodig dat de verdachte behandeld wordt voor zijn verslavingsproblematiek, op gebied van zowel verdovende middelen als seks, zijn persoonlijkheidsproblematiek en PTSS. Gezien de veelheid aan stoornissen en de hieruit voortvloeiende symptomen is het wenselijk dat bekeken wordt in welke zin de verdachte ondersteund kan worden door medicatie. Gunstig bij dit alles is de behandelmotivatie van de verdachte. Naast bovengenoemde behandeling is het belangrijk dat de verdachte hulp krijgt bij het op orde krijgen van de verschillende levensgebieden. Terug aan het werk gaan zal hierbij erg belangrijk zijn.
Gelet op het bovenstaande, adviseert de psycholoog om de ten laste gelegde feiten in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen. Ook adviseert zij aan de verdachte in het kader van een bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel een verplichte ambulante behandeling op te leggen.
Reclassering
Stichting Verslavingsreclassering GGZ heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 23 oktober 2024. Dit rapport sluit aan bij de conclusies van de psycholoog. De reclassering conformeert zich tevens aan het strafadvies en adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een gedragsinterventie gericht op middelengebruik, een ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname), een inspanningsverplichting voor het vinden en behouden van dagbesteding, een verplichting tot meewerken aan middelencontrole en een verplichting tot meewerken aan ambulante begeleiding vanuit Coach E25.
7.4. Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
De rechtbank weegt in het voordeel van de verdachte mee dat hij vanaf het begin met de politie heeft meegewerkt en dat hij direct openheid van zaken heeft gegeven. De verdachte heeft ter terechtzitting en eerder tegenover de politie verklaard dat hij er veel spijt van heeft, het verschrikkelijk vindt dat hij video's en foto's van zijn 3-jarige dochter heeft gemaakt, dat hij zelf hulp heeft gezocht voor zijn problemen en dat hij er alles aan zou willen doen om het terug te draaien. De verdachte is hierin oprecht op de rechtbank overgekomen. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte met deze schuldbewuste proceshouding verantwoordelijkheid neemt voor zijn handelen.
Nu de conclusies van de psycholoog gedragen worden door hun bevindingen en door hetgeen ook overigens op de terechtzitting is gebleken, neemt de rechtbank die conclusies over en maakt die tot de hare. De verdachte wordt dus in verminderde mate toerekeningsvatbaar geacht. Bij de verdachte bestond tijdens het begaan van de feiten een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in verband waarmee hij in verminderde mate toerekeningsvatbaar wordt geacht.
Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur en hoogte van de straf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en naar de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Daarnaast heeft de rechtbank hierbij betrokken dat er geen sprake lijkt te zijn van een delictpatroon, beslaat de tenlastelegging een relatief korte periode en is de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar. De rechtbank komt hierdoor tot een lagere straf dan de officier van justitie heeft geëist.
Voorts blijkt uit de rapportages van de psycholoog en de Reclassering dat het noodzakelijk is dat de verdachte behandeld wordt. Op dit moment is de behandelmotivatie van de verdachte groot en onderkent de verdachte de noodzaak van de behandeling. De rechtbank acht het van groot belang dat de verdachte hier dan ook zo snel mogelijk mee begint.
Nu de reclassering begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Anders dan door de officier van justitie is geëist, ziet de rechtbank onvoldoende noodzaak om de verdachte te verplichten mee te werken aan controle van digitale gegevensdragers.
Verder zal de rechtbank het maximaal aantal uren taakstraf opleggen.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.

8 Vorderingen benadeelde partijen

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde partij 1], ter zake van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 15.500, - aan immateriële schade en € 2.000, - voor nog nader te onderbouwen (toekomstige) schade.
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde partij 2], ter zake van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 679, - aan materiële schade, een vergoeding van € 2.000, - aan immateriële schade en
€ 2,000, - voor nog nader te onderbouwen (toekomstige) schade.
8.1. Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de [benadeelde partij 1], met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en wettelijke rente.
Ten aanzien van de vordering van de [benadeelde partij 2] heeft de officier van justitie verzocht deze niet-ontvankelijk te verklaren, nu het Wetboek van Strafvordering aan ouders (in beginsel) geen ruimte biedt om door henzelf geleden schade in het strafproces te vorderen in verband met een tegen hun kind gepleegd delict.
8.2. Standpunt verdediging
De verdediging stelt zich ten aanzien van de vordering van de [benadeelde partij 1] op het standpunt dat er geen grondslag is voor immateriële schade, althans dat deze in ieder geval op dit moment niet kan worden vastgesteld. De vordering dient dan ook te worden afgewezen dan wel niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Verder dient de vordering van de [benadeelde partij 2] te worden afgewezen, nu zowel artikel 6:162 als artikel 6:107 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing zijn. Ook is er geen sprake van causaal verband.
8.3. Beoordeling
Vordering [benadeelde partij 1]
Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door de bewezen verklaarde strafbare feiten, rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De aard en de ernst van de normschending brengen mee dat de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde partij zo voor de hand liggen dat een aantasting in de persoon 'op andere wijze' kan worden aangenomen. Die schade zal op dit moment op basis van de thans gebleken feiten en omstandigheden naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 1.500, - ten aanzien van feit 1 en 2, en € 1.500, - ten aanzien van feit 3. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 24 juni 2024.
Nu de vordering van de benadeelde partij in overwegende mate zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
Vordering [benadeelde partij 2] (moeder [naam slachtoffer])
Niet is vast komen te staan dat aan de benadeelde partij door de onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks schade is toegebracht. Hoewel het invoelbaar is dat de verdachte met zijn strafbare handelen jegens hun dochter [naam slachtoffer] het vertrouwen van de benadeelde partij als moeder heeft geschaad, levert zijn strafbare handelen geen onrechtmatige daad op jegens de benadeelde partij. Evenmin blijkt uit de vordering die ziet op het immateriële deel, dat er op dit moment sprake is van geestelijk letsel. Er is kennelijk een intakegesprek geweest bij een psycholoog, maar daar heeft de benadeelde partij, zoals zij heeft toegelicht ter zitting, het bij gelaten. Dit betekent dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar vordering tot schadevergoeding.
Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Nu de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.
8.4. Conclusie
De verdachte moet de [benadeelde partij 1] een schadevergoeding betalen van € 3.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.
Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.
De [benadeelde partij 2] wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op artikel 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 240b (oud) en 249 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden;
bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde: - de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;
stelt als bijzondere voorwaarden:
Bij een terugval in middelengebruik of verslechtering van het psychiatrische ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor detoxificatie en/of stabilisatie. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal de veroordeelde zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor de duur van 7 weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt;
  1. de veroordeelde zal zich inspannen voor het vinden en behouden van betaald werk met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
  1. de veroordeelde zal meewerken aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd;
  1. de veroordeelde zal zijn medewerking verlenen aan begeleiding bij praktische zaken vanuit Coach E25;
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden - de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden; - de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;
geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van120 dagen;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de tot dan toe ondergane verzekering en voorlopige hechtenis gelijk zal zijn aan die van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf;
veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 1], te betalen een bedrag van € 3.000, - (zegge: drieduizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 24 juni 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering;
bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, aan salaris voor de advocaat en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij 1] te betalen € 3.000,-(hoofdsom, zegge: drieduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 juni 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 3.000, - niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 40 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
verklaart de [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in de vordering;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. van Althuis, voorzitter,
en mrs. R.P. Boon en N. Shahani, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.D. Bijl, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 19 november 2024.
De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1
hij op een of meer tijdstippen op/in of omstreeks de periode 12 juni 2024 tot en met 24 juni 2024 te Sliedrecht, althans in Nederland
afbeeldingen, te weten video's en/of (een) foto('s), van seksuele gedragingen,
waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is
betrokken of schijnbaar is betrokken,
heeft verspreid (door het plaatsen op/in een chat bij MediaLab KIK) en/of
aangeboden, openlijk tentoongesteld, verworven, in bezit gehad,
welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het met de/een hand en/of vinger(s) betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel,
de billen en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de
leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
en/of
het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een
persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij) de
afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt
tot seksuele prikkeling;
2
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 juni 2024 tot en met 24 juni 2024 te Sliedrecht, althans in Nederland,
meermalen, althans eenmaal,
afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van
achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [naam slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2021,
is betrokken of schijnbaar is betrokken,
heeft vervaardigd,
welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit:
het met de/een hand en/of vinger(s) betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel,
de billen en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de
leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
en/of
het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een
persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij) de
afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt
tot seksuele prikkeling;
3
hij op een of meer tijdstippen inof omstreeks de periode 12 juni 2024 tot en met 24
juni 2024 te Sliedrecht, in elk geval in Nederland.
ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig kind [naam slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2]
2021,
door (telkens) gedeeltelijk ontkleed en met ontblote penis, in de directe nabijheid
van die [naam slachtoffer] - zijn, verdachtes, penis te betasten en/of te wijzen naar zijn, verdachtes penis en/of - meermalen, althans eenmaal die [naam slachtoffer] zijn, verdachtes penis aan te (laten) raken.