Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2023:11931 - Rechtbank Rotterdam - 20 december 2023

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2023:1193120 december 2023Deze uitspraak wordt in 3 latere zaken aangehaald

Uitspraak inhoud

Rechtbank Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 23/7024
uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 december 2023 als bedoeld in artikel 8:86 in verbinding met artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op het verzoek van

[Naam], te [Plaats], verzoeker,

tot herziening van de uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 juni 2022 (ROT 22/1660 en ROT 22/1675).

Inleiding

  1. Bij uitspraak van 8 juni 2022 heeft de voorzieningenrechter het beroep van verzoeker tegen een afwijzing van een aanvraag om bijzondere bijstand niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
  1. Verzoeker heeft op 29 augustus 2022 de voorzieningenrechter verzocht de uitspraak van 8 juni 2022 te herzien.
  1. Op 22 november 2022 heeft de voorzieningenrechter het verzoek om herziening niet-ontvankelijk verklaard (ECLI:NL:RBROT:2022:10012).
  1. Op 23 maart 2023 heeft verzoeker zijn herzieningsverzoek opnieuw ingediend. Gelet op de correspondentie die daarop is gevolgd, merkt de voorzieningenrechter het verzoek aan als een nieuw verzoek om herziening.

Beoordeling

  1. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting. Voor de motivering wijst de voorzieningenrechter op eerdere rechtspraak waarbij verzoeker partij was (ECLI:NL:CRVB:2022:105 en ECLI:NL:RBROT:2020:9821).
  1. Van een uitspraak op een verzoek om een voorlopige voorziening voor zover daarin niet zelf in de hoofdzaak wordt voorzien, kan niet om herziening worden gezocht (zie ECLI:NL:RBROT:2016:460). Daarom zal de voorzieningenrechter het verzoek om herziening aanmerken als te zijn gericht tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter voor zover daarin is beslist op de hoofdzaak als bedoeld in artikel 8:86 van de Awb.
  1. De voorzieningenrechter stelt vast dat de griffier ten onrechte heeft nagelaten griffierecht te heffen. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om verzoeker alsnog in de gelegenheid te stellen het griffierecht te voldoen. De voorzieningenrechter is namelijk van oordeel dat verzoeker om de redenen die zijn vermeld in de uitspraak van 22 november 2022 op het eerste herzieningsverzoek misbruik van recht maakt.
  1. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.B.J. van Elden, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. Stijnen, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 20 december 2023.
De griffier en de voorzieningenrechter zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.