Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2022:12302 - Rechtbank Rotterdam - 10 oktober 2022
Uitspraak
ECLI:NL:RBROT:2022:12302•10 oktober 2022
Uitspraak inhoud
Zaaknummer: 9961404 / VZ VERZ 22-8806
Uitspraak: 10 oktober 2022
Beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van:
[persoon A],
woonplaats: [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
verzoeker en verweerder in het voorwaardelijk ontbindingsverzoek,
gemachtigde: mr. R.J. Michielsen,
tegen
Detailconsult Personeel B.V.,
Vestigingsplaats: Velsen-Noord,
verweerster en verzoekster in het voorwaardelijk ontbindingsverzoek,
gemachtigde: mr. R.J. Stoop.
De partijen worden hierna ' [persoon A] ' en 'Detailconsult' genoemd worden.
1 De procedure
1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
1.2. Op 7 september 2022 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling met partijen besproken.
2 De feiten
2.1. Detailconsult is een personeelsvennootschap binnen Detailconsult Groep N.V., een concern dat zich onder meer bezighoudt met de exploitatie van verschillende supermarkten, waaronder het filiaal van Dirk van den Broek aan de [vestigingsadres] in [vestigingsplaats] .
2.2. [persoon A] , geboren op [geboortedatum] 2009, is op 17 augustus 2018 bij Detailconsult in dienst getreden. Sinds 4 oktober 2020 was de functie van [persoon A] bij Detailconsult Teamleider Vers tegen een loon van € 8,70 bruto per uur, te vermeerderen met emolumenten.
2.3. Op de arbeidsovereenkomst tussen partijen is het bedrijfsreglement van Detailresult Groep van toepassing verklaard. Daarin staan onder meer de volgende bepalingen:
"3.15 Nuttigen producten
Het is niet toegestaan om (zelf meegebrachte) etenswaren of (fris)drank te nuttigen in andere ruimtes dan de kantine. Het is nimmer toegestaan (onbetaald) producten, ook afgeschreven producten of kantoormaterialen/ verpakkingen, vanuit de winkel, kantoor, het distributiecentrum en/of de productiebedrijven te nuttigen dan wel mee naar huis te nemen. Dit zal worden aangemerkt als diefstal.
(…)
3.20 Diefstal
(…)
Diefstal door collega's
Hoewel we er vanuit gaan dat onze medewerkers eerlijk zijn, leert de praktijk dat ons vertrouwen wel eens wordt beschaamd. Bij diefstal door medewerkers wordt altijd en zonder aanzien des persoons de politie ingeschakeld en volgt ontslag op staande voet. Daarbij wordt op de eindafrekening een schadevergoeding in mindering gebracht.
Elke vorm van diefstal, ook van producten die weinig of geen waarde hebben, bedorven zijn of zullen worden weggegooid als ook van producten zoals klantenpremiums, (personeels)checques etc. en/of het gelegenheid bieden van diefstal, is voor ons reden voor ontslag op staande voet. Alleen door een consequent beleid op dit gebied kunnen de Business Units hun, maar ook jouw eigendommen beschermen.
(…)
3.21 Waarschuwingsregister
Bij ontslag op staande voet wordt aangifte gedaan bij de politie en worden je gegevens opgenomen in het Waarschuwingsregister. Het Waarschuwingsregister is het systeem dat winkelbedrijven waarschuwt als fraudeurs solliciteren. Dit register is opgezet door de Raad Nederlandse Detailhandel en wordt beheerd door de stichting Fraude Aanpak Detailhandel (FAD). Elke medewerker die op staande voet ontslagen wordt, wordt opgenomen in ons eigen interne Waarschuwingsregister voor de duur van acht jaar en, na het toepassen van een proportionaliteitstoets, in het externe Waarschuwingsregister voor de duur van maximaal vier jaar."
2.4. [persoon A] was werkzaam in het filiaal van Dirk van den Broek aan de [vestigingsadres] in [vestigingsplaats] .
2.5. In het filiaal van Dirk van den Broek aan de [vestigingsadres] in [vestigingsplaats] (hierna: ook filiaal [naam filiaal] ) mag geen kipfilet worden verkocht in verband met een kippoelier die een ruimte huurt in het filiaal. Wanneer stukken kipfilet aan filiaal [naam filiaal] worden geleverd, dan moeten deze herverdeeld worden over andere filialen via interne leveringen.
2.6. Op 17 april 2022 heeft [persoon A] aan het einde van zijn werkdag in filiaal [naam filiaal] vijf stukken kipfilet, die 's ochtends geleverd waren aan filiaal [naam filiaal] , uit de koelcel gehaald en met die stukken kipfilet in een kratje het filiaal verlaten.
2.7. Nadat binnen Detailconsult de vraag was gerezen wat er met de stukken kipfilet was gebeurd die op 17 april 2022 aan filiaal [naam filiaal] geleverd waren, heeft Detailconsult onderzoeksbureau SecMan ingeschakeld om te onderzoeken wat er met de kipfilet was gebeurd.
2.8. Op 29 april 2022 vond een gesprek plaats tussen een supermarktmanager van Detailconsult en een onderzoeker van het onderzoeksbureau SecMan aan de ene kant en [persoon A] aan de andere kant om met [persoon A] te bespreken wat de bevindingen van SecMan waren naar aanleiding van het onderzoek.
2.9. Tijdens dit gesprek heeft [persoon A] in eerste instantie verklaard dat hij de stukken kipfilet bij een ander filiaal had afgeleverd, waarna hij heeft toegegeven de stukken kipfilet meegenomen te hebben. [persoon A] heeft dit laatste vervolgens als volgt schriftelijk verklaard:
"Ik heb op 17 april 5 pakken kip meegenomen/ deze heb ik meegenomen omdat wij het hier niet mogen verkopen deze heb ik wel afgeschreven, alleen deze heb ik niet afgerekend
dit is de eerste keer dat dit is gebeurd.
Kratje kip is weer terug bij de andere kratten.
Kratje was leeg bij teruggave.
Ik heb geen idee over de waarde van de kipfilet.
Ik denk rond de 30 euro"
2.10. Tijdens het gesprek op 29 april 2022 is [persoon A] op staande voet ontslagen. Detailconsult heeft dit ontslag op staande voet in haar brief van 2 mei 2022 aan [persoon A] als volgt bevestigd:
" (…) In ons filiaal aan de [vestigingsadres] te [vestigingsplaats] Rotterdam is het vermoeden ontstaan, dat je direct of indirect betrokken bent bij een verdenking van een vergrijp dat een dringende reden voor ontslag als bedoeld in artikel 7:678 Burgerlijk Wetboek zou kunnen zijn.
Uit onderzoek is inmiddels gebleken dat jij je op 17 april 2022 schuldig hebt gemaakt aan het wegnemen en toe-eigenen van meerdere producten uit de winkel zonder hiervoor toestemming te hebben gekregen.
Naar aanleiding van bovenstaande constateringen zijn wij op 29 april 2022 met jou in gesprek getreden. Dit gesprek heeft plaatsgevonden met de heer [persoon B] (Supermarktmanager) en mevrouw [persoon C] (SecMan B.V.).
Tijdens het gesprek hebben wij je geconfronteerd met onze bevindingen en hebben wij jou in het kader van hoor en wederhoor verzocht hierop te reageren. Tijdens het gesprek hebben wij ook navraag gedaan naar jouw persoonlijke c.q. privéomstandigheden.
Je hebt tijdens het gesprek zowel mondeling als schriftelijk verklaard dat jij op 17 april 2022 vijf pakken kipfilet hebt meegenomen uit de winkel zonder hiervoor te hebben betaald. Jij hebt geen toestemming gevraagd en/of gekregen voor deze handelingen. Als reden voor jouw handelen heb
jij aangegeven dat op het filiaal [naam filiaal] geen kipfilet verkocht mocht worden en dat je de vijf kipfilets hebt afgeschreven en uit eigen beweging hebt meegenomen. Daarnaast heb jij laten weten op de hoogte te zijn van de kassaprocedures en de bedrijfsrichtlijnen. Ook heb jij verklaard dat dit de enige keer is geweest dat jij iets onbetaald hebt meegenomen uit de winkel. De kipfilets heb jij aan jouw schoonmoeder gegeven liet jij weten.
Jouw verklaring is schriftelijk vastgelegd en jij hebt deze schriftelijke verklaring vrijwillig ondertekend. Wij beschouwen de inhoud van deze schriftelijke verklaring als hier herhaald en ingelast. Een kopie van de schriftelijke verklaring voegen we als bijlage bij deze brief.
Jouw verklaring achten wij niet afdoende. Jij hebt zonder toestemming producten onbetaald uit de winkel weggenomen. Het hoeft geen betoog dat jouw handelwijze absoluut onacceptabel is en alle grenzen van het betamelijke overschrijdt. Jij hebt de verplichtingen die voortvloeien uit jouw arbeidsovereenkomst ernstig veronachtzaamd en het vertrouwen in jou is onherstelbaar geschonden.
Bovenstaande feiten en omstandigheden leveren dan ook ieder voor zich en in onderlinge samenhang bezien een dringende reden op in de zin van artikel 7:678 Burgerlijk Wetboek.
Hierbij bevestigen wij dat je daarom met ingang van 29 april 2022 op staande voet bent ontslagen. Dit is jou op 29 april 2022 door de heer Delgado reeds aangezegd in opdracht van ondertekende. Bij deze beslissing zijn alle relevante omstandigheden betrokken.
(…)
Op grond van voormelde feiten zullen jouw gegevens op worden genomen in het interne en externe waarschuwingsregister. Dit conform het bedrijfsreglement, welke een onderdeel is van de arbeidsovereenkomst.
Het interne register is door ons aangelegd met als doel het ondersteunen van activiteiten gericht op het waarborgen van de veiligheid en de integriteit van de detailhandel. Deze registratie wordt na acht jaar automatisch verwijderd. Het register wordt beheerd door SecMan B.V. Als je inzage wilt hebben in de gegevens die wij van jou hebben, dan kun jij je schriftelijk wenden tot SecMan B.V. Je dient hierbij een kopie van een geldig legitimatiebewijs toe te voegen.
Daarnaast ben je, voor een periode van vier jaar, geregistreerd in het Waarschuwingsregister van de Stichting Fraude Aanpak Detailhandel (FAD). Andere deelnemende detailhandelsondersteuning in Nederland kunnen, conform het daarvoor geldende Protocol Waarschuwingsregister toetsen of jij voorkomt in een Incidentenregister van de aangesloten deelnemers. Voor klachten over opname in het waarschuwingsregister verwijzen wij naar de klachtencommissie van de stichting FAD. Klachten kunnen worden gemeld via de website: www.stichtingfad.nl. Hier kun je tevens het klachtenreglement vinden. Na een besluit van de klachtencommissie heb je de mogelijkheid tot het indienen van een klacht bij de Autoriteit persoonsgegevens.
Er wordt tevens aangifte gedaan bij de politie.
Tevens leggen wij jou middels dit schrijven een winkelverbod op voor alle filialen van Dirk. Dit winkelverbod leggen wij jou op voor de duur van een jaar. Wanneer jij je niet houdt aan het winkelverbod is er sprake van huisvredebreuk en zullen wij dit melden bij de politie.
(…)"
3 Het geschil
3.1. [persoon A] heeft verzocht om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:
3.2. [persoon A] heeft zijn verzoeken gebaseerd op zijn standpunt dat hij onterecht op staande voet ontslagen is, omdat er geen sprake is geweest van een dringende reden voor het ontslag op staande voet.
3.3. Het verweer van Detailconsult strekt tot afwijzing van de verzoeken van [persoon A] . Detailconsult meent dat [persoon A] haar een dringende reden heeft gegeven die het ontslag op staande voet rechtvaardigt en dat het ontslag rechtsgeldig is. Voor het geval de kantonrechter de opzegging door Detailconsult vernietigt, verzoekt Detailconsult de arbeidsovereenkomst te ontbinden.
3.4. Op de stellingen en standpunten van partijen wordt, voor zover van belang, hierna in de beoordeling ingegaan.
4 De beoordeling
4.1. Uit artikel 7:681 lid 1, sub a BW volgt dat de kantonrechter op verzoek van de werknemer de opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever kan vernietigen, als de werkgever heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. Gelet op dat laatste artikel kan de werkgever de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig opzeggen zonder schriftelijke instemming van de werknemer. Op grond artikel 7:671 lid 1 sub c BW geldt die eis niet wanneer de opzegging plaatsvindt op grond van artikel 7:677 lid 1 BW, waarin is bepaald dat ieder der partijen bevoegd is de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen om een dringende reden, onder onverwijlde mededeling van die reden aan de wederpartij.
4.2. Ingevolge artikel 7:678 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden als dringende redenen beschouwd zodanige daden, eigenschapen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Voor de beoordeling van de vraag of er sprake is van een dringende reden die een beëindiging van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt, dienen alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking te worden genomen.
4.3. De kantonrechter stelt voorop dat tussen partijen vaststaat dat [persoon A] vijf pakken kipfilet, die niet van hem waren, uit de winkel waar hij werkte, heeft meegenomen zonder daarvoor te betalen en zonder dat hij daar toestemming voor had. Ook staat vast dat [persoon A] wist dat kipfilet in de winkel waar hij werkte niet verkocht mocht worden en bij levering in dat filiaal de kipfilet bestemd was voor een ander filiaal of andere filialen. [persoon A] heeft desondanks de kipfilet niet afgeleverd bij een ander filiaal of (afgeschreven op een ander filiaal en) in de koelcel laten liggen, maar ervoor gekozen deze mee te nemen. Voor deze keuze heeft [persoon A] naar het oordeel van de kantonrechter geen enkele plausibele of rechtvaardigende verklaring gegeven, zoals uit de volgende twee rechtsoverwegingen volgt.
4.4. Op de zitting heeft [persoon A] voor het eerst verklaard dat hij de kipfilet in de ochtend van 17 april 2022 had afgeschreven op de voedselbank en dat dat toegestaan was met bijvoorbeeld producten die bijna over de houdbaarheidsdatum zijn. Toen [persoon A] aan het einde van de dag concludeerde dat hij ze niet kwijt kon aan de voedselbank, heeft hij besloten ze maar mee te nemen, aldus [persoon A] . Volgens zijn gemachtigde is dit een inschattingsfout geweest.
Detailconsult heeft in reactie hierop medegedeeld het verhaal over de voedselbank voor het eerst te horen op de zitting, zodat zij dit voorafgaand aan de zitting niet precies kon nagaan, maar dat volgens haar onderzoek de kipfilet juist niet was afgeschreven op 17 april 2022 en dat de kipfilet, die in de ochtend van 17 april 2022 pas was geleverd, ook niet bijna over de houdbaarheidsdatum kon zijn. [persoon A] heeft op dit laatste niet meer concreet gereageerd en ook is niet gesteld of gebleken dat het geen optie was om de pakken kipfilet gewoon in de koelcel te laten liggen tot de volgende dag. [persoon A] heeft aangegeven dat op 17 april 2022 geen meerdere aanwezig was in de winkel met wie hij kon overleggen, maar dit kan niet zijn keuze rechtvaardigen om de pakken kipfilet mee te nemen.
4.5. Namens [persoon A] is herhaaldelijk gesteld dat hij niet wist wat hij met de kipfilet moest doen op 17 april 2022 en dat er sprake was van een onduidelijke situatie, maar door [persoon A] zelf is niet gesteld dat hij niet wist dat het in ieder geval verboden was om als winkelmedewerker producten uit een winkel, waar hij werkt, mee te nemen zonder daarvoor te betalen en/of zonder daar toestemming voor te hebben. Dat hij van dit verbod op de hoogte was blijkt naar het oordeel van de kantonrechter ook voldoende uit het feit dat hij in eerste instantie tegenover Detailconsult in strijd met de waarheid heeft verklaard.
Dat er sprake zou zijn geweest van een onduidelijke situatie voor [persoon A] of een misverstand is in ieder geval niet aannemelijk gemaakt.
4.6. Vervolgens rijst de vraag of het meenemen van de kipfilet een dringende reden voor het ontslag op staande voet oplevert. Voor beantwoording van deze vraag acht de kantonrechter doorslaggevend dat als niet weersproken vast is komen te staan dat Detailconsult met betrekking tot gedragingen, die erop neer komen dat een werknemer producten uit een van haar winkels wegneemt zonder daarvoor te betalen en zonder toestemming daarvoor te hebben, in de praktijk een zerotolerancebeleid hanteert.
De kantonrechter acht dit gerechtvaardigd. Zoals Detailconsult terecht heeft gesteld moet zij zich middels dit zerotolerancebeleid kunnen wapenen tegen 'stelende' werknemers, omdat zij anders makkelijk ernstig benadeeld kan worden. Dit heeft er mede mee te maken dat, zoals Detailconsult onweersproken heeft gesteld, in de supermarktbranche wordt gewerkt met grote hoeveelheden producten die op zichzelf weinig waarde vertegenwoordigen.
4.7. Door de gemachtigde van [persoon A] is op de zitting ingezoomd op het bedrijfsreglement van Detailconsult. Hij heeft betoogd dat voldaan moet zijn aan de delictsomschrijving in het strafrechtelijke artikel over diefstal om te kunnen spreken van diefstal en daarmee een dringende reden. De kantonrechter volgt dit betoog niet.
Het is volstrekt helder dat [persoon A] is verweten dat hij producten heeft meegenomen, zonder daarvoor te betalen en zonder daar toestemming voor te hebben, terwijl dat niet toegestaan was, en niet dat hij diefstal heeft gepleegd zoals in het strafrecht bedoeld. Daarom is de kantonrechter van oordeel dat niet diefstal in strafrechtelijke zin bewezen moet worden om tot de conclusie te kunnen komen dat er sprake is geweest van een dringende reden.
4.8. De kantonrechter acht in deze zaak voor het aannemen van een dringende reden voldoende dat vaststaat dat [persoon A] de gedraging die hem als dringende reden voor het ontslag op staande voet verweten is, daadwerkelijk heeft begaan, zonder dat hij daarvoor een plausibele of rechtvaardigende reden had, dat hij wist of had moeten weten dat dat handelen verboden was én dat Detailconsult als werkgeefster met betrekking tot dit soort gedragingen een zerotolerancebeleid hanteerde, zodat [persoon A] zich ervan bewust moest zijn dat zijn handelen tot een ontslag op staande voet kon leiden, bij ontdekking daarvan. Van Detailconsult hoefde dan ook niet verwacht te worden [persoon A] eerst een officiële waarschuwing te geven. Bij dit alles wordt ook nog meegewogen dat [persoon A] als teamleider een voorbeeldfunctie had.
4.9. Al met al komt de kantonrechter tot de conclusie dat [persoon A] Detailconsult een dringende reden heeft gegeven voor ontslag op staande voet. De persoonlijke omstandigheden van [persoon A] , zoals zijn jonge leeftijd en dat hij inmiddels vader is, doen hier niets aan af. Het belang bij het strikt handhaven van beleid tegen diefstal door werknemers weegt zwaarder dan het belang van [persoon A] bij het behoud van zijn functie. Hierbij is mede in aanmerking genomen de jonge leeftijd van [persoon A] - van inmiddels 20 jaar - en dat niets erop wijst dat hij, behalve wellicht in de detailhandel, geen passende baan zou kunnen vinden.
4.10. Het ontslag op staande voet houdt dus stand en het verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet is niet toewijsbaar.
4.11. Dit brengt mee dat ook de loonvordering, met de wettelijke verhoging en wettelijke rente, niet toewijsbaar is.
4.12. Ten aanzien van de vorderingen tot het (laten) verwijderen van de gegevens van [persoon A] uit de waarschuwingsregisters en het opheffen van het winkelverbod overweegt de kantonrechter als volgt.
[persoon A] heeft aan deze vorderingen alleen ten grondslag gelegd dat het ontslag op staande voet vernietigd moet worden. Nu de kantonrechter heeft geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet vernietigd wordt, heeft [persoon A] hiermee geen deugdelijke grondslag voor deze vorderingen gesteld. Detailconsult heeft op haar beurt over de registraties gemotiveerd gesteld dat zij deze terecht heeft verricht op basis van artikel 3.20 van het tussen partijen van toepassing zijnde bedrijfsreglement en over het winkelverbod heeft zij gesteld dat zij als winkelier gerechtigd is een winkelverbod op te leggen en te handhaven. [persoon A] is hier vervolgens niet, althans onvoldoende, op ingegaan. Daarmee is geen deugdelijke grondslag gesteld of gebleken voor de toewijzing van de vorderingen betreffende deze registraties en het winkelverbod.
4.13. Detailconsult heeft het ontbindingsverzoek voorwaardelijk ingesteld, namelijk voor het geval het ontslag op staande voet vernietigd zou worden. Nu deze voorwaarde niet in vervulling is gegaan, komt de kantonrechter niet toe aan de beoordeling van het voorwaardelijke ontbindingsverzoek.
4.14. [persoon A] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen. De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van Detailconsult tot vandaag vast op € 747,00 aan salaris voor de gemachtigde. Voor kosten die Detailconsult maakt na deze uitspraak moet [persoon A] ook een bedrag betalen van € 124,-. Hier kan nog een bedrag bijkomen voor de betekening van de uitspraak. In dit vonnis hoeft hierover geen aparte beslissing te worden genomen (ECLI:NL:HR:2022:853).
4.15. Deze beschikking wordt voor wat betreft de veroordeling met betrekking tot de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
5 De beslissing
De kantonrechter:
5.1. wijst de verzoeken af;
5.2. veroordeelt [persoon A] in de proceskosten, aan de kant van Detailconsult tot vandaag vastgesteld op € 747,00;
5.3. verklaart deze beschikking voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.J.M. van Breevoort en in het openbaar uitgesproken.
757