Terug naar bibliotheek
Rechtbank Oost-Brabant
ECLI:NL:RBOBR:2026:931 - Rechtbank Oost-Brabant - 12 februari 2026
Uitspraak
ECLI:NL:RBOBR:2026:931•12 februari 2026
Uitspraak inhoud
RECHTBANK OOST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 24/3929
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
(gemachtigde: mr. R.W.B. van Middelaar),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Land van Cuijk, de heffingsambtenaar.
Inleiding
- Deze uitspraak gaat over de vastgestelde WOZ
[1] -waarde van de woning aan de [adres] in [woonplaats] (de woning).
1.1. De heffingsambtenaar heeft de waarde van de woning met de tot [naam] gerichte beschikking van 25 februari 2024 vastgesteld voor het kalenderjaar 2024 op
€ 348.000. De WOZ-beschikking is opgenomen in het aanslagbiljet van dezelfde datum waarbij ook de aanslag onroerendezaakbelastingen (OZB) is bekendgemaakt.
1.2. Met de uitspraak op bezwaar van 3 oktober 2024 heeft de heffingsambtenaar de vastgestelde waarde gehandhaafd.
1.3. Namens eiseres is beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar.
1.4. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Feiten
- [naam] was op 1 januari 2024 eigenaar van de woning.
Beoordeling door de rechtbank
- De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk, omdat niet is gebleken dat eiseres gerechtigd is beroep in te stellen tegen de bestreden uitspraak. Voor dit oordeel is het volgende van belang.
3.1. Op grond van de wet[2] kan voor zover in deze zaak van belang beroep worden ingesteld door:
3.2. Op 14 november 2024 heeft de gemachtigde van eiseres beroep ingesteld. Bij het beroepschrift is een machtiging gevoegd waaruit blijkt dat eiseres persoonlijk (onder andere) de medewerkers van Het Nieuwe WOZ-bureau B.V. machtigt om haar in deze procedure te vertegenwoordigen. Bij Het Nieuwe WOZ-bureau B.V is mr. R.W.B. van Middelaar werkzaam. Hieruit volgt dat mr. R.W.B. van Middelaar gerechtigd is om namens eiseres als gemachtigde op te treden.
3.3. Uit het dossier blijkt echter niet dat eiseres behoort tot de kring van beroepsgerechtigden zoals hiervoor omschreven in overweging 3.1. Evenmin blijkt uit het dossier dat [naam] – degene tot wie de (voor bezwaar vatbare) WOZ-beschikking zich richt – eiseres heeft gemachtigd om (door het inschakelen van mr. R.W.B. van Middelaar) deze beroepsprocedure namens hem te voeren.
3.4. De rechtbank heeft aan mr. R.W.B. van Middelaar als indiener van het beroep met een bericht in het digitale zaakdossier van 7 januari 2026 verzocht om een toereikende machtiging. De rechtbank heeft daarin – kort gezegd – aangegeven dat uit de nieuwe machtiging moet blijken dat eiseres tot de kring van beroepsgerechtigden behoort dan wel dat zij door [naam] gemachtigd is om deze procedure namens hem te voeren. Daarbij heeft de rechtbank de mededeling gedaan dat het uitblijven van een reactie tot gevolg kan hebben dat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard. Aan mr. R.W.B. van Middelaar is de gelegenheid geboden om uiterlijk 30 januari 2026 te reageren. Op 4 februari 2026 heeft mr. R.W.B. van Middelaar een machtiging overgelegd, ondertekend door [eiseres] op 27 januari 2026. Nog daargelaten dat deze reactie buiten de door de rechtbank gestelde termijn is ontvangen, stelt zij vast dat ook uit deze nieuwe machtiging niet blijkt dat eiseres tot de kring van beroepsgerechtigden behoort dan wel dat zij door [naam] gemachtigd is om deze procedure namens hem te voeren.
3.5. Bij deze stand van zaken kan niet worden vastgesteld dat eiseres gerechtigd was beroep in te stellen (dan wel gemachtigd was om dit namens [naam] te doen). Het beroep moet om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard.
Conclusie en gevolgen
- Het beroep is niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het beroep van eiseres niet inhoudelijk wordt beoordeeld. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.F. Vink, rechter, in aanwezigheid van
mr. Y. Mutsaers, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 februari 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ).
Artikel 26a, eerste en tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (dat op grond van artikel 231, eerste lid, van de Gemeentewet ook van toepassing is op de heffing van gemeentelijke belastingen). - - - ## Voetnoten