Terug naar bibliotheek
Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2026:905 - Rechtbank Noord-Holland - 3 februari 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBNHO:2026:9053 februari 2026

Uitspraak inhoud

Team Insolventie
Zittingsplaats Alkmaar
Rekestnummer: NL:TZ:2602458:R-RK
Uitspraak van 3 februari 2026
In de zaak van
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1984 te [plaats],
wonende te ([postcode]) [plaats], [adres],
verzoeker, hierna te noemen [verzoeker],
tegen
[verweerder],
gevestigd en kantoorhoudende te [plaats],
gemachtigde: Vermeer Gerechtsdeurwaarders,
tot het treffen van een voorlopige voorziening op grond van artikel 287b Faillissementswet (Fw).
Samenvatting
[verzoeker] heeft een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening.
De rechtbank wijst het verzoek toe.

1 De procedure

1.1 De procedure bestaat uit: - het verzoek voorlopige voorziening op grond van artikel 287b Fw inclusief bijlagen;
Op basis van de stukken is besloten het verzoek zonder zitting te behandelen.

2 Het verzoek

2.1 [verzoeker] heeft de rechtbank verzocht om Vermeer Gerechtsdeurwaarders namens Woningstichting [plaats] te verbieden over te gaan tot de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis (zaaknr./rolnr.: 11897882/ CV EXPL 25-3456) van 29 oktober 2025.
3 Het verweer
3.1 Woningstichting [plaats] heeft (vooralsnog) geen inhoudelijk verweer gevoerd.

4 De beoordeling

4.1 De rechtbank wijst het verzoek tot het treffen van de voorlopige voorziening toe, omdat de rechtbank vaststelt dat er sprake is van een spoedeisende situatie. De woningontruiming is namelijk op korte termijn aangezegd. Dat brengt mee dat de stabiliteit van de financiële situatie, en daarmee een eventueel schuldhulpverleningstraject en een geslaagd beroep op de schuldsaneringsregeling in gevaar komt. De rechtbank kan het verzoek moratorium alleen niet ter zitting behandelen vóór de datum van de geplande ontruiming. Daarom zal de rechtbank met deze voorlopige maatregel de verhuurder verbieden de woning van [verzoeker] te ontruimen, in afwachting van de mondelinge behandeling op het verzoek moratorium. Tijdens deze mondelinge zal ook aan de orde komen of schuldenares voornemens is een verzoek dwangakkoord dan wel een verzoek om schuldsanering in te dienen. Indien schuldenares geen van beide overweegt dan moet zij er rekening mee houden dat het verzoek tot moratorium niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

5 De beslissingDe rechtbank:

5.1 verbiedt Vermeer Gerechtsdeurwaarders om namens Woningstichting [plaats] om over te gaan tot ontruiming van de woning aan het adres [adres], ([postcode]) [plaats], onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig, dat wil zeggen vóór het eerste van de maand, zullen worden voldaan;
5.2 bepaalt dat deze voorziening geldt totdat de uitspraak op het moratorium onherroepelijk is geworden of dit verzoek is ingetrokken;
5.3 bepaalt dat de behandeling van het moratorium zal plaatsvinden op een nader te bepalen datum.
5.4 verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Dit is de beslissing van mr. M.P. de Valk, rechter. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2026.[1]
Hoger beroep
Tegen deze uitspraak kan verzoek(st)er en door de in de procedure verschenen belanghebbenden hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden bij het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen, te rekenen van de dag van de uitspraak en door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden. - - - ## Voetnoten
Hoger beroepTegen deze uitspraak kan verzoek(st)er en door de in de procedure verschenen belanghebbenden hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden bij het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen, te rekenen van de dag van de uitspraak en door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.