Terug naar bibliotheek
Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2025:15511 - Rechtbank Noord-Holland - 18 december 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBNHO:2025:1551118 december 2025

Uitspraak inhoud

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 25/5898

[verzoekers] , domicilie kiezende te [plaats] , verzoekers

(gemachtigde: mr. V. Kidjan),
en

de minister van Buitenlandse Zaken.

Inleiding

  1. Deze uitspraak op een verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de beslissing van de minister van 10 november 2025 om de aanvraag van verzoekers voor een Nederlands reisdocument voor [naam 1] , geboren op [geboortedatum] te Mexico-Stad (Mexico), niet in behandeling te nemen.
  1. Verzoekers hebben tegen de beslissing van 10 november 2025 bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
  1. In verband met de vereiste spoed doet de voorzieningenrechter op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
  1. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

  1. Verzoekers hebben de voorzieningenrechter verzocht te bepalen dat aan [naam 1] een Nederlands reisdocument wordt verstrekt om Nederland te mogen inreizen.
Spoedeisend belang
  1. Op grond van artikel 8:81 van de Awb kan de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
  1. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoekers een spoedeisend belang hebben bij hun verzoek, omdat zij niet met [naam 1] naar Nederland kunnen terugkeren zolang [naam 1] niet beschikt over een daarvoor benodigd reisdocument. Bovendien verblijven verzoekers al langer dan drie maanden (zonder geldige verblijfstitel) in Mexico en moet verzoeker spoedig zijn werkzaamheden in Nederland hervatten.
  1. [verzoeker] en [verzoekster] (verzoekers) zijn in het bezit van de Nederlandse nationaliteit en zijn met elkaar getrouwd. Zij verblijven op dit moment met [naam 1] in Mexico.
  1. Verzoekers hebben een sterke kinderwens en zagen die niet in vervulling gaan omdat het niet mogelijk is om op natuurlijke wijze een kind met elkaar te krijgen. Zij hebben daarom gekozen voor een hoogtechnologisch draagmoederschap, waarbij gebruik wordt gemaakt van een eicel van de zus van [verzoekster] die wordt bevrucht door een zaadcel van [verzoeker] . Verzoekers hebben [naam 2] (verder draagmoeder) bereid gevonden als draagmoeder te fungeren. Met haar is op 13 januari 2025 een draagmoederovereenkomst gesloten. Op 2 juni 2025 heeft de draagmoeder een notariële verklaring afgelegd die inhoudt dat zij door kunstmatige inseminatie zwanger is van een kind, met [verzoeker] als biologische vader, dat zij ermee instemt dat [verzoeker] als vader wordt aangemerkt op de geboorteakte, dat ze toestemming geeft dat [verzoeker] het kind in Nederland erkent, dat [verzoeker] volledig ouderlijk gezag krijgt en dat [verzoeker] dit gezag mag delen met [verzoekster] . Tot slot doet zij in de verklaring afstand van haar rechten en verplichtingen jegens het nog ongeboren kind. [verzoeker] heeft [naam 1] met toestemming van de draagmoeder op 25 juli 2025 prenataal erkend in Haarlem.
  1. Op [geboortedatum] is [naam 1] geboren.
  1. Op 1 oktober 2025 hebben verzoekers een aanvraag gedaan bij de Nederlandse ambassade te Mexico-Stad voor een Nederlands reisdocument voor [naam 1] . Daarnaast hebben zij een paspoort voor [naam 1] aangevraagd bij de SRE (Secretaria de Rélaciones Exteriores). De SRE heeft hen medegedeeld dat de ingeleverde stukken worden onderworpen aan een arbitraire check. Omdat aan die check geen termijn verbonden is richten verzoekers zich op 22 oktober 2025 opnieuw tot de ambassade met de vraag of er versneld een beslissing kan worden genomen ten aan zien van het Nederlandse paspoort of een laissez-passer voor [naam 1] .
  1. De aanvraag is bij besluit van 10 november 2025 buiten behandeling gesteld omdat de identiteit en Nederlandse nationaliteit van [naam 1] niet kunnen worden vastgesteld.
Belangenafweging
  1. Gelet op de mate van spoedeisendheid van de gevraagde voorlopige voorziening, voert het te ver om in deze procedure de rechtmatigheid van het bestreden besluit volledig te beoordelen. De voorzieningenrechter volstaat daarom met een afweging van de belangen die pleiten voor het treffen van een voorlopige voorziening en de belangen daartegen.
  1. Het is van groot belang dat vertrouwen in Nederlandse reisdocumenten wordt behouden, gezien de functie die deze documenten vervullen als bewijs van identiteit en nationaliteit. Op grond van de Paspoortwet komen daarom uitsluitend personen met de Nederlandse nationaliteit of met een Nederlands verblijfsrecht in aanmerking voor een Nederlands reisdocument en heeft de minister geen ruimte om zo'n document op grond van een belangenafweging toch ook aan anderen toe te kennen.
  1. Daartegenover staat dat de voorzieningenrechter geen reden ziet om eraan te twijfelen dat [verzoeker] de biologische vader van [naam 1] is en dat draagmoeder met verzoekers de intentie heeft gehad dat verzoekers de juridische ouders van [naam 1] zullen zijn en hem zullen verzorgen en opvoeden. De voorzieningenrechter acht daarom niet uitgesloten dat, na het doorlopen van de daarvoor benodigde procedures, vastgesteld zal worden dat [naam 1] de Nederlandse nationaliteit zal verkrijgen of dat vastgesteld zal worden dat hij deze al heeft. Daarnaast is het van zeer zwaarwegend belang dat verzoekers en [naam 1] samen gezinsleven kunnen uitoefenen en dat dit plaatsvindt in het land waar verzoekers wonen en hun sociale netwerk hebben. Verder is het van belang dat verzoeker zijn werk in Nederland spoedig kan hervatten. Onder deze omstandigheden ziet de voorzieningenrechter aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.

Conclusie en gevolgen

  1. De voorzieningenrechter zal het verzoek toewijzen in die zin dat hij de minister zal opdragen om [naam 1] zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden, een laissez-passer (of ander nooddocument) te verstrekken waarmee hij Nederland kan inreizen.
  1. Omdat het verzoek wordt toegewezen, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om te bepalen dat de minister het griffierecht aan verzoekers vergoedt en dat verzoekers ook een vergoeding krijgen van hun proceskosten. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgen verzoekers een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 907,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 907,-.

Beslissing

De voorzieningenrechter: - wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe; - schorst het bestreden besluit; - bepaalt dat de minister [naam 1] , geboren op [geboortedatum] te Mexico-Stad, zo snel mogelijk maar uiterlijk binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden een laissez-passer (of ander nooddocument) verstrekt op grond waarvan hij Nederland kan inreizen; - bepaalt dat de minister het griffierecht van € 194, - aan verzoekers moet vergoeden; - veroordeelt verweerder tot betaling van € 907, - aan proceskosten aan verzoekers.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Jurgens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. I.E. Molin, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 18 december 2025.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: