Terug naar bibliotheek
Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:988 - Rechtbank Midden-Nederland - 4 maart 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBMNE:2026:9884 maart 2026

Uitspraak inhoud

RECHTBANK
  **MIDDEN-NEDERLAND**
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11717746 \ UC EXPL 25-4642
Vonnis van 4 maart 2026
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen
de heer [gedaagde],
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. J.W. Adriaansens.

1 De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
­ de dagvaarding met producties 1 t/m 4;
­ de conclusie van antwoord met producties 1 en 2;
­ de conclusie van repliek met producties 5 en 6;
­ de akte van [eiseres] met productie 7;
­ de conclusie van dupliek met producties 3 en 4;
­ de akte van [eiseres] met een reactie naar aanleiding van producties 3 en 4 van [gedaagde] .
1.2. Daarna is bepaald dat er een vonnis zal worden gewezen.

2 De kern van de zaak

2.1. De netbeheerder [eiseres] wil dat [gedaagde] een schadevergoeding van € 7.658,85, plus wettelijke rente en kosten, aan haar betaalt. Voor een pand aan het adres [adres] in [plaats] is in de periode van 6 december 2023 tot 19 juni 2024 energie afgenomen via het netwerk van [eiseres] , zonder dat daarvoor een contract was met een energieleverancier. Dat betekent dat [eiseres] als netbeheerder wel kosten heeft gemaakt, maar geen inkomsten heeft ontvangen voor de afgenomen energie. De schade die ze daardoor heeft geleden, wil ze verhalen op [gedaagde] , de eigenaar van het pand. [gedaagde] is het hier niet mee eens. Hoewel hij in oktober 2023 eigenaar is geworden van het pand, is hij het pand pas later gaan bewonen. Sinds bewoning heeft hij een energiecontract met een energieleverancier.
2.2. Omdat [gedaagde] een consument is, moet [eiseres] duidelijk maken dat [gedaagde] de energie die aan het pand is geleverd in de periode zonder energiecontract, gewild heeft. De kantonrechter oordeelt dat dit [eiseres] niet is gelukt. Dit wordt hierna uitgelegd.

3 De beoordeling

Artikel 7:7 BW beschermt de consument bij ongevraagde levering van energie
3.1. [eiseres] beroept zich op een verplichting van [gedaagde] om haar schade te vergoeden voor de energie die via haar netwerk aan zijn pand is geleverd, in de periode dat [gedaagde] geen energiecontract had voor de levering. Dit betekent dat zij de feiten moet stellen waaruit volgt dat [gedaagde] de levering van de energie voor zijn pand in de betreffende periode heeft willen ontvangen. Dat gaat over de periode van 6 december 2023 tot 19 juni 2024.
3.2. Dat moet [eiseres] doen, omdat in artikel 7:7 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat er geen betalingsverplichting voor de consument ontstaat bij een ongevraagde levering van (onder andere) gas en elektriciteit. Ook niet op grond van ongerechtvaardigde verrijking of onverschuldigde betaling. Wanneer de consument ongevraagd energie geleverd krijgt, mag de consument de energie behouden zonder daarvoor te moeten betalen.
Het is [eiseres] niet gelukt duidelijk te maken dat [gedaagde] de levering heeft gewild
3.3. [eiseres] heeft gewezen op de omstandigheden dat:
  1. een energieleverancier – en niet [gedaagde] – de oorspronkelijke overeenkomst tot levering van energie op 6 december 2023 heeft beëindigd, en
  1. [gedaagde] in juni 2024 een overeenkomst heeft gesloten met een energieleverancier.
3.4. Maar, anders dan [eiseres] betoogt, zijn dit geen handelingen of mededelingen waarvan je kunt zeggen dat [gedaagde] in de periode zonder energiecontract energie wilde blijven ontvangen. In artikel 7:7 lid 2 BW is namelijk te lezen dat het uitblijven van een reactie van de consument op de ongevraagde levering, niet als een aanvaarding van de ongevraagde levering kan worden aangemerkt. In de memorie van toelichting bij dit wetsartikel (Kamerstukken II 2012/13, 33520, nr. 3, p. 58) wordt hierbij uitgelegd dat bij een verhuizing de nieuwe bewoner uitdrukkelijk moet aangeven dat hij de levering van gas en elektriciteit wil, bijvoorbeeld door: - overname van het oude energiecontract, of - een mededeling te doen (aan een energieleverancier) dat hij energie geleverd wil krijgen.
3.5. In de situatie van [gedaagde] is hij de nieuwe bewoner na koop. [gedaagde] heeft uitgelegd dat hij, hoewel hij in oktober 2023 eigenaar van het pand werd, het pand pas later is gaan bewonen en dat hij toen een energiecontract heeft afgesloten. Gelet op het voorbeeld uit de memorie van toelichting is het dan nodig dat [eiseres] feiten stelt waaruit volgt dat [gedaagde] voor de periode zonder energiecontract uitdrukkelijk heeft aangegeven dat hij energie wilde ontvangen. Die feiten of omstandigheden heeft [eiseres] niet gesteld.
3.6. De stellingen van [gedaagde] met betrekking tot de heer [A] en mevrouw [B] worden daarbij buiten beschouwing gelaten, want [eiseres] heeft zelf aangevoerd dat zij niet aan de [adres] woonden.
3.7. Omdat het [eiseres] niet is gelukt duidelijk te maken dat [gedaagde] de levering van energie in de betreffende periode heeft gewild, gaat de kantonrechter ervan uit dat [gedaagde] ongevraagd energie heeft ontvangen. In dat geval bestaat er voor die geleverde energie geen betalingsverplichting voor [gedaagde] , ook niet op grond van ongerechtvaardigde verrijking. Om deze reden wordt de schadevordering van [eiseres] afgewezen.
De andere vorderingen van [eiseres] worden ook afgewezen
3.8. De andere vorderingen van [eiseres] , te weten de wettelijke rente over de schadevordering en de buitengerechtelijke kosten van € 757,94, zijn verbonden aan de schadevordering. Omdat deze schadevordering wordt afgewezen, is er geen reden om de andere vorderingen toe te wijzen. Daarom worden deze ook afgewezen.
[eiseres] moet de proceskosten van [gedaagde] betalen
3.9. [eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:

4 De beslissing

De kantonrechter
4.1. wijst de vorderingen van [eiseres] af,
4.2. veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 864,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
Dit vonnis is gewezen door mr. J.G. Nicholson en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026.
8195