Terug naar bibliotheek
Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:962 - Rechtbank Midden-Nederland - 5 maart 2026
Uitspraak
ECLI:NL:RBMNE:2026:962•5 maart 2026
Uitspraak inhoud
Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/587082 / FO RK 25-29
Gezag en omgang
Beschikking van 5 maart 2026
in de zaak van:
[vader],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. A.G. Ouwejan,
tegen
[moeder],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. M. Cortet.
1 De procedure
1.1. De rechtbank heeft op 10 april 2025 de beslissing op de verzoeken uitgesteld omdat de ouders hebben besloten samen ouderschapsbemiddeling te volgen.
1.2. De rechtbank heeft daarna de volgende stukken ontvangen:
1.3. De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 13 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:
1.4. De rechtbank heeft de minderjarige [minderjarige] , de dochter van de ouders, niet gevraagd wat zij van de verzoeken vindt. De rechtbank vraagt dat alleen aan kinderen van acht jaar of ouder. Kinderen onder de acht jaar vindt de rechtbank daar nog te jong voor.
2 Waar de procedure over gaat
2.1. De ouders hebben een relatie met elkaar gehad.
2.2. Zij hebben samen een kind: [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] . [minderjarige] woont bij de moeder.
2.3. De moeder heeft alleen het gezag over [minderjarige] . Dat betekent dat zij alleen de belangrijke beslissingen over [minderjarige] kan nemen.
2.4. De rechtbank heeft in de beschikking van 10 april 2025 bepaald dat de moeder de vader één keer per maand schriftelijk zal informeren over de gezondheid van [minderjarige] , hoe het met haar gaat en eventuele bijzonderheden in het leven van [minderjarige] .
2.5. De ouders zijn het niet eens over de uitoefening van het gezag en over de omgangsregeling. De vader wil dat er een nog nader te bepalen zorg - en contactregeling tussen de vader en [minderjarige] wordt getroffen. Daarnaast wil de vader dat hij samen met de moeder met het gezag over [minderjarige] wordt belast. De moeder is het hier niet mee eens.
3 De beoordeling
Zorg - en vakantieregeling
3.1. De ouders zijn het voorafgaand aan de zitting eens geworden dat:
De rechtbank heeft deze afspraken vanuit de belangen van [minderjarige] beoordeeld. Volgens de rechtbank is er geen reden om te denken dat de afspraken voor [minderjarige] grote nadelen hebben. Daarom zal zij deze afspraken vastleggen.
Gezag
3.2. De rechtbank zal de vader voortaan samen met de moeder met het gezag over [minderjarige] belasten. Dit betekent dat zij vanaf nu samen de belangrijke beslissingen over [minderjarige] moeten nemen. Het uitgangspunt in de wet is dat ouders samen de belangrijke beslissingen over hun kinderen moeten nemen, ook als zij uit elkaar zijn. De rechtbank ziet hier geen reden om van dit uitgangspunt af te wijken.
3.3. De rechtbank vindt de voorbeelden die door de moeder worden gegeven en door de vader worden betwist, niet zodanig dat het in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is dat de moeder alleen het gezag blijft uitoefenen. Daarnaast ziet de rechtbank ook geen risico dat als de ouders samen het gezag hebben [minderjarige] de dupe zal worden van de strijd tussen de ouders. De rechtbank kan zich voorstellen dat de moeder meer behoefte heeft aan een samenwerking met de vader en dat het voor haar voelt alsof de vader geen betrokkenheid toont. Dit kan echter ook een persoonlijke eigenschap van de vader zijn, die losstaat van de betrokkenheid van hem bij [minderjarige] .
3.4. Op de zitting is gebleken dat de ouders dingen anders ervaren. De moeder ervaart bijvoorbeeld dat de communicatie niet goed is, terwijl volgens de vader de communicatie wel goed verloopt. De rechtbank maakt zich daar, net als de Raad, zorgen over. De ouders hebben op de zitting hun bereidheid uitgesproken om samen een ouderschapsbemiddelingstraject bij het Opstapje (of een andere organisatie) te volgen. Gezamenlijk gezag leidt tot een gelijkwaardigere positie bij de hulpverlening. De rechtbank gaat ervan uit dat de ouders zich beiden volledig inzetten voor het ouderschapsbemiddelingstraject. De betrokkenheid van de vader bij gezagsbeslissingen kan in een dergelijk traject ook aan de orde komen.
3.5. Tenslotte wenst te rechtbank te benadrukken dat zij het knap vindt dat de ouders al ver zijn gekomen en dat het nu juist redelijk goed gaat. De rechtbank hoopt dat deze stijgende lijn doorzet.
De uitvoerbaarheid bij voorraad
3.6. De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht.
Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van de ouders hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
Hierna volgt de beslissing. De rechtbank gebruikt daar de begrippen uit de wet.
4 De beslissing
De rechtbank:
4.1. belast de vader samen met de moeder met het gezag over [minderjarige] ;
4.2. stelt de volgende zorgregeling vast:
4.3. verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.