Terug naar bibliotheek
Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:948 - Rechtbank Midden-Nederland - 20 februari 2026
Uitspraak
ECLI:NL:RBMNE:2026:948•20 februari 2026
Uitspraak inhoud
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/3382
en
(gemachtigde: mr. S. de Boer).
- In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van 29 april 2024 dat eiser heeft ingesteld, omdat het college volgens hem niet op tijd heeft beslist op negen verzoeken om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid (Woo). De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak of het college inmiddels heeft beslist op de verzoeken om openbaarmaking van informatie.
Procesverloop
- Eiser heeft negen verzoeken om openbaarmaking van informatie op grond van de Woo ingediend.
2.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van beslissingen op zijn negen Woo-verzoeken.
2.2. De rechtbank heeft het beroep op 14 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
- Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.
[1] In deze zaken is niet in geschil dat verweerder niet tijdig heeft beslist en ook niet tijdig heeft beslist na de verzonden ingebrekestellingen. De rechtbank beoordeelt in dit geval of het college inmiddels wel een beslissing heeft genomen op de negen Woo-verzoeken van eiser, omdat eiser in dat geval al heeft bereikt wat hij met dit beroep niet tijdig kon en hij dus geen belang meer heeft bij het beroep.
De verzoeken
- Eiser heeft de volgende negen Woo-verzoeken ingediend:
Verzoek 1 is ingediend op 30 december 2023. Eiser heeft op 28 februari 2024 een ingebrekestelling verstuurd naar verweerder, vanwege het uitblijven van een beslissing op zijn Woo-verzoek. Na het instellen van dit beroep op 29 april 2024 is op 24 november 2025 een beslissing genomen op het Woo-verzoek van eiser. Eiser heeft op 2 januari 2026 bezwaar ingediend tegen deze beslissing. Ter zitting hebben beide partijen bevestigd dat de bezwaarprocedure nog loopt.
Verzoek 2 is ingediend op 31 december 2023. Eiser heeft op 28 februari 2024 een ingebrekestelling verstuurd naar verweerder, vanwege het uitblijven van een beslissing op zijn Woo-verzoek. Na het instellen van dit beroep op 29 april 2024 is op 1 mei 2024 een beslissing genomen op het Woo-verzoek van eiser. Eiser heeft geen bezwaar ingediend tegen deze beslissing en ter zitting heeft hij toegelicht dat hij ook geen intentie had of heeft dit te doen.
Verzoek 3 is ingediend op 4 januari 2024. Eiser heeft op 18 maart 2024 een ingebrekestelling verstuurd naar verweerder, vanwege het uitblijven van een beslissing op zijn Woo-verzoek. Na het instellen van dit beroep op 29 april 2024 is op 22 december 2025 een beslissing genomen op het Woo-verzoek van eiser. De termijn om bezwaar in te dienen loopt nog.
Verzoek 4 is ingediend op 8 januari 2024. Eiser heeft op 18 maart 2024 een ingebrekestelling verstuurd naar verweerder, vanwege het uitblijven van een beslissing op zijn Woo-verzoek. Na het instellen van dit beroep op 29 april 2024 is op 27 november 2025 een beslissing genomen op het Woo-verzoek van eiser. Eiser heeft op 29 december 2025 bezwaar ingediend tegen deze beslissing. Ter zitting hebben beide partijen bevestigd dat de bezwaarprocedure nog loopt.
Verzoek 5 is ingediend op 12 januari 2024. Eiser heeft op 18 maart 2024 een ingebrekestelling verstuurd naar verweerder, vanwege het uitblijven van een beslissing op zijn Woo-verzoek. Na het instellen van dit beroep op 29 april 2024 is op 3 juni 2024 een beslissing genomen op het Woo-verzoek van eiser. Eiser heeft geen bezwaar ingediend tegen deze beslissing en ter zitting heeft hij toegelicht dat hij ook geen intentie had of heeft om dit te doen.
Verzoek 6 is ingediend op 15 januari 2024. Eiser heeft op 18 maart 2024 een ingebrekestelling verstuurd naar verweerder, vanwege het uitblijven van een beslissing op zijn Woo-verzoek. Na het instellen van dit beroep op 29 april 2024 is op 24 maart 2025 een beslissing genomen op het Woo-verzoek van eiser en op 10 juli 2025 een beslissing op het bezwaar van eiser. Eiser heeft tegen de beslissing op bezwaar afzonderlijk beroep ingesteld bij deze rechtbank. Dit beroep is tezamen met de behandeling van dit beroep behandeld op de zitting van 14 januari 2026 ( UTR 25/4664).
Verzoek 7 is ook ingediend op 15 januari 2024. Eiser heeft op 18 maart 2024 een ingebrekestelling verstuurd naar verweerder, vanwege het uitblijven van een beslissing op zijn Woo-verzoek. Na het instellen van dit beroep op 29 april 2024 is op 10 november 2025 een beslissing genomen op het Woo-verzoek van eiser. Eiser heeft op 15 december 2025 bezwaar ingediend tegen deze beslissing. Ter zitting hebben beide partijen bevestigd dat de bezwaarprocedure nog loopt.
Verzoek 8 is ook ingediend op 15 januari 2024. Eiser heeft op 18 maart 2024 een ingebrekestelling verstuurd naar verweerder, vanwege het uitblijven van een beslissing op zijn Woo-verzoek. Na het instellen van dit beroep op 29 april 2024 is op 13 november 2025 een beslissing genomen op het Woo-verzoek van eiser. Eiser heeft op 16 december 2025 bezwaar ingediend tegen deze beslissing. Ter zitting hebben beide partijen bevestigd dat de bezwaarprocedure nog loopt.
Verzoek 9 is ingediend op 31 januari 2024. Eiser heeft op 2 april 2024 een ingebrekestelling verstuurd naar verweerder, vanwege het uitblijven van een beslissing op zijn Woo-verzoek. Na het instellen van dit beroep op 29 april 2024 is op 5 juni 2024 een beslissing genomen op het Woo-verzoek van eiser. Eiser heeft op 15 december 2025 bezwaar ingediend tegen deze beslissing en heeft ter zitting toegelicht dat hij na de beslissing op bezwaar geen aanleiding heeft gezien om beroep in te stellen tegen de beslissing op bezwaar.
- De rechtbank stelt vast dat het college op alle negen Woo-verzoeken heeft beslist waardoor het beroep niet tijdig beslissen voor zover gericht tegen die beslissingen, niet-ontvankelijk is. Eiser heeft namelijk geen procesbelang meer bij het beoordelen van het beroep in verband met het niet tijdig beslissen. Eiser heeft de rechtbank laten weten dat hij , ten aanzien van Woo-verzoek 1,3,4 en 7, zelf de nodige bezwaarschriften heeft ingediend of nog indient bij verweerder, waardoor doorzending niet nodig is. Het beroep ten aanzien van Woo-verzoek 6 is op de zitting van 14 januari 2026 door deze rechtbank behandeld ( UTR 25/4664) en de beslissingen ten aanzien van Woo-verzoek 2,5 en 9 zijn onherroepelijk. Gelet op het voorgaande bestaat er ten aanzien van geen van de onderhavige verzoeken aanleiding om dit beroep ook te behandelen als gericht tegen de daadwerkelijk genomen besluiten.
Conclusie en gevolgen
Het beroep is niet-ontvankelijk. Omdat de besluiten zijn genomen na het instellen van het beroep moet het college het griffierecht aan eiser vergoeden. Eiser heeft geen proceskosten gemaakt die volgens de wet vergoed kunnen worden.
Beslissing
De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van mr.K.L.H. Thomas, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
ECLI:NL:RVS:2020:1560. - - - ## Voetnoten