Terug naar bibliotheek
Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:942 - Rechtbank Midden-Nederland - 20 februari 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBMNE:2026:94220 februari 2026

Uitspraak inhoud

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/4959

1 a

[eiseres] te [plaats] , eiseres,

en

Klachtencommissie Jeugd Midden-Nederland, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen de brief van verweerder van 16 juli 2025.

Overwegingen

  1. Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
  1. Artikel 8:1 van de Awb bepaalt dat een belanghebbende tegen een besluit beroep kan instellen bij de bestuursrechter. Artikel 1:3, eerste lid, van de Awb bepaalt dat onder een besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Een rechtshandeling is een handeling die op rechtsgevolg is gericht.
  1. De rechtbank is van oordeel dat de brief van verweerder geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Awb, omdat verweerder geen bestuursorgaan is in de zin van de Awb.
  1. De Klachtencommissie Jeugd Midden-Nederland is een samenwerkingsverband dat is ingesteld door een aantal instellingen die klachten behandelen op grond van de Jeugdwet. De Klachtencommissie is daarom geen orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, zoals bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onder a, van de Awb. Dat het samenwerkingsverband is gevormd door instellingen die onder omstandigheden wel als bestuursorgaan kunnen kwalificeren, betekent niet dat dit samenwerkingsverband reeds daarom zelf ook een bestuursorgaan is. Daarnaast volgt uit de Jeugdwet niet dat een instelling zoals de Klachtencommissie met enig openbaar gezag is bekleed, zoals bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onder b, van de Awb.
  1. Omdat verweerder geen bestuursorgaan is, is de brief van verweerder geen besluit in de zin van de Awb. Daarom is de rechtbank onbevoegd om kennis te nemen van het beroep.
  1. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van L. El Kabch, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2026.
De griffier is buiten staatte ondertekenen
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.