Terug naar bibliotheek
Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:940 - Rechtbank Midden-Nederland - 4 maart 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBMNE:2026:9404 maart 2026

Uitspraak inhoud

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/7090

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. H. Sala),
en

Dienst Toeslagen, verweerder,(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 12 juni 2024 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Bij uitspraak van 23 juli 2025 heeft deze rechtbank een eerder beroep tegen het niet tijdig beslissen van eiser gegrond verklaard en verweerder opgedragen uiterlijk 11 december 2025 een besluit op bezwaar bekend te maken.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

  1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.[1]
  1. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.[2] De rechtbank heeft haar uitspraak van 23 juli 2025 (in een eerder beroep niet tijdig beslissen) verweerder opgedragen om uiterlijk 11 december 2025 een besluit op bezwaar bekend te maken, met daaraan gekoppeld een rechterlijke dwangsom.
  1. De rechtbank stelt vast dat de hiervoor bedoelde termijn nog niet was verstreken op het moment dat eiseres dit beroep instelde. Verweerder had tot en met 11 december 2025 de gelegenheid om een besluit op bezwaar bekend te maken. Eiseres heeft op 9 december 2025 beroep ingesteld. Het beroep is dan ook prematuur (te vroeg) ingesteld. Hierdoor is de rechtbank van oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
  1. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van L. El Kabch, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb. - - - ## Voetnoten
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.