Terug naar bibliotheek
Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:816 - Rechtbank Midden-Nederland - 9 januari 2026
Uitspraak
ECLI:NL:RBMNE:2026:816•9 januari 2026
Uitspraak inhoud
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/3825
(gemachtigde: mr. H.P.J. Berkers),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden, het college
(gemachtigde: J. de Boer).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Stichting Beheer Glaspark Leerdam (het Glaspark).
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van het verzoek van eiseres om preventief op te treden tegen het Glaspark, door middel van het opleggen van een preventieve last onder dwangsom. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van haar handhavingsverzoek. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van het handhavingsverzoek.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college geen preventieve last onder dwangsom hoeft op te leggen aan het Glaspark. Eiseres heeft echter wel terecht beroep ingesteld omdat er voorafgaand aan de beroepsprocedure nog geen duidelijke regels waren over de geluidsnormen waar het Glaspark zich aan moet houden. Deze zijn inmiddels opgesteld en het college heeft afspraken gemaakt met het Glaspark. Het beroep is daarom gegrond, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
- Eiseres heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen de naastgelegen sportinrichting, het Glaspark, vanwege geluidsoverlast. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 24 oktober 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 18 april 2024 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.2. De rechtbank heeft het beroep op 12 mei 2025 op zitting behandeld en besloten om de zaak aan te houden. Tijdens deze zitting bleek namelijk dat er te veel onduidelijkheid bestond over de geluidsnormen die gelden voor het Glaspark. Daarom is afgesproken dat het college een korte begrijpelijke puntenlijst maakt waarin staat wanneer het Glaspark zich aan welke geluidsnormen dient te houden en welke concrete maatregelen het Glaspark moet nemen om binnen die geldende geluidsnormen te blijven.
1.3. De geluidsdeskundige van de Omgevingsdienst Regio Utrecht (de ODRU) heeft namens het college deze puntenlijst gemaakt. Hierin zijn zowel de geluidsnormen als de gebruiksregels voor het Glaspark uiteengezet. Het college heeft de rechtbank verzocht om een nadere zitting om de puntenlijst toe te lichten. Eiseres heeft hierop schriftelijk gereageerd en aangegeven akkoord te zijn met een nadere zitting.
1.4. De rechtbank heeft het beroep op 14 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, de geluidsdeskundige van eiseres, [A] , de gemachtigde van het college, de toezichthouder van het college, [B] en de geluidsdeskundige van de ODRU, [C] . Er is niemand verschenen namens het Glaspark.
Beoordeling door de rechtbank
Standpunt eiseres
- Eiseres woont in het buitengebied, tevens stiltegebied, en exploiteert daar een camping genaamd [handelsnaam] . Naast de camping is sinds 2022 een sportinrichting gevestigd genaamd het Glaspark. Eiseres voert aan dat ze erg veel geluidsoverlast ondervindt van het Glaspark. Dit maakt een ernstige inbreuk op haar woongenot en brengt schade toe aan de exploitatie van de camping. Volgens eiseres wordt de sportinrichting namelijk niet alleen gebruikt voor sportactiviteiten. Er vinden namelijk zeer veel activiteiten plaats die niet vallen onder het gewone gebruik van de sportinrichting. Dit zijn voornamelijk festiviteiten en de zogenoemde derde helft die gepaard gaan met harde muziek en DJ's. Daarnaast wordt er veelvuldig gebruik gemaakt van de sportkantine die als horeca fungeert en worden de boxen en de microfoon op het buitenterrein vaak gebruikt. De overlast zou volgens eiseres al een stuk minder zijn als de terrasdeuren van de sportkantine gesloten blijven. Dat is dan ook één van haar wensen. Ook wordt er vuurwerk afgestoken. Eiseres heeft het college al meerdere malen gevraagd om handhavend op te treden, maar tevergeefs.
Wettelijk kader
- Als het doel is om een nieuwe overtreding te voorkomen kan er een last onder dwangsom worden opgelegd. Deze kan gericht zijn op het voorkomen van het herhalen van een eerder vastgestelde en inmiddels beëindigde overtreding. De last onder dwangsom wordt dan opgelegd als er 1) eerder een overtreding heeft plaatsgevonden en als 2) gevaar voor herhaling voor de hand ligt. Daarbij wordt er gekeken naar de aard van de overtreding, de mate van overeenkomst met de eerdere overtreding en het tijdsverloop sinds die overtreding. Daarnaast kan een last onder dwangsom ook gericht zijn op het voorkomen van een toekomstige, nog niet (eerder) gepleegde overtreding. Dat wordt een preventieve last onder dwangsom genoemd. Uit artikel 5:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) volgt dat het gevaar voor de overtreding dan klaarblijkelijk moet dreigen. Volgens vaste rechtspraak betekent dit dat een preventieve last onder dwangsom alleen opgelegd kan worden als een overtreding met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal plaatsvinden.
[1] Dit is een strengere toets dan bij handhaving ter voorkoming van het herhalen van een eerdere overtreding. Aangezien is verzocht om een preventieve last onder dwangsom zal de rechtbank het beroep in dat kader beoordelen.
Regels en geluidsnormen
- De rechtbank heeft na de eerste zitting geconstateerd dat er geen duidelijke regels waren opgesteld omtrent de geluidsnormen voor het Glaspark. Eiseres heeft een lange lijst met ervaren geluidsoverlast overgelegd, terwijl uit die lijst en de feitelijke beschrijving daarvan voldoende bleek dat er ook daadwerkelijk overschrijdingen van geluidsnormen waren en er Glaspark en bij het college weinig urgentie leek te zijn om zich te houden aan deze geluidsnormen, dan wel deze te handhaven. Zo bleken regelmatig speakers op de terrassen buiten te staan, stonden ramen open tijdens versterkt muziek geluid binnen en werden er niet-sportgerelateerde evenementen gehouden, zonder dat daar dan een Kennisgeving Incidentele Festiviteit (KIF) was gemeld of evenementenvergunning voor was aangevraagd. Naar aanleiding van de eerste zitting is er een document gemaakt met alle regels die gelden, wanneer deze gelden en wat het Glaspark moet doen om daaraan te voldoen. De rechtbank stelt vast dat deze regels nu duidelijk zijn voor alle betrokken partijen. Uit de puntenlijst volgen namelijk de geluidsnormen, overdag is 50 dB(A) de norm. In de avondperiode is dat 45 dB(A) en 's nachts is dat 40 dB(A).
4.1. Verder zijn er duidelijke gebruiksregels voor het Glaspark. Versterkte muziek via de veldspeakers mag alleen gedurende de dag (van 07:00 tot 19:00 uur), als er een thuiswedstrijd is en alleen tijdens de warming-up voorafgaand aan de wedstrijd en in de pauze. Ook is er een maximaal geluidsniveau vastgesteld en afgesproken door middel van een volume-instelling. In de avondperiode (van 19:00 tot 23:00 uur) is versterkte muziek via de veldspeakers niet toegestaan, tenzij er de genoemde KIF bij de gemeente is ingediend of als het een zogenoemd evenement betreft, waarvoor een afzonderlijke vergunning - vooraf - dient te worden aangevraagd. In de nachtperiode (van 23:00 tot 07:00 uur) is er nergens versterkte muziek via de veldspeakers toegestaan.
4.2. Bovendien mogen er buiten op de sportvelden geen geluidsdragers en/of - speakers gebruikt worden tenzij er een KIF is ingediend of het een evenement betreft. Het afsteken van vuurwerk door particulieren op het Glaspark is verboden. Het muziekgeluid binnen in The Box dient bij gesloten deuren en ramen niet hoger te zijn dan 80 dB(A). Daarnaast is uiteengezet wanneer een KIF noodzakelijk is en is afgesproken dat alle deuren en ramen van de kantine niet open mogen tijdens het afspelen van versterkte muziek. Behalve als er een KIF is ingediend, het een evenement betreft of er sprake is van een calamiteit.
- Voorafgaand aan de tweede zitting hebben er daadwerkelijk geluidsmetingen plaatsgevonden door de ODRU. Eiseres heeft zelf ook een geluidsdeskundige ingeschakeld om een geluidsrapport op te stellen. Volgens de ODRU zijn de geluidsnormen tijdens enkele evenementen licht overschreden. Hierbij is het versterkte stemgeluid op de sportvelden niet meegenomen in de meting. Volgens de geluidsdeskundige van eiseres werden de geluidsnormen tijdens het evenement op 28 juni 2025 fors overgeschreden. Dit kwam voornamelijk door de muziek die werd afgespeeld.
Oordeel rechtbank
- De rechtbank overweegt dat deze geluidsrapporten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Het enige punt dat ontbreekt is het versterkte stemgeluid op de sportvelden, terwijl eiseres daar wel overlast door ervaart. Echter is tijdens de zitting besproken dat het erg lastig is om dit stemgeluid te meten, omdat het voornamelijk piekgeluiden zijn. Die kunnen overdag oplopen tot 70 dB(A). Dat is heel veel geluid, maar omdat het pieken zijn en het gemiddelde wordt gemeten is het lastig om hiervan te zeggen wanneer de geluidsnormen daadwerkelijk overschreden worden. Daarnaast betekent een stiltegebied niet dat het volledig stil is. Al met al is het daardoor moeilijk om te handhaven op het gebied van versterkt stemgeluid.
6.1. De rechtbank overweegt verder dat door eiseres niet ten onrechte is gezegd dat zij weinig vertrouwen heeft in de wijze waarop het college het handhavingsverzoek heeft behandeld. Het is inmiddels helder voor de rechtbank dat het college dit probleem serieus is gaan nemen. Glaspark moet zich gaan houden aan de opgestelde regels en het college heeft tijdens de zitting toegezegd te gaan handhaven en strikter te gaan toezien op de geluidsnormen. Met deze veranderde stand van zaken vertrouwt de rechtbank erop dat het college ook daadwerkelijk gaat handhaven, indien geluidsnormen worden overschreden.
6.2. Het college en de ODRU hebben aangegeven dat zij adequater kunnen handhaven op een overschrijding van de geluidsnormen, als er een permanente verbinding van de audio installatie van het Glaspark komt met een geluidsmeter in de buurt van de woning van eiseres. Bij een overschrijding kan dan onmiddellijk ingegrepen worden en kan het college actief gaan handhaven. Van eiseres wordt verwacht dat ze meewerkt aan een adequate manier van het vastleggen of en zo ja wanneer er een overschrijding van de geluidsnormen wordt geconstateerd. In verband daarmee vindt de rechtbank het verstandig dat eiseres ingaat op het aanbod van de ODRU en het college om permanente meetapparatuur te plaatsen.
6.3. De rechtbank is daarom van oordeel dat het niet nodig is om een preventieve last onder dwangsom op te leggen aan het college om te gaan handhaven. Er kan namelijk op dit moment niet met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden vastgesteld dat een overtreding zal plaatsvinden. Er zijn nu duidelijke en reële regels opgesteld die daadwerkelijk te handhaven zijn. Het college heeft ook aangegeven dat zij bij een geluidsoverschrijding ook daadwerkelijk zullen gaan handhaven. De grondslag voor een preventieve last onder dwangsom vervalt daarmee.
Conclusie en gevolgen
- Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. Maar de rechtbank laat met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand. Dit omdat de strekking van het besluit hetzelfde blijft.
7.1. Omdat het beroep gegrond is moet het college het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten.
Het college moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 3.269, - omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend, heeft deelgenomen aan twee zittingen en een nadere schriftelijke reactie heeft gegeven na aanhouding. Verder zijn er geen kosten die in aanmerking komen voor vergoeding.
Beslissing
De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het besluit van 18 april 2024; - bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven; - bepaalt dat het college het griffierecht van € 187, - aan eiseres moet vergoeden; - veroordeelt het college tot betaling van € 3.269, - aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van mr. E.S. Dorsman, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 9 januari 2026.
de griffier is verhinderd om
de uitspraak te ondertekenen
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2917. - - - ## Voetnoten